Verkeersrecht 2016-4

Datum uitgave: 
april, 2016

VR 2016/67 Verlaagde zekerheidstelling.

Bij beslissing van 12 juli 2013 heeft de kantonrechter aanleiding gezien de te stellen zekerheid te matigen tot € 75,-. Vervolgens heeft de kantonrechter bij de bestreden beslissing van 13 september 2013 het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de betrokkene niet tot het betalen van het gematigde bedrag aan zekerheid is overgegaan. De betrokkene is niet uitgenodigd voor een openbare zitting, teneinde te worden gehoord omtrent zijn financiële draagkracht. Naar het oordeel van het hof ten onrechte: indien een betrokkene in de procedure bij de kantonrechter met redenen omkleed aanvoert dat...Lees meer

VR 2016/68 Automatisch tot stand gekomen beschikking?

De door het CJIB aan de betrokkene toegezonden beschikking houdt de schriftelijke bevestiging in van het door de bevoegde ambtenaar genomen besluit tot oplegging van de sanctie. Die beschikking dient te worden aangemerkt als de beschikking in de zin van art. 4 WAHV. Anders dan de gemachtigde wil, is niet vereist dat de door de bevoegde ambtenaar genomen beslissing op hetzelfde moment schriftelijk door hem wordt vastgelegd. De opvatting van de gemachtigde dat de inleidende beschikking die aan de betrokkene bekend is gemaakt, moet worden onderscheiden van de 'eigenlijke' beschikking in de zin...Lees meer

VR 2016/69 Zekerheidstelling en vakantie.

Nu de betrokkene de CVOM er tijdig van op de hoogte had gesteld dat hij gedurende drie maanden - een periode waarbinnen cruciale procedurele termijnen kunnen verlopen - in het buitenland zou verblijven en een emailadres had opgegeven waarop hij gedurende zijn afwezigheid bereikbaar zou zijn, had van de CVOM in redelijkheid mogen worden verwacht dat tijdig aan de betrokkene kenbaar zou worden gemaakt dat de CVOM, zoals in het verweerschrift van de advocaat-generaal wordt gesteld, geen gebruik zou maken van de mogelijkheid van elektronische verzending. Dan had de betrokkene de gelegenheid gehad...Lees meer

VR 2016/70 Administratief beroep tegen administratieve sanctie (verkeersboete). OvJ in gebreke. Geen dwangsom.

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (verkeersboete) opgelegd. De officier van justitie beslist niet binnen de wettelijke termijn op het beroepschrift van betrokkene. Betrokkene stelt OvJ in gebreke. Een beslissing blijft uit waarop betrokkene in beroep gaat bij de kantonrechter en deze onder meer verzoekt dwangsommen vast te stellen. De OvJ neemt alsnog een besluit. Daardoor is het belang van betrokkene aan het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroep komen te ontvallen. Art. 4: 17 lid 1 Awb bepaalt dat het bestuursorgaan een dwangsom verbeurt indien...Lees meer

VR 2016/71 Administratief beroep tegen administratieve sanctie (verkeersboete). CVOM in gebreke gesteld. Geen dwangsom.

Betrokkene dient administratief beroep in bij de officier van justitie tegen oplegging administratieve sanctie (verkeersboete). Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de officier van justitie het administratief beroep van betrokkene ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard. De officier van justitie heeft betrokkene immers niet in de gelegenheid gesteld de beroepsgronden aan te vullen, ondanks zijn verzoek hiertoe, en heeft in plaats daarvan een beslissing op het administratief beroep gegeven. Betrokkene heeft bij brief erop gewezen dat hij niets meer heeft vernomen nadat hij zijn...Lees meer

Pagina's