Bespreking van het wetsvoorstel tot verruiming recht op premierestitutie verzekeringnemer wanneer hij zijn mededelingsplicht te goeder trouw heeft geschonden

Mr. dr. P.M. Leerink
Op de verzekeringnemer rust een precontractuele mededelingsplicht. Als hij deze heeft geschonden en de verzekeraar zou bij kennis van de ware stand van zaken de verzekering niet hebben gesloten, dan bestaat er geen recht op uitkering. Maar krijgt de verzekeringnemer dan ook de premie terug? Onder het oude recht (Wetboek van Koophandel) was dat wel het geval als de verzekeringnemer te goeder trouw was. Na de invoering van titel 7:17 BW lijkt er dan geen recht op premierestitutie te zijn. Dit voelt onrechtvaardig.
Om dit te corrigeren is op 15 maart 2017 het 'voorstel tot verruiming recht op premierestitutie verzekerde wanneer hij zijn mededelingsplicht te goeder trouw heeft geschonden' ter consultatie gepubliceerd. In dit artikel wordt dit voorstel besproken.
Een belangrijk argument voor het wetsvoorstel is dat er sprake lijkt te zijn van een per 1 januari 2006 ingevoerde wijziging die niet bedoeld is. Voorts zijn er rechtsvergelijkende argumenten te geven voor premierestitutie. In het Engelse verzekeringsrecht bestaat er wél een recht op premierestitutie indien de verzekeringnemer de precontractuele mededelingsplicht onopzettelijk heeft geschonden. Ook in het Belgische verzekeringsrecht kan er recht op premierestitutie bestaan.
Een argument tegen het wetsvoorstel zou kunnen zijn dat de Hoge Raad zich nog niet over deze kwestie heeft uitgelaten en evenmin de Commissie van Beroep van het Kifid. Deze hogere instanties kunnen de wet aldus uitleggen dat het niet de bedoeling is geweest om bij een schending van de precontractuele mededelingsplicht te goeder trouw de verzekerde wel de uitkering te ontzeggen, maar niet de premie terug te geven.
Alles afwegende lijkt het beter om nu in te grijpen door de wet te wijzigen.

Bron: 
AV&S augustus 2017, afl. 4, p. 156-161