VR 2019/134 Compensatie bij vertraging luchtvaart; buitengewone omstandigheden.

Vlucht van Amsterdam naar Tel Aviv. Tijdens de 'push back', waarbij het vliegtuig met een sleepwagen van de gate wordt weggeduwd om te gaan taxiën, is de sleepwagen geslipt en tegen de vleugel van het vliegtuig gebotst. Als gevolg van de daaruit voortvloeiende schade kon het vliegtuig niet zonder reparatie vertrekken. El Al heeft, nadat bleek dat op de luchthaven geen passend reserve-onderdeel beschikbaar was, uiteindelijk een vervangend vliegtuig uit Tel Aviv naar Amsterdam laten komen. De vlucht is vervolgens op zaterdag om 21.41 uur vertrokken. De oorspronkelijke vertrektijd was vrijdag 09.15 uur. Eiser claimt de compensatie zoals voorzien in Verordening 261/2004 ('De Verordening'). El Al weigert en beroept zich op het bestaan van buitengewone omstandigheden. De rechtbank gaat mee in dat verweer. Vast staat dat schade is ontstaan aan het vliegtuig als gevolg van een fout van een derde (de bestuurder van de sleepwagen). De schade heeft dus een van buiten komende oorzaak, die niet inherent is aan de normale activiteit van een luchtvaartmaatschappij en waarop El Al geen invloed kon uitoefenen. El Al heeft na de beschadiging bovendien al het mogelijke gedaan om de vertraging te beperken.De vordering wordt afgewezen.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren