VR 2026/124 Herbeoordelen door het openbaar ministerie
VR 2026/125 Afsluiting voor motorvoertuigen vanwege aanwijzing verplicht fietspad. Niet onevenredig en onzorgvuldig.
Het college van B&W van Voorschoten heeft besloten in de wijk Adegeest twee verplichte fietspaden te realiseren. Dit heeft tot gevolg dat delen van twee wegen worden afgesloten voor motorvoertuigen. Appellant betoogt dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheids-, motiverings- en gelijkheidsbeginsel, onder meer omdat te laat in het participatieproces duidelijk werd op welke wegen het besluit betrekking had en omdat in een andere wijk na bezwaren van belanghebbenden eenzelfde soort besluit door het college werd ingetrokken. De Afdeling oordeelt dat eventuele gebreken in het
VR 2026/126 Rijgeschiktheid, CBR, dementie, medische rapporten, goede procesorde.
Het CBR heeft appellant rijgeschikt verklaard voor de duur van één jaar, onder de voorwaarden “alleen tijdens privégebruik” en “automatische keuze van versnelling”. Aanleiding is een gezondheidsverklaring waarin staat dat appellant een vorm van dementie heeft en een beroerte, herseninfarct of hersenbloeding heeft gehad. Het CBR heeft het besluit gebaseerd op medische informatie van een klinisch geriater en een neuroloog, waarin staat dat sprake is van (gemengde) dementie, en een rijtest met voldoende resultaat. De Afdeling acht het hoger beroep ontvankelijk, hoewel het hogerberoepschrift één
VR 2026/127 Wahv. Geen strijd met het evenredigheidsbeginsel. Geen verlaging boete. Deze kantonrechter sluit niet aan bij ECLI:NL:RBMNE:2026:3707.
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van € 300,- voor het als bestuurder gebruiken van een puntstuk op de A12 te Bunnik. Betrokkene stelt dat het boetebedrag onevenredig hoog is. Volgens betrokkene is de verhoging van de Wahv-boetes per 1 maart 2024 met gemiddeld 10 % in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De verhoging van 10 % bestond uit 5,7 % indexatie vanwege inflatie en een beleidsmatige verhoging van 4,3 %. De kantonrechter overweegt dat het besluit waarbij de boetebedragen zijn verhoogd, kan worden getoetst aan algemene rechtsbeginselen, waaronder het evenredigheidsbeginsel