Zoeken

8137 resultaten gevonden

  1. VR 2025/91 Verkeersongeval tijdens werkzaamheden. Onverzekerde werkgever aansprakelijk.

    Jurisprudentie

    Gedaagde in het verzet (A) heeft littekens in zijn ogen door een toxoplasmose-infectie die hij in 2002 had gekregen. Daarnaast heeft hij diabetes type 1. A trad op 1 december 2020 als bezorger in dienst bij eisers in het verzet (X) op basis van een nul-urencontract. Op 13 januari 2021 kreeg A een verkeersongeval met een door de werkgever verstrekte scooter. Tijdens het bezorgen reed hij tegen een paaltje en liep hierdoor letsel op. Op 14 juni 2023 stelde hij X aansprakelijk, omdat de werkgever verplicht zou zijn een behoorlijke verzekering af te sluiten voor arbeidsgerelateerde

  2. VR 2025/92 Aanrijding met kei. Aansprakelijkheid wegbeheerder. Zorgplicht. Schadevergoeding.

    Jurisprudentie

    Op 26 april 2023 parkeerde eiseres haar auto op een parkeerterrein die beheerd wordt door X (gedaagde). Bij het verlaten van het terrein raakte zij met haar auto een kei. Zij stelt X aansprakelijk voor de schade vanwege de plaatsing van de kei. X betwist deze aansprakelijkheid. De kantonrechter beoordeelt de zaak aan de hand van de zorgplicht van X als wegbeheerder om de veiligheid van de weg te waarborgen, zoals bepaald in artikel 6:174 BW en artikel 6:162 BW. Een wegbeheerder is aansprakelijk voor gebreken die samenhangen met de verkeersfunctie van de weg. De kei had geen verkeersfunctie en

  3. VR 2025/93 Aansprakelijkheid fietser voor schade aan auto bij verkeersongeval. Geen overmacht.

    Jurisprudentie

    Op 9 september 2022 vond op een fietsoversteekplaats een aanrijding plaats tussen gedaagde en A, de partner van eiser. De fiets van gedaagde raakte beschadigd en hij liep letsel op. De verzekeraar van eiser erkende 50% aansprakelijkheid voor de letselschade. Het geschil draait om de materiële schade aan de auto van eiser. Eiser vordert betaling van schade aan zijn auto, expertisekosten, buitengerechtelijke kosten en proces- en nakosten met rente. Hij stelt dat A geen enkel verwijt treft en dat de fout van gedaagde onaannemelijk was. Als er geen overmacht was, stelt eiser dat het verkeersgedrag

  4. VR 2025/94 Deelgeschil. Verkeersongeval tussen fietser en auto. Letselschade. Recht op smartengeld.

    Jurisprudentie

    Op 19 september 2022 werd verzoekster X op haar racefiets aangereden door een auto die verzekerd was bij ZLM. Ze raakte ernstig gewond: zes ribben waren gebroken, vier van haar ruggenwervels waren beschadigd, en haar linkernier was zo ernstig beschadigd dat deze verwijderd moest worden. Vier maanden later kreeg ze ook klachten aan haar linkerschouder. Inmiddels is haar medische toestand stabiel, maar de gevolgen van het ongeluk blijven zwaar. ZLM heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend en partijen hebben de schaderegeling ter hand genomen. Ze kwamen overeen over bijna

  5. VR 2025/95 Ongeval tussen scooterrijder en fietser. Reflexwerking artikel 185 WVW. Billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Op 2 maart 2023 vond er op een kruising een verkeersongeval plaats tussen scooterrijder A en fietser X. A kwam ten val en raakte gewond. Hij is met een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd en is daar een aantal dagen opgenomen geweest. Tijdens de opname is hij geopereerd aan een botbreuk met breuken aan beide botten van het onderbeen. Daarna volgde een revalidatietraject van enkele maanden. In onderhavig deelgeschil verzoekt A de rechtbank om X volledig aansprakelijk te stellen voor het ongeval, en vordert daarbij een voorschot van € 15.000,- op zijn schade en vergoeding van de proceskosten

  6. VR 2025/96 Deelgeschil. Blijvende letselschade door aanrijding. Gebonden aan rapport deskundige.

    Jurisprudentie

    Op 28 juni 2010 werd X op haar fiets aangereden door een motorfietser. Deze reed door na de aanrijding. X werd met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht en meldde pijn aan haar linkerknie en verlammingsverschijnselen. Medische onderzoeken wezen aanvankelijk op mogelijke zenuwbeschadiging, maar later werd ook de erfelijke spierziekte Charcot-Marie-Tooth (CMT) vastgesteld. Daarnaast suggereerden specialisten dat de klachten mogelijk veroorzaakt werden door een conversiestoornis. De bestuurder van de motorfiets was verzekerd bij Allianz en die erkende aansprakelijkheid voor het ongeval

  7. VR 2025/97 Deelgeschil. Achterop aanrijding. Diverse deskundigenrapporten. Juridisch causaal verband.

    Jurisprudentie

    Op 26 april 2019 was X (47 jaar) betrokken bij een kop-staartbotsing in de Velsertunnel (A22). De bestuurder van de personenauto die haar van achteren aanreed, was verzekerd bij Allianz. Allianz heeft ook aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Direct na het ongeval meldde X klachten zoals hoofdpijn, nekpijn, rugpijn en concentratieproblemen. In de jaren daarna onderging ze diverse behandelingen bij specialisten, waaronder psychologen, fysiotherapeuten en pijnspecialisten. In maart 2024 startte ze een revalidatietraject bij de Stichting Revalidatiegeneeskunde Nederland (SRN). Na drie

  8. VR 2025/98 Letselschadezaak na verkeersongeval. Feitenonderzoek door verzekeraar. Geen redelijk vermoeden van fraude.

    Jurisprudentie

    Op 14 december 2019 vond een verkeersongeval plaats waarbij X en een verzekerde van Nationale-Nederlanden (NN) betrokken waren. NN erkende de aansprakelijkheid voor het ongeval namens haar verzekerde. X claimde daarop (letsel)schade en zijn belangenbehartiger heeft documenten ter onderbouwing van de schadeclaim gestuurd. In het ingezonden rapport werd beschreven dat X klachten had aan de onderrug, rechterbeen en lies. Door deze klachten kon hij zijn werk als pandenverhuurder niet meer uitvoeren. Er werd een schadebedrag van € 3.760,50 opgevoerd, inclusief verlies aan verdienvermogen. Op 9

  9. VR 2026/03 Salduz. Recht op rechtsbijstand is ook van toepassing in Wahv-zaken.

    Jurisprudentie
    Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd vanwege het vasthouden van de mobiele telefoon. Bij de staandehouding verklaarde zij dat de telefoon wel vasthield, maar er niet actief op bezig was. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat deze verklaring niet gebruikt kan worden, omdat zij bij de staandehouding niet is gewezen op het recht op rechtsbijstand. Het hof oordeelt dat het recht op rechtsbijstand zo fundamenteel is dat dit ook in Wahv-zaken onverkort geldt en niet onder de 'Jussila-versoepeling' valt. Als een betrokkene in een Wahv-zaak een verklaring heeft afgelegd
  10. VR 2026/04 EMG na bezwaar herroepen en in later besluit omgezet naar rijvaardigheidsonderzoek. Geen strijd met verbod reformatio in peius, wel met art. 7:11 lid 2 Awb.

    Jurisprudentie

    Het CBR heeft aan eiseres een EMG opgelegd, nadat de politie had gemeld dat zij langdurig onnodig links reed, slingerde en niet direct reageerde op een stopteken. Eiseres maakte bezwaar en het CBR verklaart het beroep gegrond. Het CBR kondigde aan dat een nieuw besluit zou volgen. In dat nieuwe besluit kreeg eiseres een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd. Ook tegen dit besluit maakte zij bezwaar, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens ging zij in beroep. Eiseres stelt dat het CBR het verbod op reformatio in peius had geschonden. Door bezwaar te maken zou zij in een slechtere

  11. VR 2026/05 Verklaring over nuttigen alcohol ná ongeval en getuigenverklaring hierover ongeloofwaardig.

    Jurisprudentie

    Verdachte raakt betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval. Na het ongeval wordt hij door zijn moeder naar huis gereden. Naar aanleiding van een melding van de moeder van verdachte zijn verbalisanten naar diens woning gegaan om hem te controleren en een blaas- en speekseltest af te nemen. Verdachte werkte hieraan mee en verklaarde dat hij slechts één biertje had gedronken. Op basis van de uitslag van de blaastest werd de verdachte meegenomen naar het politiebureau voor een ademanalyse, waaruit bleek dat zijn ademalcoholgehalte 585 microgram per liter uitgeademde lucht betrof. Zowel de

  12. VR 2026/06 Ongeval na wedstrijd met scooters op de weg. Roekeloosheid.

    Jurisprudentie

    Verdachte maakte deel uit van een groep bromfietsers en motorscooters die met elkaar aan het sprinten waren om te kijken wie er het snelst aan het eind van de weg was. Hierbij haalde verdachte gevaarlijk in op onoverzichtelijke plaatsen en hield onvoldoende rechts. Er volgde een frontale aanrijding met een bestuurder die uit de tegenovergestelde richting kwam, waarna verdachte daarna de plaats van het ongeval verliet. Bovendien reed verdachte onverzekerd. De verdediging betwist het door de rechtbank bewezenverklaarde roekeloosheid. Het hof stelt als eerste vast dat hier sprake is van een

  13. VR 2026/07 Dwarslaesie opgelopen bij deelname aan hindernisbaan. Onrechtmatige gevaarzetting.

    Jurisprudentie
    In 2019 nam A (appellant) deel aan een door Titan georganiseerde evenement ‘Titan Swim’. Toen A van het obstakel ‘de piramid’ sprong, gleed hij uit en als gevolg daarvan liep hij een dwarslaesie op. In eerste aanleg heeft toetsing aan de kelderluikcriteria niet geleid tot de conclusie dat de organisator meer veiligheidsmaatregelen had moeten nemen. Het obstakel zelf was niet gevaarlijk en het gevaar van het springen van de bovenste trede van het obstakel was voor de deelnemer voldoende kenbaar. Het betrof de eigen beoordelingsverantwoordelijkheid van A. De rechtbank concludeerde dat de
  14. VR 2026/08 Ongeval bij cursus Toprope klimmen. Letselschade. Kelderluikcriteria.

    Jurisprudentie
    Van januari 2016 tot januari 2023 exploiteerde Klimmuur Haarlem een grote klimhal in Haarlem, waar ook cursussen Toprope klimmen werden gegeven. Bij Toprope klimmen klimt een persoon aan een touw, terwijl een ander beneden zekert met een tuber-apparaat. Appellante P had zich ingeschreven voor de Basiscursus Sportklimmen. De cursus bestond uit vier lessen en hiermee kon P het Certificaat K2 behalen om zelfstandig te klimmen. Tijdens de derde les viel P van ongeveer twaalf meter hoogte op de vloer. Hierdoor liep zij ernstige fracturen op aan haar voeten en benen. P moest maanden revalideren. P
  15. VR 2026/09 Snorfietser ten val door omgewaaid schrikhek. Gevaarzetting? Aansprakelijkheid gemeente.

    Jurisprudentie

    Op maandag 11 maart 2019 vonden op de Julianalaan in Delft vrijwel gelijktijdig twee ongevallen plaats doordat scooterrijders tegen een omgewaaid schrikhek reden. Eén slachtoffer overleed later, het andere slachtoffer (A) liep hoofdletsel op en verbleef enkele maanden in een revalidatiecentrum. Ten tijde van het ongeval was het donker en vochtig door neerslag. Door wegwerkzaamheden was de Julianalaan deels afgesloten voor motorvoertuigen, met waarschuwingsborden die omleidingen aangaven. Het schrikhek stond midden op de rijbaan, niet verzwaard, maar (snor)fietsers konden erlangs via de

  16. VR 2026/099 Nul-emissiezone, verkeersbesluit, bedrijfs- en vrachtauto’s, milieubelang, evenredigheid

    Jurisprudentie
    Het college stelt een verkeersbesluit vast voor invoering van een nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s binnen de stadsring. Ondernemers op het bedrijventerrein binnen deze zone voeren aan dat het milieueffect onvoldoende duidelijk is en dat hun bedrijventerrein, net als een ander bedrijventerrein, van de zone had moeten worden uitgezonderd. De Afdeling stelt voorop dat het college beoordelingsruimte heeft bij het bepalen van welke verkeersmaatregelen nodig zijn ter bescherming van onder meer milieubelangen, en beleidsruimte bij afweging van betrokken belangen. De Afdeling oordeelt
  17. VR 2026/10 Inzittende verzekering. Beroep op alcoholuitsluiting faalt. Sprake van gezinsverband.

    Jurisprudentie

    Op 23 mei 2015 overleed de bestuurder van een auto door een eenzijdig verkeerongeval. Het slachtoffer had bij Allianz een inzittendeverzekering afgesloten. X, de partner van de bestuurder, vorderde schadevergoeding bestaande uit begrafeniskosten en kosten van levensonderhoud. Allianz heeft de dekking primair geweigerd, omdat er geen sprake zou zijn van samenwoning in gezinsverband. Subsidiair is de dekking geweigerd vanwege de uitsluiting in geval van alcoholgebruik boven de wettelijke limiet. In eerste aanleg is de vordering van X toegewezen en is door de rechtbank geoordeeld dat zij

  18. VR 2026/100 Wijziging geregistreerde CO2-uitstoot. Interne werkwijze RDW om hoogste waarde uit range van Europese typegoedkeuring te kiezen – zonder ruimte voor tegenbewijs –in strijd met geharmoniseerde stelsel van de Europese typegoedkeuring.

    Jurisprudentie
    Appellante heeft een voertuig vanuit Spanje ingevoerd en voor registratie bij de RDW een Spaans kentekenbewijs overgelegd waarop geen CO2-uitstoot was vermeld. De RDW heeft daarop aan de hand van de Europese typegoedkeuringsdatabase de hoogste waarde uit de daarin opgenomen bandbreedte geregistreerd (144 gr/km). Op basis daarvan heeft de Belastingdienst een naheffingsaanslag opgelegd, omdat appellante een lagere uitstoot had opgegeven. Het verzoek van appellante om wijziging van de geregistreerde CO2-uitstoot naar 135 gr/km, onder verwijzing naar zeventig vergelijkbare voertuigen met dezelfde
  19. VR 2026/101 Wijziging geregistreerde CO2-uitstoot. Interne werkwijze RDW strijdig met EU-recht. Niet gelukt aannemelijk te maken dat geregistreerde CO2-uitstoot onjuist is.

    Jurisprudentie
    Appellante heeft een voertuig vanuit Polen ingevoerd naar Nederland. Op het Poolse kentekenbewijs stond wel de Europese typegoedkeuring, maar geen CO2-uitstoot vermeld. De RDW heeft daarop de typegoedkeuring ingevoerd in een Europese database en de hoogste waarde uit de daaruit volgende range gekozen, waardoor een CO2-uitstoot van 177 gr/km in het kentekenregister werd opgenomen. Nadat appellante een naheffingsaanslag van de Belastingdienst had ontvangen, verzocht zij de RDW op grond van artikel 43e WVW 1994 om wijziging van de geregistreerde uitstoot naar 158 gr/km. Ter onderbouwing verwees
  20. VR 2026/102 Geregistreerde CO2-uitstoot te hoog. Wijzigingsverzoek. Referentielijst met 188 gelijksoortige voertuigen. Onzorgvuldige voorbereiding RDW. Hoger beroep gegrond.

    Jurisprudentie
    Appellant heeft een voertuig vanuit Tsjechië ingevoerd naar Nederland. Op het Tsjechische kentekenbewijs stond een onvolledige Europese typegoedkeuring vermeld en was geen vermelding van de CO2-uitstoot opgenomen. De RDW heeft vervolgens zelf de CO2-uitstoot berekend volgens de Scandinavische rekenmethode, waardoor een CO2-uitstoot van 186 gr/km in het kentekenregister werd opgenomen. Omdat de geregistreerde CO2-uitstoot volgens appellant onjuist is, verzocht hij de RDW op grond van art. 43e WVW 1994 om wijziging van de geregistreerde uitstoot naar 141 gr/km. Ter onderbouwing heeft appellant

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!