VR 2017/147 Aansprakelijkheid manege voor val van paard.

Gedaagde (een manege) had het paard P in bruikleen. Eiseres reed daarop tijdens een rijles. Het paard schrok (kennelijk van het geluid van een tractor) en maakte een hoofdbeweging. Eiseres is daarop van het paard gevallen en heeft letsel opgelopen, waaronder beschadigde nekwervels. Zij vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat de manege aansprakelijk is voor haar schade. De manege verweert zich met een beroep op de 'tenzij-clausule': bewust toelaten van de hoofdbeweging zou niet onrechtmatig zijn geweest, omdat het een beweging was waarmee iedere ruiter zou moeten kunnen omgaan. Bovendien is het ongeval volgens de manege niet ontstaan door de hoofdbeweging, maar door het uiterst onhandige gedrag van eiseres. Subsidiair meent de manege dat sprake is van eigen schuld aan de zijde van eiseres. De rechtbank beantwoordt allereerst vragen van internationaal recht, aangezien zowel eiseres als de vennoten van de manege in België wonen. Desondanks is de Nederlandse rechter bevoegd, omdat de manege in Nederland is gevestigd. Bovendien is Nederlands recht van toepassing, omdat het ongeval in Nederland heeft plaatsgevonden. De rechtbank stelt voorts vast dat het verband tussen de hoofdbeweging en de val voldoende aannemelijk is. Het beroep op de 'tenzij-clausule' gaat niet op: een hoofdbeweging van het paard verhoogt het valrisico, zeker bij een onervaren ruiter. Het is dan ook niet aannemelijk dat het bewust toelaten van een dergelijke hoofdbeweging niet onrechtmatig zou zijn geweest. Daarmee is de manege (risico-)aansprakelijk. De rechtbank is met de manege van oordeel dat aan paardrijden risico's zijn verbonden. Dat kan echter niet (in het kader van risico-aanvaarding) leiden tot een algeheel verval van aansprakelijkheid. Wel betekenen deze inherente risico's dat een deel van de schade voor rekening van de berijder moet blijven. De omvang van dat deel is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In dit geval zijn er noch aan de zijde van de manege noch aan de zijde van eiseres bijzondere omstandigheden; de onhandige reactie van eiseres op de hoofdbeweging kan haar niet worden toegerekend. De rechtbank gaat derhalve uit van een schulddeling op basis van 50/50.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren