VR 2019/136 Compensatie bij vertraging vlucht; geen bijzondere omstandigheden.

Eiseres heeft bij gedaagde een vlucht naar Venetië geboekt voor 9 april 2016. Deze vlucht is geannuleerd. Gedaagde heeft eiseres een alternatieve vlucht aangeboden naar Bergamo; eiseres heeft daarvan gebruik gemaakt en is vervolgens per bus en trein naar Venetië gereisd. Conform de Verordening 261/2004 vordert eiseres financiële compensatie (€ 250,-) en vergoeding van haar extra (reis)kosten. Gedaagde stelt dat sprake was van bijzondere omstandigheden in de zin van art. 5 lid 3 van de Verordening: de Italiaanse luchtverkeersleiding staakte van 8.00 tot 14.00 uur, in verband waarmee de vlucht moest worden geannuleerd.De rechtbank overweegt dat met de annulering van de vlucht het recht op compensatie in beginsel is gegeven, behoudens indien inderdaad sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden. Een staking als de onderhavige kan in beginsel een bijzondere omstandigheid zijn, maar gelet op het Wallentin-arrest dient gedaagde ook te motiveren waarom het annuleren van de vlucht niet kon worden voorkomen door andere maatregelen te nemen. Gedaagde heeft niet méér gesteld dan enkel dat de staking zich heeft voorgedaan; onduidelijk is waarom deze vlucht daarom moest worden geannuleerd. Het beroep op bijzondere omstandigheden wordt als onvoldoende gemotiveerd verworpen en de vordering van eiseres wordt toegewezen.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren