Zoeken

8040 resultaten gevonden

  1. VR 2025/13 Artikel 6 WVW 1994. Aanrijding personenauto met bromfietser en fietser. Roekeloos rijgedrag. Verlaten plaats ongeval.

    Jurisprudentie

    De verdachte wordt verweten op een drukke zaterdagavond als bestuurder van een personenauto twee keer de toegestane snelheid te hebben gereden. Op enig moment is de verdachte in een slip geraakt en in de tegengestelde rijrichting terechtgekomen. Hij heeft daarbij een brommer aangereden en een fietser is ten val gekomen. De bestuurder van de brommer is om het leven gekomen en de fietser is gewond geraakt. De verdachte is na het ongeval doorgereden. Naar het oordeel van het hof is geen sprake van doodslag, nu de gedragingen van de verdachte niet aangemerkt kunnen worden als naar hun uiterlijke

  2. VR 2025/130 Aanrijding met fietser op voorrangskruising. Geen momentane onoplettendheid. Veroordeling voor artikel 6 WVW 1994.

    Jurisprudentie
    Verdachte nadert als bestuurder van een personenauto een kruispunt waar fietsers voorrang hebben. Verdachte verleent geen voorrang aan een overstekende fietser, die als gevolg van de aanrijding overlijdt. Verdachte verklaart ter terechtzitting dat zij het slachtoffer niet heeft gezien. Het hof overweegt dat het slachtoffer op meerdere momenten zichtbaar moet zijn geweest en dat verdachte op al die momenten de gelegenheid had om te stoppen. Nu verdachte verklaart dat zij het slachtoffer niet heeft gezien, kan het niet anders dan dat verdachte op al die momenten niet de nodige voorzichtigheid en
  3. VR 2025/131 Extreme snelheidsovertreding voldoende voor bewezenverklaring van roekeloosheid.

    Jurisprudentie
    Verdachte rijdt met een snelheid van ongeveer 243 tot 255 kilometer per uur over een afstand van tien kilometer op de autosnelweg. Met deze snelheid rijdt verdachte vervolgens tegen de linkerachterzijde aan van een andere auto. Als gevolg van dit ongeval, overlijdt een inzittende en twee anderen lopen zwaar lichamelijk letsel op. De verdediging bepleit dat het tenlastegelegde roekeloosheid niet kan worden bewezen. Artikel 5a WVW verbiedt namelijk het in ernstige mate schenden van de verkeersregels (meervoud), terwijl verdachte slechts één verkeersregel heeft geschonden, namelijk het
  4. VR 2025/132 Meermalen insturen op lesauto. Overtreding art. 5a WVW 1994.

    Jurisprudentie
    Verdachte rijdt als bestuurder van een bedrijfsauto op een invoegstrook van een snelweg. Op de parallelbaan van de snelweg rijdt een lesauto met daarin een leerling en een rijinstructeur. Verdachte rijdt op dat moment schuin achter de lesauto. Vervolgens versnelt verdachte en probeert voor de lesauto in te voegen, terwijl daar geen ruimte voor is. Verdachte stuurt desondanks naar links, waardoor de lesauto moet uitwijken en over het verdrijvingsvlak moet rijden. Na het verlaten van het verdrijvingsvlak komt de lesauto op de rechterrijstrook van de snelweg terecht. Verdachte rijdt over het
  5. VR 2025/133 Ook aangehouden verdachte is passagier in de zin van art. 59 RVV 1990. Sanctie voor niet dragen autogordel terecht opgelegd.

    Jurisprudentie
    Betrokkene is aangehouden en wordt in een politievoertuig naar het politiebureau vervoerd. Omdat betrokkene weigert de autogordel te gebruiken, wordt hier een administratieve sanctie voor opgelegd. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene niet als passagier in de zin van artikel 59, eerste lid van het RVV 1990 kan worden aangemerkt, nu betrokkene ten tijde van de gedraging als aangehouden verdachte in een politiebus zat. Het hof overweegt dat het RVV 1990 geen definitie bevat van het begrip passagier en geen uitzonderingen kent voor het vervoer van personen in een voertuig van de politie
  6. VR 2025/134 Rijden op monowheel. Vrijspraak omdat constructiesnelheid en vermogen zijn niet zijn onderzocht.

    Jurisprudentie
    Verdachte wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan een overtreding van artikel 20h van de Wegenverkeerswet 1994 door op een monowheel te rijden. Het is volgens dit artikel verboden een motorrijtuig als bedoeld in artikel 20b van de Wegenverkeerswet, dat niet is aangewezen, op de weg te gebruiken of te laten staan. Artikel 20b ziet op bromfietsen zoals omschreven in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder d, van de Wegenverkeerswet 1994. Dit laatste artikel heeft betrekking op motorrijtuigen die een maximumconstructiesnelheid hebben van niet meer dan 25 km/h en zijn uitgerust met
  7. VR 2025/135 Eenzijdig dodelijk ongeval. Bestuurder onder invloed. Regresvordering van verzekeraar.

    Jurisprudentie
    A (appellant) heeft in de nacht van 23 op 24 november 2018 met te veel alcohol een auto bestuurd en een eenzijdig verkeersongeval veroorzaakt. Bij het ongeval is een inzittende van de auto overleden. De Vereende heeft als verzekeraar van zijn auto schadevergoeding betaald aan de nabestaanden van het slachtoffer. In eerste aanleg heeft de Vereende de door haar uitgekeerde schade en gemaakte kosten op appellant verhaald. De rechtbank heeft de vordering van de Vereende grotendeels toegewezen. In hoger beroep verzoekt appellant om de toegewezen vorderingen alsnog af te wijzen. De Vereende vorderde
  8. VR 2025/14 Wie is overtreder in de zin van de Awb: verhuurder of huurder van deelscooter?

    Jurisprudentie
    Een boete van € 90,- is opgelegd aan een verhuurder van deelscooters wegens het parkeren van een scooter op een wijze die overlast veroorzaakt of kan veroorzaken. De vraag die voorligt is wie als overtreder kan worden aangemerkt: de huurder of verhuurder van de deelscooter. De kantonrechter zoekt aansluiting bij jurisprudentie van de Hoge Raad. In deze zaak is niet meteen te achterhalen wie de scooter op een zodanige wijze heeft achtergelaten dat daarmee overlast wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt. De vraag is of de gedraging heeft plaatsgevonden, dan wel is verricht in de sfeer van
  9. VR 2025/140 Identiteit van bestuurder mag ook later worden achterhaald om sanctie alsnog op te leggen.

    Jurisprudentie

    Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd als bestuurder. De verbalisanten konden hem op het moment van de gedraging echter niet direct staande houden. Later zijn zij naar het adres van de kentekenhouder gegaan, waar zij hoorden wie had gereden. De bestuurder werd daarop door de verbalisanten herkend. De gemachtigde stelt dat de sanctie niet aan de bestuurder had mogen worden opgelegd, omdat diens identiteit niet aanstonds was vastgesteld. Volgens hem had de sanctie daarom aan de kentekenhouder moeten worden opgelegd. Het hof oordeelt dat de sanctie aan de kentekenhouder kán

  10. VR 2025/141  Verdachte is onvolledig geïnformeerd over al zijn verplichtingen om een tegenonderzoek uit te laten voeren. Volgt vrijspraak.

    Jurisprudentie
    Op basis van de uitslag van de ademanalyse wordt verdachte verweten dat hij onder invloed heeft gereden. Verdachte is gewezen op het recht om een tegenonderzoek uit te laten voeren en hij heeft kenbaar gemaakt hiervan gebruik te willen maken. Een tegenonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief van en voor rekening van de verdachte. Verdachte heeft echter geen contact opgenomen met het laboratorium en ook de kosten van het tegenonderzoek niet betaald, waardoor het tegenonderzoek niet is uitgevoerd. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte op de hoogte is gebracht van wat verder nog van hem werd
  11. VR 2025/142 Tegemoetkomende fietser bij inhalen over het hoofd gezien. Tijdelijk, kort moment van onoplettendheid. Vrijspraak voor art. 6 WVW 1994.

    Jurisprudentie

    Verdachte rijdt op een weg die vier meter breed is en waar een maximumsnelheid geldt van 60 km/u. Verdachte rijdt niet harder dan de maximumsnelheid. Aan de rechterzijde van de weg lopen voetgangers. Verdachte gaat op de linker weghelft rijden om de voetgangers in te halen. Zij ziet hierbij een tegemoetkomende fietser over het hoofd en rijdt deze aan. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van overtreding van artikel 6 WVW 1994. Verdachte heeft onvoldoende opgelet of er tegemoetkomend verkeer aankwam, terwijl zij de fietser wel had kunnen en moeten zien. De rechtbank ziet deze enkele fout

  12. VR 2025/143 Epileptische aanval vrachtwagenchauffeur. Verdachte was niet medicatietrouw, reed onder invloed en was door zijn aandoening onbevoegd om een vrachtwagen te besturen.

    Jurisprudentie

    Bewezenverklaring art. 6 WVW 1994. Een vrachtwagenchauffeur krijgt een epileptische aanval en verliest daardoor de controle over zijn voertuig. De vrachtwagen rijdt hierdoor van de dijk af en komt terecht op een groep mensen die onderaan de dijk aan het barbecueën zijn. Daarbij komen zes personen en een ongeboren kind om het leven. De rechtbank overweegt dat verdachte door een neuroloog was gewaarschuwd dat hij medicatietrouw moet zijn, een regelmatig slaap-waakritme moet hebben en geen drugs moet gebruiken. Verdachte heeft desondanks zijn medicatie niet dagelijks op een vast tijdstip

  13. VR 2025/144 Ongeval in Parijs tijdens werkzaamheden. Dekking AVB? WAM-plichtig voertuig.

    Jurisprudentie

    A (eiseres) is actief in de productie en begeleiding van grootschalige evenementen en levert daarvoor diensten en personeel. Zij heeft via tussenpersoon YouSure een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB-verzekering) afgesloten bij NN. In de polisvoorwaarden is onder andere een clausule opgenomen waarin aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door gemotoriseerde voertuigen wordt uitgesloten. Volgens de polis geldt bovendien dat schade met of door een motorrijtuig niet is gedekt wanneer daarvoor een WAM-verzekeringsplicht bestaat. Op 22 juli 2024 was B (eiser) als zzp’er ingehuurd door

  14. VR 2025/145 Ongeval tussen fietser en scooter. Scooterrijder droeg geen helm. Geen billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    In de nacht van 20 november 2022 botsten de 27-jarige fietser A (gedaagde) en de 21-jarige scooterrijder X (eiser) op de Van Woustraat nabij de kruising met de Ceintuurbaan in Amsterdam. A sloeg vanuit de Ceintuurbaan rechtsaf, maakte een slinger naar het midden van de rijbaan en keerde terug naar de fietsstrook, precies toen X hem daar zonder helm inhaalde. De sturen raakten elkaar, waarna beiden vielen. X liep hierbij ernstig schedel-hersenletsel op en werd hiervoor tweemaal geopereerd. X heeft blijvend gehoorverlies rechts, evenwichtsproblemen, prikkelgevoeligheid en concentratiestoornissen

  15. VR 2025/146 Kop-staartbotsing door overstekende eenden. Stelplicht en bewijslast verkeersfout. Eigen schuld?

    Jurisprudentie

    Op 30 maart 2022 remde X (eiser) op een 80 km-weg voor overstekende eenden. Hij kwam tot stilstand en kort daarna botste de achter hem rijdende A op zijn auto. X heeft als gevolg van deze kop-staartbotsing lichamelijke en materiële schade geleden en stelt A hiervoor aansprakelijk. X stelt dat hij beheerst remde vanwege een verkeersnoodzaak en dat A te hard reed en onvoldoende afstand hield. A is verzekerd bij Achmea en namens hem betwist Achmea deze stelling van X. Achmea stelt dat A met adaptive cruise control altijd op veilige afstand rijdt. Volgens Achmea maakte X onverwacht een noodstop

  16. VR 2025/147 Deelgeschil letselschade. Uitglijden vijver. Aansprakelijkheid organisator evenement of gemeente.

    Jurisprudentie

    Op 18 november 2022 bezocht X (verzoekster) met haar zoon het lichtfestival Glow in Eindhoven. Toen zij op het Stadhuisplein zag dat een echtpaar was gevallen, wilde zij hen helpen, maar kwam zij zelf ten val. De plek lag niet op de officiële Glow-route. X brak haar linkerarm en moest later worden geopereerd. Zij stelt de gemeente Eindhoven en organisator Glow aansprakelijk, maar beide partijen hebben dit afgewezen. Volgens X is de gemeente tekortgeschoten als wegbeheerder doordat de vijverbodem glad was, en heeft Glow onvoldoende veiligheidsmaatregelen getroffen. Middels deze procedure

  17. VR 2025/148 Aansprakelijkheid exploitant kermisattractie ‘Funhouse’ voor letsel kind.

    Jurisprudentie

    Op 16 juni 2010 bezocht X (verzoekster) met haar dochter en 3-jarige zoon de kermis in Nijkerk. In de zogenaamde ‘fun-house’ genaamd New York New York ging het mis. Haar zoon viel en kwam met zijn hand klem te zitten tussen de band en de vloer. De band bleef draaien, waardoor hij brandwonden en een gekneusde hand opliep. Hij werd geopereerd en kreeg een huidtransplantatie. X stelt de eigenaresse van de attractie aansprakelijk voor de schade. Uit onderzoek van de NVWA bleek dat er meerdere ongevallen met kinderen waren geweest en dat de attractie niet voldeed aan veiligheidsvoorschriften. Er

  18. VR 2025/15 Aansprakelijkheid, bijzondere manoeuvre, eigen schuld.

    Jurisprudentie

    In deze zaak was A betrokken bij een verkeersongeval tijdens een proefrit met een motor, waarbij hij letsel opliep na een botsing met een auto die aan het keren was op de weg. Hij stelde de Duitse verzekeringsmaatschappij AXA aansprakelijk. AXA wordt vertegenwoordigd door haar Nederlandse vertegenwoordiger AVUS. AVUS heeft de aansprakelijkheid afgewezen. Het NBM, dat verantwoordelijk was voor schade veroorzaakt door buitenlandse voertuigen volgens de WAM, werd in de procedure betrokken. In de deelgeschilprocedure oordeelde de rechtbank dat het NBM aansprakelijk was voor de schade van A en

  19. VR 2025/16 Letselschade, aanrijding kind, deskundige, geen blijvende beperkingen.

    Jurisprudentie

    In deze uitspraak wordt vastgesteld dat A tijdens de lopende procedure op 13 augustus 2022 meerderjarig is geworden. X en Y zijn de wettelijk vertegenwoordigers van A. Omdat er geen verzoek tot schorsing is ingediend door X en Y, zal de procedure conform artikel 225 lid 2 Rv op naam van X en Y worden voortgezet. De rechtbank handhaaft de eerdere overwegingen en beslissingen in de tussenliggende vonnissen. In het tussenvonnis van 23 juni 2021 heeft de rechtbank bepaald dat de beoordeling moet plaatsvinden of er sprake is van aanhoudende ongevalsgerelateerde schade bij A, die verder gaat dan de

  20. VR 2025/17 Deelgeschil. Letselschade na verkeersongeval op rotonde. Artikel 185 WVW. Billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Op 5 augustus 2022 vond een verkeersongeval plaats waarbij fietser X aangereden werd bij het oversteken van de rotonde door automobilist A. X moest voorrang verlenen aan het verkeer op de rotonde volgens de verkeersborden en haaientanden. A wisselde op de rotonde van rijbaan via een doorgetrokken streep en zogenaamde “broodjes” om rechtsaf te slaan, hetgeen resulteerde in de aanrijding. Voor en na de opening van een afslag op de rotonde bevinden zich dubbele lijnen, dit zijn de zogenaamde broodjes. Als gevolg van de aanrijding liep X letsel op, waaronder knieklachten en mentale schade. Ook is

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!