VR 2019/64 De zelfrijdende auto en het overmachtsverweer van art. 185 WVW

Over de zelfrijdende auto wordt beweerd dat deze veiliger is dan een auto die wordt bestuurd door een mens.1) De opzet van dit artikel is om te onderzoeken of bij een ongeval veroorzaakt door een zelfrijdende auto minder snel sprake is van een geslaagd beroep op overmacht in de zin van art. 185 WVW dan wanneer het ongeval zou zijn veroorzaakt door een ‘reguliere’ auto. Een zelfrijdende auto is uitgerust met verschillende camera’s en sensoren, zodat deze meer kan en wellicht ook meer hoort waar te nemen dan een menselijke bestuurder in een reguliere auto. Een andere vraag is of de eigenaar of houder van een zelfrijdende auto regres kan nemen op de producent van de zelfrijdende auto op grond van art. 6:185 BW als een beroep op overmacht faalt. In dit artikel staan we in de tweede paragraaf stil bij het fenomeen van de zelfrijdende auto. Vervolgens wordt de productaansprakelijkheid ex art. 6:185 BW ten aanzien van zelfrijdende auto’s besproken (paragraaf 3). Paragraaf 4 gaat in op het overmachtsbegrip van art. 185 WVW in het algemeen. Vervolgens bespreken we de toepasselijkheid van art. 185 WVW op de zelfrijdende auto (paragraaf 5). We sluiten deze bijdrage af met een conclusie (paragraaf 6).

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.

Bestel dit artikel voor slechts € 3,95 excl. BTW door op de button 'Koop artikel' te klikken.

Nog geen abonnee? Klik op de button 'Abonneren' zodat ook u toegang krijgt tot de meest recente uitgaven en het archief van Verkeersrecht.