VR 2018/02 Verkeerscontrole. Rijbewijs ter inzage afgeven.

Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “niet op eerste vordering behoorlijk het rijbewijs ter inzage afgeven”. Op basis van het gestelde in artikel 160 lid 4 WVW 1994 zijn ambtenaren van politie bevoegd voertuigen staande te houden ter controle van de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde voorschriften. Uit hetgeen de verbalisanten hebben gerelateerd blijkt dat zij bezig waren met een controle op de juiste naleving van de feiten gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet. De staandehouding was dus niet onrechtmatig.Uit het gestelde in het proces-verbaal van aanhouding alsmede uit hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd blijkt dat de betrokkene niet onverwijld gevolg heeft gegeven aan de vordering van verbalisant om zijn rijbewijs te tonen. Daarmee staat vast dat de gedraging is verricht. De omstandigheid dat de betrokkene later alsnog zijn rijbewijs heeft getoond, doet hieraan niet af.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren