Nut en noodzaak van de Handreiking Zorgschade

VR-kort
Artikel
07 maart 2019

Erwin Audenaerde en Linda Renders
Op 1 januari 2018 is de Handreiking Zorgschade in werking getreden. De aanleiding van de Handreiking is het wetsvoorstel Zorg- en affectieschade dat in de consultatieronde is gesneuveld. De Tweede Kamer wilde een (wettelijke) regeling om de positie van mantelzorgers te verbeteren in de gevallen van letselschade waarbij een aansprakelijke partij betrokken is. De Letselschade Raad heeft het ministerie voorgesteld om vanuit de branche zelf met een regeling te komen. Een regeling die de positie van zowel de informele zorgverlener als het slachtoffer verbetert. Dat heeft geleid tot de Handreiking Zorgschade.
De Handreiking blijkt nog onvoldoende bekend binnen de branche. In dit artikel wordt stilgestaan bij het nut en de noodzaak van de Handreiking voor de dagelijkse praktijk en de ervaringen tot nu toe. Daarnaast wordt ingegaan op de doelgroep van de Handreiking, het stappenplan ervan en de relatie met de wetgeving.
De Handreiking Zorgschade is van toepassing op grote en veelal complexe zorgbehoeften. Doorgaans gaat het om mensen die 24 uur per dag zorg (persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding en toezicht) nodig hebben, aangewezen zijn op direct toezicht of zorg en toezicht in de nabijheid. De Handreiking sluit zoveel mogelijk aan bij de uitgangspunten van de Wet langdurige zorg (Wlz). Er zijn echter situaties waarin iemand (nog) geen toegang heeft tot de Wlz, maar wel tot de doelgroep van de Handreiking behoort. Bijvoorbeeld wanneer nog niet alle behandelingen zijn afgerond, maar men wel voldoet aan de uitgangspunten van de Handreiking.
De Handreiking is van toepassing op mensen die na het oplopen van traumatisch hersenletsel niet meer de eigen regie hebben. Zij kunnen daardoor zichzelf en hun omgeving in gevaar brengen. Direct en permanent toezicht is noodzakelijk om gevaarlijke situaties te voorkomen. Ook iemand met een hoge dwarslaesie heeft naast de grote zorgbehoefte iemand in de directe omgeving nodig die snel kan ingrijpen. Bijvoorbeeld bij dreigende verstikking omdat de cliënt het eigen slijm niet meer kan weghoesten. Echter de persoon met een dwarslaesie die een planbare zorgbehoefte heeft en zo nodig enige tijd kan wachten op de zorgverlener, behoort niet tot de doelgroep. Immers in deze laatste situatie is permanent toezicht en/of 24 uur per dag zorg in de nabijheid niet noodzakelijk.
De Handreiking bevat een concreet stappenplan. Dat beschrijft in chronologische volgorde de processtappen die doorlopen moeten worden voor het vaststellen van de noodzakelijke zorgbehoefte, de zorgomvang, de invulling daarvan en de uiteindelijke financiële gevolgen. De procesbeschrijving bevat ook een stap die de toekomstige informele zorgverlener voorbereidt op de zorgtaken en de impact daarvan. De uitkomsten uit dit onderzoek geven tevens inzicht in de juistheid van de afgegeven zorgindicaties vanuit de Zorgverzekeringswet en/of de Wlz. De conclusies uit het onderzoek vormen een goede onderbouwing bij een verzoek tot aanpassing van de afgegeven indicatie(s).
Het stappenplan in de Handreiking is toepasbaar op alle zaken waarin de zorgbehoefte moet worden vastgesteld. Het biedt uitkomst in alle gevallen waarin de zorgomvang moet worden vastgesteld, ook bij cliënten voor wie de Handreiking strikt genomen niet van toepassing is. Ook in dergelijke situaties wordt een zorgindicatie afgegeven, veelal op grond van de Zorgverzekeringswet, de jeugdwet of de Wmo. De vastgestelde zorgomvang kan met het stappenplan worden getoetst en waar nodig gecorrigeerd. In deze situatie achten de auteurs de Handreiking een noodzakelijk instrument.
Momenteel ervaren zorgdeskundigen dat één van de partijen soms meent dat het slachtoffer niet verwezen hoeft te worden naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Wlz en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Aan de hand van voorbeelden wordt geschetst dat het voor het slachtoffer noodzakelijk is om de gemeente (Wmo) en uitvoerders van de Wlz te betrekken. De voorbeelden geven inzicht in de consequenties van het buiten beschouwing laten van de publieke regelingen en/of overheid op de korte en de lange termijn.
De Handreiking is nog niet af. Er wordt nog gewerkt aan de financiële paragraaf. Bij de uitwerking is overleg met verschillende instanties noodzakelijk gebleken, waaronder de Belastingdienst. De verwachting is dat de paragraaf nog dit jaar wordt voltooid.
De Handreiking is een werkdocument en de praktijk zal moeten uitwijzen of op onderdelen aanpassing noodzakelijk is.

Bron: 
PIV-Bulletin december 2018, afl. 4, p. 13-17