Verkeersrecht 2026 9

Editie
VR 2026-9 cover
Datum uitgave: 

VR 2026/129 Rijden onder invloed amfetamine, procedure bloedmonster.

Jurisprudentie

Verdachte wordt vervolgd voor twee gevallen van rijden onder invloed van amfetamine. In de eerste zaak voert de verdediging aan dat geen sprake is van een geldig onderzoek in de zin van artikel 8 lid 5 WVW 1994. De bloedmonsters zijn namelijk niet binnen vier weken bij het laboratorium bezorgd. Volgens de verdediging is daarmee een strikte waarborg uit het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer geschonden en moeten de onderzoeksresultaten buiten beschouwing blijven. Het hof stelt voorop dat van een onderzoek in de zin van artikel 8 lid 5 WVW 1994 alleen sprake is als de

VR 2026/130 Secondenlang op telefoon. Dodelijke kop-staartbotsing in file. Mate van schuld.

Jurisprudentie

Verdachte heeft met een bestelauto en aanhangwagen een dodelijke kop-staartbotsing op een provinciale weg veroorzaakt. Hij reed met een snelheid tussen de 90 en 95 km/u en botste met onverminderde snelheid op een stilstaande personenauto die deel uitmaakte van een file. Door de botsing werd deze auto tegen zijn voorganger gedrukt. De bestuurder overleed ter plekke aan zijn verwondingen. Uit onderzoek van de telefoon van verdachte blijkt dat hij gedurende de 43 seconden direct voorafgaand aan het ongeval verschillende handelingen op zijn in een houder geplaatste mobiele telefoon heeft verricht

VR 2026/131 Rijden onder invloed van cocaïne, bloedafname, geen schending artikel 53 Sv.

Jurisprudentie

De verdachte staat terecht op verdenking van het besturen van een personenauto na gebruik van cocaïne. Uit bloedonderzoek is gebleken dat het cocaïnegehalte in zijn bloed hoger is dan de toegestane grenswaarde. De verdediging voert aan dat de volgorde van voorgeleiding, verhoor en bloedafname onjuist was. De verdachte is namelijk eerst verhoord, tijdens dat verhoor is met zijn toestemming bloed afgenomen en pas daarna is hij voorgeleid aan de hulpofficier van justitie. Volgens de verdediging maakt deze volgorde dat de resultaten van het bloedonderzoek niet voor het bewijs mogen worden gebruikt

VR 2026/132 Artikel 164 WVW 1994 geen grondslag voor vergoeding schade bestuursrechtelijke ongeldigverklaring rijbewijs na strafrechtelijke vrijspraak. Wel toekenning rechtsbijstandskosten strafzaak.

Jurisprudentie

Verzoeker was vervolgd ter zake van een overtreding van artikel 8 WVW 1994. Naar aanleiding van deze verdenking deed de politie een schriftelijke mededeling bij het CBR als bedoeld in artikel 130 WVW 1994, waarna de geldigheid van zijn rijbewijs werd geschorst en het rijbewijs later ongeldig werd verklaard. De strafzaak is vervolgens geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Verzoeker verzocht op grond van artikel 164 WVW 1994 om vergoeding van de door hem geleden schade als gevolg van het verlies van zijn rijbewijs (€ 62.170,72) en op grond van artikel 530 Sv de kosten van

VR 2026/133 OM niet-ontvankelijk. Vertrouwensbeginsel. Rijden onder invloed van medicinale cannabis. Wel veroordeling rijden zonder geldig rijbewijs.

Jurisprudentie

Verdachte is in 2025 driemaal op het politiebureau geweest voor het rijden onder invloed van cannabis. Uit bloedonderzoek bleek dat het THC-gehalte hoger was dan de wettelijke grenswaarde: 7,0 microgram per liter bloed in zaak 1, 9,1 microgram in zaak 2 en 6,9 microgram in zaak 3. De verdediging voert aan dat het openbaar ministerie in deze drie zaken niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat bij verdachte het vertrouwen is gewekt dat zij niet zou worden vervolgd. Verdachte gebruikt cannabis op doktersvoorschrift en het CBR heeft haar, hoewel het met dit cannabisgebruik bekend was