VR 2019/118 Rijden onder invloed. Ne bis in idem. Straf. Onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid.

Evenmin als de ongeldigverklaring van het rijbewijs, wordt de verplichting tot deelname aan het daaraan voorafgaande onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid derhalve opgelegd op grond van het plegen van een strafbaar feit, ook al kan de verdenking van zo een feit wel de aanleiding vormen voor dat onderzoek. Mede gelet daarop betreft het onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen - ook in aanmerking genomen dat de met dit onderzoek verbonden kosten ten laste komen van degene aan wie de verplichting tot deelname aan het onderzoek is opgelegd - een bestuurlijke maatregel die strekt tot bevordering van de verkeersveiligheid en die geen punitief karakter heeft (vgl. ABRvS 2 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2062).Het oordeel van het hof dat het Openbaar Ministerie het recht tot strafvervolging van de verdachte niet verliest door de omstandigheid dat in verband met hetzelfde feit - kort gezegd: het bewezenverklaarde rijden onder invloed - een verplichting tot het ondergaan van het onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen is opgelegd, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Anders dan het middel betoogt, gaat een vergelijking met de uitzonderlijke situatie als bedoeld in HR 3 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:434, NJ 2015/256, over het Alcoholslotprogramma niet op.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren