VR 2026/36, Civiele uitspraak Claim affectieschade zus van slachtoffer levensdelict. Kring van personen recht op affectieschade.
In de ochtend van 12 maart 2021 is in een sloot in Amsterdam een stoffelijk overschot aangetroffen. Het bleek een 22-jarige man te zijn, die eerder als vermist was opgegeven. Uit onderzoek naar de doodsoorzaak is gebleken dat het slachtoffer is overleden is aan de gevolgen van een inschotverwonding aan het hoofd. In het strafproces van de verdachte heeft de zus van het slachtoffer (A) zich als benadeelde partij gevoegd en € 17.500,- aan affectieschade gevorderd. Dit cassatiemiddel richt zich tegen het oordeel van het hof om A affectieschade toe te kennen en daarbij de
VR 2026/37, Civiele uitspraak Verzekeringsrecht. Moment aansprakelijkheidsstelling bepalend voor aanvang verjaringstermijn?
In november 2009 kreeg een werkneemster van Rabobank tijdens haar werkzaamheden een eenzijdig auto-ongeval. Rabobank had destijds een aansprakelijkheidsverzekering bij Zurich, waarvan de dekking per 1 oktober 2009 was uitgebreid tot aansprakelijkheid op grond van artikel 7:611 BW (goed werkgeverschap). Op 24 september 2014 berichtte de advocaat van de werkneemster Rabobank dat zij zich na het ongeval niet als goed werkgever zou hebben gedragen en dat de werkneemster haar rechten ondubbelzinnig voorbehield. Ter voorkoming van verjaring werd de brief aangemerkt als een stuitingsmededeling. Op 25
VR 2026/38, Civiele uitspraak Begrip ‘roekeloosheid’ conform artikel 7:952 BW. Botsing auto’s. Eigen schuld voorligger.
Appellanten houden zich voor werk bezig met goederenvervoer over de weg. In januari 2021 botste A met zijn Dodge Ram achterop een auto die zonder verlichting vanaf een tankstation de weg opreed. De Dodge Ram was WA-verzekerd bij Allianz. Met de bestuurder van de aangereden auto is een minnelijke regeling getroffen, waarbij 75% van diens schade is vergoed door Allianz. Op de verzekering waren de voorwaarden BST16 van toepassing, waarin dekking bij opzet of roekeloosheid is uitgesloten, een mededelingsplicht geldt en een verhaalsrecht is opgenomen bij uitkering op grond van de WAM zonder dekking
VR 2026/39, Civiele uitspraak Overgangsrecht Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht.
In 2020 was appellant X betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij met hoge snelheid met zijn motor tegen een auto botste die hem geen voorrang verleende. Hij heeft Unigarant, de WAM-verzekeraar van de auto, aangesproken tot vergoeding van zijn letselschade. De aansprakelijkheid is door Unigarant erkend. Om de omvang van de schade van X vast te stellen, acht hij medische expertises noodzakelijk. Daarom heeft hij op 19 december 2024 bij de rechtbank een verzoek ingediend tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht, waarbij hij benoeming verzocht van een KNO-arts, revalidatiearts
VR 2026/40, Civiele uitspraak Val over transportdolly in supermarkt. Aansprakelijkheid supermarkt. Geen eigen schuld.
In september 2022 viel appellante X over een transportdolly die in het gangpad van een Albert Heijn to go (AH to go) stond. Zij heeft daarbij blijvend letsel aan haar voet opgelopen. De AH to go wordt geëxploiteerd door Albron op het terrein van Tilburg University. Albron erkende aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval, maar beriep zich op eigen schuld aan de zijde van X. In de deelgeschilprocedure oordeelde de rechtbank dat Albron aansprakelijk was, maar dat sprake was van 25% eigen schuld aan de zijde van X. In de daaropvolgende bodemprocedure achtte de rechtbank zich aan dit