VR 2018/178 Dood door schuld. Mobiele telefoon. Rood verkeerslicht.

De verdachte is, - terwijl hij aan het telefoneren was - rijdende op de N65 en gekomen bij de kruising van die N65 met de (straatnaam 2), zonder snelheid te minderen, die kruising opgereden terwijl het stoplicht voor hem rood licht uitstraalde, terwijl een bestuurder van een bestelauto doende was die kruising over te steken, waardoor een aanrijding ontstond tussen dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (vrachtwagen) en die bestelauto, waardoor de bestuurder van die bestelauto werd gedood. De rechtbank komt - anders dan de officier van justitie - tot het oordeel dat verdachte aanmerkelijk onoplettend heeft gereden. Dit betekent dat sprake is van de laagste categorie van schuld waarbij nog tot een bewezenverklaring van artikel 6 WVW 1994 kan worden gekomen.In de omstandigheid dat verdachte beroepschauffeur is en een vrachtwagenrijbewijs heeft, ziet de rechtbank geen aanleiding tot een hogere mate van schuld te concluderen dan hiervoor vastgesteld. De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte, als bestuurder van de vrachtautocombinatie onoplettend is geweest bij het passeren van de stopstreep bij het (rode) verkeerslicht. Van elke verkeersdeelnemer wordt verwacht oplettend te zijn bij het naderen van een verkeerslicht en op te letten of het verkeerslicht eerst op geel en daarna op rood springt. Onder de gegeven omstandigheden wordt van een beroepschauffeur niet meer oplettendheid verwacht dan van een andere gemotoriseerde verkeersdeelnemer. 

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren