VR 2019/135 Compensatie bij vertraging vlucht; geen bijzondere omstandigheden.

Eiser heeft bij gedaagde een vlucht geboekt voor 21 maart 2016. Deze vlucht is geannuleerd. Conform de Verordening 261/2004 vordert eiser financiële compensatie van € 400,-. Gedaagde stelt dat sprake was van bijzondere omstandigheden in de zin van art. 5 lid 3 van de Verordening: de Franse luchtverkeersleiding staakte, waardoor gedaagde 20-30% van de vluchten over Frankrijk diende te annuleren. De rechtbank overweegt dat met de annulering van de vlucht het recht op compensatie in beginsel is gegeven, behoudens indien inderdaad sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden. Een staking als de onderhavige kan in beginsel een bijzondere omstandigheid zijn, maar gelet op het Wallentin-arrest dient gedaagde ook te motiveren waarom het annuleren van de vlucht niet kon worden voorkomen door andere maatregelen te nemen. Gedaagde heeft volstaan met te stellen dat in verband met de staking 20-30% van de vluchten over Frankrijk moesten worden geannuleerd; niet duidelijk is waarom deze vlucht bij die 20-30% moest horen. Het beroep op bijzondere omstandigheden wordt als onvoldoende gemotiveerd verworpen; gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van compensatie.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren