Zoeken

121 resultaten gevonden

  1. VR 2025/14 Wie is overtreder in de zin van de Awb: verhuurder of huurder van deelscooter?

    Jurisprudentie
    Een boete van € 90,- is opgelegd aan een verhuurder van deelscooters wegens het parkeren van een scooter op een wijze die overlast veroorzaakt of kan veroorzaken. De vraag die voorligt is wie als overtreder kan worden aangemerkt: de huurder of verhuurder van de deelscooter. De kantonrechter zoekt aansluiting bij jurisprudentie van de Hoge Raad. In deze zaak is niet meteen te achterhalen wie de scooter op een zodanige wijze heeft achtergelaten dat daarmee overlast wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt. De vraag is of de gedraging heeft plaatsgevonden, dan wel is verricht in de sfeer van
  2. VR 2025/140 Identiteit van bestuurder mag ook later worden achterhaald om sanctie alsnog op te leggen.

    Jurisprudentie

    Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd als bestuurder. De verbalisanten konden hem op het moment van de gedraging echter niet direct staande houden. Later zijn zij naar het adres van de kentekenhouder gegaan, waar zij hoorden wie had gereden. De bestuurder werd daarop door de verbalisanten herkend. De gemachtigde stelt dat de sanctie niet aan de bestuurder had mogen worden opgelegd, omdat diens identiteit niet aanstonds was vastgesteld. Volgens hem had de sanctie daarom aan de kentekenhouder moeten worden opgelegd. Het hof oordeelt dat de sanctie aan de kentekenhouder kán

  3. VR 2025/141  Verdachte is onvolledig geïnformeerd over al zijn verplichtingen om een tegenonderzoek uit te laten voeren. Volgt vrijspraak.

    Jurisprudentie
    Op basis van de uitslag van de ademanalyse wordt verdachte verweten dat hij onder invloed heeft gereden. Verdachte is gewezen op het recht om een tegenonderzoek uit te laten voeren en hij heeft kenbaar gemaakt hiervan gebruik te willen maken. Een tegenonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief van en voor rekening van de verdachte. Verdachte heeft echter geen contact opgenomen met het laboratorium en ook de kosten van het tegenonderzoek niet betaald, waardoor het tegenonderzoek niet is uitgevoerd. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte op de hoogte is gebracht van wat verder nog van hem werd
  4. VR 2025/142 Tegemoetkomende fietser bij inhalen over het hoofd gezien. Tijdelijk, kort moment van onoplettendheid. Vrijspraak voor art. 6 WVW 1994.

    Jurisprudentie

    Verdachte rijdt op een weg die vier meter breed is en waar een maximumsnelheid geldt van 60 km/u. Verdachte rijdt niet harder dan de maximumsnelheid. Aan de rechterzijde van de weg lopen voetgangers. Verdachte gaat op de linker weghelft rijden om de voetgangers in te halen. Zij ziet hierbij een tegemoetkomende fietser over het hoofd en rijdt deze aan. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van overtreding van artikel 6 WVW 1994. Verdachte heeft onvoldoende opgelet of er tegemoetkomend verkeer aankwam, terwijl zij de fietser wel had kunnen en moeten zien. De rechtbank ziet deze enkele fout

  5. VR 2025/143 Epileptische aanval vrachtwagenchauffeur. Verdachte was niet medicatietrouw, reed onder invloed en was door zijn aandoening onbevoegd om een vrachtwagen te besturen.

    Jurisprudentie

    Bewezenverklaring art. 6 WVW 1994. Een vrachtwagenchauffeur krijgt een epileptische aanval en verliest daardoor de controle over zijn voertuig. De vrachtwagen rijdt hierdoor van de dijk af en komt terecht op een groep mensen die onderaan de dijk aan het barbecueën zijn. Daarbij komen zes personen en een ongeboren kind om het leven. De rechtbank overweegt dat verdachte door een neuroloog was gewaarschuwd dat hij medicatietrouw moet zijn, een regelmatig slaap-waakritme moet hebben en geen drugs moet gebruiken. Verdachte heeft desondanks zijn medicatie niet dagelijks op een vast tijdstip

  6. VR 2025/144 Ongeval in Parijs tijdens werkzaamheden. Dekking AVB? WAM-plichtig voertuig.

    Jurisprudentie

    A (eiseres) is actief in de productie en begeleiding van grootschalige evenementen en levert daarvoor diensten en personeel. Zij heeft via tussenpersoon YouSure een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB-verzekering) afgesloten bij NN. In de polisvoorwaarden is onder andere een clausule opgenomen waarin aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door gemotoriseerde voertuigen wordt uitgesloten. Volgens de polis geldt bovendien dat schade met of door een motorrijtuig niet is gedekt wanneer daarvoor een WAM-verzekeringsplicht bestaat. Op 22 juli 2024 was B (eiser) als zzp’er ingehuurd door

  7. VR 2025/145 Ongeval tussen fietser en scooter. Scooterrijder droeg geen helm. Geen billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    In de nacht van 20 november 2022 botsten de 27-jarige fietser A (gedaagde) en de 21-jarige scooterrijder X (eiser) op de Van Woustraat nabij de kruising met de Ceintuurbaan in Amsterdam. A sloeg vanuit de Ceintuurbaan rechtsaf, maakte een slinger naar het midden van de rijbaan en keerde terug naar de fietsstrook, precies toen X hem daar zonder helm inhaalde. De sturen raakten elkaar, waarna beiden vielen. X liep hierbij ernstig schedel-hersenletsel op en werd hiervoor tweemaal geopereerd. X heeft blijvend gehoorverlies rechts, evenwichtsproblemen, prikkelgevoeligheid en concentratiestoornissen

  8. VR 2025/146 Kop-staartbotsing door overstekende eenden. Stelplicht en bewijslast verkeersfout. Eigen schuld?

    Jurisprudentie

    Op 30 maart 2022 remde X (eiser) op een 80 km-weg voor overstekende eenden. Hij kwam tot stilstand en kort daarna botste de achter hem rijdende A op zijn auto. X heeft als gevolg van deze kop-staartbotsing lichamelijke en materiële schade geleden en stelt A hiervoor aansprakelijk. X stelt dat hij beheerst remde vanwege een verkeersnoodzaak en dat A te hard reed en onvoldoende afstand hield. A is verzekerd bij Achmea en namens hem betwist Achmea deze stelling van X. Achmea stelt dat A met adaptive cruise control altijd op veilige afstand rijdt. Volgens Achmea maakte X onverwacht een noodstop

  9. VR 2025/147 Deelgeschil letselschade. Uitglijden vijver. Aansprakelijkheid organisator evenement of gemeente.

    Jurisprudentie

    Op 18 november 2022 bezocht X (verzoekster) met haar zoon het lichtfestival Glow in Eindhoven. Toen zij op het Stadhuisplein zag dat een echtpaar was gevallen, wilde zij hen helpen, maar kwam zij zelf ten val. De plek lag niet op de officiële Glow-route. X brak haar linkerarm en moest later worden geopereerd. Zij stelt de gemeente Eindhoven en organisator Glow aansprakelijk, maar beide partijen hebben dit afgewezen. Volgens X is de gemeente tekortgeschoten als wegbeheerder doordat de vijverbodem glad was, en heeft Glow onvoldoende veiligheidsmaatregelen getroffen. Middels deze procedure

  10. VR 2025/148 Aansprakelijkheid exploitant kermisattractie ‘Funhouse’ voor letsel kind.

    Jurisprudentie

    Op 16 juni 2010 bezocht X (verzoekster) met haar dochter en 3-jarige zoon de kermis in Nijkerk. In de zogenaamde ‘fun-house’ genaamd New York New York ging het mis. Haar zoon viel en kwam met zijn hand klem te zitten tussen de band en de vloer. De band bleef draaien, waardoor hij brandwonden en een gekneusde hand opliep. Hij werd geopereerd en kreeg een huidtransplantatie. X stelt de eigenaresse van de attractie aansprakelijk voor de schade. Uit onderzoek van de NVWA bleek dat er meerdere ongevallen met kinderen waren geweest en dat de attractie niet voldeed aan veiligheidsvoorschriften. Er

  11. VR 2025/15 Aansprakelijkheid, bijzondere manoeuvre, eigen schuld.

    Jurisprudentie

    In deze zaak was A betrokken bij een verkeersongeval tijdens een proefrit met een motor, waarbij hij letsel opliep na een botsing met een auto die aan het keren was op de weg. Hij stelde de Duitse verzekeringsmaatschappij AXA aansprakelijk. AXA wordt vertegenwoordigd door haar Nederlandse vertegenwoordiger AVUS. AVUS heeft de aansprakelijkheid afgewezen. Het NBM, dat verantwoordelijk was voor schade veroorzaakt door buitenlandse voertuigen volgens de WAM, werd in de procedure betrokken. In de deelgeschilprocedure oordeelde de rechtbank dat het NBM aansprakelijk was voor de schade van A en

  12. VR 2025/16 Letselschade, aanrijding kind, deskundige, geen blijvende beperkingen.

    Jurisprudentie

    In deze uitspraak wordt vastgesteld dat A tijdens de lopende procedure op 13 augustus 2022 meerderjarig is geworden. X en Y zijn de wettelijk vertegenwoordigers van A. Omdat er geen verzoek tot schorsing is ingediend door X en Y, zal de procedure conform artikel 225 lid 2 Rv op naam van X en Y worden voortgezet. De rechtbank handhaaft de eerdere overwegingen en beslissingen in de tussenliggende vonnissen. In het tussenvonnis van 23 juni 2021 heeft de rechtbank bepaald dat de beoordeling moet plaatsvinden of er sprake is van aanhoudende ongevalsgerelateerde schade bij A, die verder gaat dan de

  13. VR 2025/17 Deelgeschil. Letselschade na verkeersongeval op rotonde. Artikel 185 WVW. Billijkheidscorrectie.

    Jurisprudentie

    Op 5 augustus 2022 vond een verkeersongeval plaats waarbij fietser X aangereden werd bij het oversteken van de rotonde door automobilist A. X moest voorrang verlenen aan het verkeer op de rotonde volgens de verkeersborden en haaientanden. A wisselde op de rotonde van rijbaan via een doorgetrokken streep en zogenaamde “broodjes” om rechtsaf te slaan, hetgeen resulteerde in de aanrijding. Voor en na de opening van een afslag op de rotonde bevinden zich dubbele lijnen, dit zijn de zogenaamde broodjes. Als gevolg van de aanrijding liep X letsel op, waaronder knieklachten en mentale schade. Ook is

  14. VR 2025/19 Aansprakelijkheid. Schadevergoeding. Inkomsten uit zwart werk meerekenen?

    Jurisprudentie

    X heeft sinds 1997 een eenmanszaak in internetproducten, beveiligingscamera's en schotelantennes. Tijdens werkzaamheden voor een basisschool van SIPOR viel hij van een ladder en liep hij enkelletsel op. De verzekeraar van SIPOR, Achmea, erkende de aansprakelijkheid. Er was gezamenlijk een bedrijfseconomisch rapport aangevraagd. X stelde echter dat hij in 2013 en 2014 ongedocumenteerde inkomsten had, voornamelijk uit niet-geregistreerde verkopen en werkzaamheden. Middels een deelgeschilprocedure heeft Achmea c.s. de rechtbank Rotterdam verzocht om voor recht te verklaren dat de gestelde

  15. VR 2025/20 Letselschade, whiplash, arbeidsongeschiktheid, aanvullend bedrag schadevergoeding, smartengeld.

    Jurisprudentie

    Op 26 oktober 2010 was X (eiseres) betrokken bij een verkeersongeval op de snelweg A2. Haar auto stond stil in een file toen een achteropkomende auto tegen haar achterkant botste. De bestuurder van die auto was verzekerd bij ASR, de aansprakelijkheid is erkend. Na het ongeval had X direct nekklachten en stijfheid. Neurologen diagnosticeerden een postwhiplashsyndroom. In juli 2013 werd X gezien bij een revalidatiearts. Vanwege aanhoudende klachten en druk op het werk nam ze een andere functie binnen het bedrijf aan. Na een beoordeling door het UWV in oktober 2013 werd X arbeidsongeschikt

  16. VR 2025/21 Aanrijding voetganger door auto met fatale gevolgen. Vordering smartengeld door erven.

    Jurisprudentie

    Op 31 augustus 2018 werd A, de moeder van de verzoekende partijen, op een zebrapad aangereden door een automobilist. A liep hierdoor ernstig letsel op waaronder hersenletsel, een verbrijzelde bovenarm, een gebroken linker sleutelbeen, dubbele beenbreuken en een verbrijzelde heupkom. Na een periode van ziekenhuisopname en verblijf in een verpleeghuis overleed zij. De verzekeraar van de automobilist, Euro Insurance, vertegenwoordigd in Nederland door Accident Management Services (AMS), heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Tijdens haar leven maakte A aanspraak op een vergoeding

  17. VR 2025/22 Fietsster overreden door boottrailer. Civiele aansprakelijkheid. Eigen schuld.

    Jurisprudentie

    Op 4 juni 2021 raakte X als fietsster betrokken bij een ongeval op Texel, waarbij het wiel van een aanhanger achter een Volkswagen Amarok over haar heen reed. X naderde de auto van de tegenovergestelde richting en viel vlak voor het wiel van de aanhanger. De automobilist was bij ASR verzekerd. Na het ongeval werd X met een traumahelikopter naar het VUmc gebracht. Daar verbleef ze voor een maand. Daarna werd ze overgebracht naar Heliomare voor klinische revalidatie. In 2023 onderging ze nog behandeling voor traumaverwerking. Uit het verslag van medisch adviseur D. Sok die X ingeschakeld heeft

  18. VR 2025/23 Letselschade passagier bromscooter. Medeschuld. Bedrijfsregeling schuldloze derde. Eigen schuld.

    Jurisprudentie

    Eiser raakte bij een verkeersongeval betrokken als passagier van een bromscooter die in botsing kwam met een auto. Als gevolg van het ongeval liep hij ernstige verwondingen op. Hij stelde de minderjarige bromscooterbestuurder B, de moeder van B (tevens de eigenaar van de scooter) en het Waarborgfonds aansprakelijk voor zijn schade. Het Waarborgfonds wees de claim af en adviseerde hem zich te wenden tot de betrokken autobestuurder A. De WAM-verzekeraar van de auto, Allianz, erkende gedeeltelijke aansprakelijkheid, maar paste een eigen schuldpercentage van 50% toe. Eiser is het hier niet mee

  19. VR 2025/24 Aanrijding tussen speed-pedelec en voetganger. Civiele aansprakelijkheid. Eigen schuld.

    Jurisprudentie

    Op 7 juni 2023 vond een ongeval plaats bij het treinstation in Duiven tussen voetganger X en fietser A op een elektrische mountainbike. X liep vanaf het station en wilde het plein oversteken, terwijl A met een snelheid van ongeveer 30 km/u vanuit een fietspad het plein op fietste. Beiden kwamen door de botsing ten val. X liep een gebroken schouder op, waarvoor zij later een schouderprothese kreeg. De elektrische fiets van A veroorzaakte een geschil over de verzekering. Zijn aansprakelijkheidsverzekeraar (Achmea) weigerde dekking, omdat de fiets sneller kon dan 25 km/u, wat niet onder de polis

  20. VR 2025/28 Artikel 6 WVW 1994. Verkeersongeval met dodelijke afloop. Roekeloos rijgedrag.

    Jurisprudentie

    Het hof acht bewezen dat verdachte als bestuurder van een personenauto een verkeersongeval heeft veroorzaakt door roekeloos te rijden. Hij overschreed een dubbele doorgetrokken streep, reed met een hogere snelheid dan was verantwoord gezien de weersomstandigheden en heeft een andere auto aangereden. Hierbij is de passagier om het leven gekomen en heeft de bestuurder zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 5 jaren. Verdachte toonde eerder

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!