Verkeersrecht 2018-9

Editie
Datum uitgave: 

VR 2018/129 Beschikking. Kentekenhouder. Bekeuring op kenteken.

Jurisprudentie
De betrokkene, bestuurder van het voertuig, bevond zich in het voertuig op het moment dat de verbalisant hem aansprak. Zowel uit de verklaring van de betrokkene als uit die van de verbalisant blijkt dat de betrokkene, nadat de verbalisant hem een aankondiging van beschikking heeft aangezegd, onmiddellijk is weggereden zodat de verbalisant geen gelegenheid meer heeft gehad de daarvoor vereiste gegevens van de betrokkene te noteren. Onder die omstandigheden kan niet worden gezegd dat de verbalisant een reële mogelijkheid heeft gehad de aankondiging van beschikking aan de betrokkene als

VR 2018/130 Joyriding.

Jurisprudentie
Geïntimeerde heeft in een auto die toebehoorde aan appellante gereden zonder haar toestemming. Hij heeft daarbij een verkeersongeval veroorzaakt waarbij schade is ontstaan aan de auto. Appellante heeft hem aangesproken tot vergoeding van deze schade ad € 7.849,67. De vorderingen zijn in eerste aanleg afgewezen. Naar het oordeel van het hof heeft appellante voldoende aannemelijk gemaakt dat de auto haar eigendom was. Niet in geschil is dat geïntimeerde zonder haar toestemming in de auto heeft gereden en dat hij daarbij een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarvoor niemand anders

VR 2018/131 Vordering handhaving fietsverkeersregels Amsterdam afgewezen.

Jurisprudentie
Een bewoner van de Amsterdamse binnenstad stelt zich op het standpunt dat de Minister van Justitie en Veiligheid onrechtmatig handelt, omdat de Regio Politie Amstelland tekortschiet in de handhaving van (fiets)verkeersregels. De bewoner vordert dat de voorzieningenrechter de minister veroordeelt tot het geven van opdracht aan de hoofdofficier van het Parket Amsterdam om de Regio Politie Amstelland directieven te geven om de maatregelen te nemen die nodig zijn om de verkeersregels te handhaven. De voorzieningenrechter stelt voorop dat fietsers in Amsterdam geregeld verkeersregels overtreden en

VR 2018/132 Dodelijk verkeersongeval; shockschade? Vergoeding voor
affectieschade?

Jurisprudentie
X is in februari 2015 op de fiets aangereden door een vrachtauto en ter plekke overleden. X was afkomstig uit Frankrijk en werkte sinds enkele maanden in Nederland als au pair. Eisers zijn respectievelijk de ouders en de broer van X. De betrokken vrachtauto was WAM-verzekerd bij ABN AMRO. ABN AMRO heeft aansprakelijkheid erkend en de uitvaartkosten vergoed. Eisers vorderen (1) een verklaring voor recht dat is voldaan aan het zgn. confrontatievereiste in het kader van de shockschadejurisprudentie en (2) een veroordeling van ABN AMRO tot betaling van € 17.500,- aan ieder van hen als

VR 2018/133 Aansprakelijkheid wegbeheerder; botsing met wegbarricade;
descente.

Jurisprudentie
Tussenuitspraak 22 februari 2017 (ECLI:NL:OGEAA:2017:115): ten behoeve van een festival heeft X toestemming gekregen van het Land Aruba (hierna: het Land) om een weg af te sluiten door middel van een mobiele wegbarricade, die onder toezicht van de politie is geplaatst. De barricade stond op enige afstand van een kruising met verkeerslichten. Ter plaatse gold een maximumsnelheid van 80 km/u. Op 5 september omstreeks 23.20 uur reed eiser in de richting van de kruising. De verkeerslichten stonden op groen, zodat hij met onverminderde snelheid is doorgereden. Daarbij is hij in botsing gekomen