VR 2019/20 Aanscherping van de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor ernstige verkeersdelicten

VR 2019/20, Wim Vellinga, Aanscherping van de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor ernstige verkeersdelicten

Bestraffing van verkeersdelicten kan bijzonder lastig zijn. Dat komt onder meer doordat bij verkeersongevallen de mate van schuld en de ernst van de gevolgen niet steeds gelijk op lopen. Soms leidt een enkele aanmerkelijke onoplettendheid tot dood of zwaar lichamelijk letsel en pleegt de bestuurder een misdrijf (art. 6 WVW 1994), soms blijven zeer ernstige misdragingen in het verkeer zonder gevolgen en maakt de bestuurder zich louter schuldig aan een overtreding (een gedragsregel van het RVV 1990 of art. 5 WVW 1994). Daardoor maakt de huidige wet in de visie van de regering adequate bestraffing van dergelijke ernstige misdragingen zonder gevolgen niet goed mogelijk. Deze opvatting baseert de regering op de uitkomst van een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen naar de straftoemeting bij ernstige verkeersdelicten.2) Dit onderzoek leidde onder meer tot de conclusie dat er een groot verschil bestaat in straf die iemand opgelegd krijgt voor het maken van slachtoffers door zeer gevaarlijk rijgedrag en de straf voor iemand die met hetzelfde gedrag door een gelukkig toeval niemand letsel toebrengt. Hierdoor, aldus de onderzoekers, is sprake van een "strafgat" tussen (zeer) gevaarlijk rijgedrag zonder en (zeer) gevaarlijk rijgedrag met gevolgen.3) Dit "strafgat" wenst de regering in het wetsvoorstel tot aanscherping van de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor ernstige verkeersdelicten te dichten met een nieuw art. 5a WVW 1994, een misdrijf, dat straf stelt op zeer gevaarlijk rijgedrag zonder gevolgen.4) Door vervolgens te bepalen dat schending van het nieuwe art. 5a roekeloosheid oplevert, wordt beoogd te verduidelijken waarin roekeloosheid als zwaarste vorm van schuld5) bij dood of zwaar lichamelijk letsel door schuld (art. 6 jo. 175 WVW 1994) kan bestaan. Het onderzoek naar de straftoemeting bij ernstige verkeersdelicten laat verder zien dat bij bepaalde verkeersovertredingen het huidige strafmaximum niet de in de rechtspraktijk benodigde ruimte biedt. Daarom stelt de regering voor de maximumstraf voor enkele verkeersdelicten te verhogen. Het wetsvoorstel is mede ingegeven door een onderzoek van Intervict (Tilburg University)6) over de beleving door slachtoffers van de berechting van verkeersdelicten. Zij bleken in meerderheid ontevreden over zowel de kwalificatie van het delict als de opgelegde straf.7)

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.

Bestel dit artikel voor slechts € 3,95 excl. BTW door op de button 'Koop artikel' te klikken.

Nog geen abonnee? Klik op de button 'Abonneren' zodat ook u toegang krijgt tot de meest recente uitgaven en het archief van Verkeersrecht.