aansprakelijkheid voor opstallen

VR 2022/173 Gemeente plaatst verkeersplateau aan laag gelegen perceel van X. Geen gebrekkige opstal of onrechtmatige daad.

Jurisprudentie

X woont op een perceel dat lager is gelegen dan de aangrenzende weg. In 2015 heeft de gemeente Bloemendaal enkele aanpassingen in het inrichtingsplan vastgesteld, die in 2016 en 2017 zijn uitgevoerd. Ter hoogte van de uitrit van het perceel van X is hierbij over de volle breedte van de weg een verkeersplateau van 12 cm hoog aangelegd. X stelt dat dit plateau een onveilige situatie oplevert, omdat hij vanwege zijn lager gelegen perceel en de hoogte van het verkeersplateau veel gas moet geven om de openbare weg op te rijden. X stelt dat het verkeersplateau een gebrekkige opstal is en dat de

VR 2022/171 Voetganger struikelt over biggenrug op parkeerterrein. Gebrekkige opstal. Eigen schuld.

Jurisprudentie

Op 12 maart 2015 bezoekt X een kantoor van ABN AMRO. Na afloop struikelt hij over een biggenrug op het parkeerterrein van ABN AMRO. Daarbij loopt hij een incomplete dwarslaesie op. ABN AMRO erkent geen aansprakelijkheid. De rechtbank oordeelt in eerste aanleg dat de aanwezigheid van biggenruggen van het parkeerterrein geen gebrekkige opstal maakt en wijst de vorderingen van X af. Het hof vernietigt dit vonnis en verklaart voor recht dat ABN AMRO aansprakelijk is voor 60% van de door X geleden schade. Hiertoe oordeelt het als volgt. Eerst staat ter discussie of X over een biggenrug is

VR 2022/144 Snorfietser aangereden door vrachtwagen. Verzekeraar stelt gemeente aansprakelijk. Gebrekkige verkeersinstallatie?

Jurisprudentie

Op 1 april 2016 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden tussen snorfietser A en vrachtwagenchauffeur B, waarbij A ernstig en blijvend letsel oploopt. WAM-verzekeraar ASR betaalt schadevergoeding aan A. ASR meent dat het ongeval is ontstaan door een gebrekkige verkeersinstallatie en vordert, onder meer, een verklaring voor recht dat de gemeente Dordrecht, als bezitter van de opstal, aansprakelijk is. De rechtbank wijst de vorderingen af en overweegt hiertoe als volgt. Op de wegbeheerder rust de plicht ervoor te zorgen dat de toestand van de weg de veiligheid van personen en zaken niet in

VR 2022/74 Ongeval glijbaan Duinrell; TÜV-certificaat; geen gebrekkig opstal.

Jurisprudentie
Op 26 juli 2017 heeft A met haar gezin attractiepark Duinrell bezocht. Zij is daar in een speeltuin met haar zoontje van de glijbaan gegaan. Onderaan de glijbaan is de kleine teen van haar linkervoet in aanraking gekomen met de glijbaan ter hoogte van de aanhechting van het einde van de ronde glijbaanbuis met het vlakke plateau waarover je naar beneden glijdt. A heeft hierbij letsel opgelopen. Vaststaat dat voor de diverse segmenten van de glijbaan een TÜV-certificaat is afgegeven. A verzoekt een verklaring voor recht dat Duinrell aansprakelijk is voor de door haar geleden en te lijden schade

VR 2022/12 Aanrijding tegen overhangend pand; gemeente niet aansprakelijk.

Jurisprudentie
Een werknemer (W) van onderneming A levert goederen af op het bedrijfsterrein van Baggermaatschappij Boskalis (B). W rijdt het terrein op bij de leveranciersingang. Op de beoogde losplaats wordt W doorgestuurd naar een andere losplaats vanwege de grootte van zijn lading. W rijdt via een openstaand schuifhek het achtergelegen personeelsparkeerterrein op. Dat hek staat toevallig open, omdat daar bestratingswerkzaamheden plaatsvinden. W meldt zich vervolgens op de losplaats. Na het lossen rijdt W naar de dichtstbijzijnde uitrit van het parkeerterrein. Die uitrit komt op de x-straat uit. In de x

VR 2022/11 Aanrijding vrachtwagen tegen overhangend pand; op terrein gevestigde financiële holding niet aansprakelijk.

Jurisprudentie
Een werknemer van onderneming A levert goederen af op het bedrijfsterrein van Baggermaatschappij Boskalis (B). B is een dochtermaatschappij van KBW. Eén van de kantoorpanden op het bedrijfsterrein hangt gedeeltelijk over de x-straat, op een hoogte van 3.60 meter. Bij het verlaten van het bedrijfsterrein rijdt de werknemer met de vrachtauto tegen het overhangende pand. De vrachtwagen is 4 meter hoog en kan niet onder het overhangende pand doorrijden. A stelt KBW aansprakelijk voor de schade die zij als gevolg van het ongeval heeft geleden en beroept zich op art. 6:174 BW, art. 6:181 BW en art

VR 2021/84 Ongeluk in skihal; exploitant niet aansprakelijk.

Jurisprudentie
In 2016 is A op 24-jarige leeftijd een ongeluk overkomen in een indoor skihal. In de skihal was onder meer een zogenaamd Funpark aanwezig dat bestond uit een parcours met diverse rails, schansen en andere obstakels. A - een niet-ervaren skiër - is in het Funpark toen hij een schans nam ten val gekomen en heeft daarbij een dwarslaesie opgelopen. A spreekt de exploitant van de skihal (B) aan op grond van art. 6:74 BW, art. 6:162 BW, art. 6:173 en 6:174 BW en vordert schadevergoeding. A voert aan dat (i) de schans onveilig was, (ii) B niet voldoende heeft gewaarschuwd en dat (iii) B meer

VR 2021/01 Vallen en uitglijden; (g)een slippery slope?

Artikel
VR 2021/1 Vallen en uitglijden; (g)een slippery slope? Mr. dr. B.M. (Brechtje) Paijmans * * Advocaat te Utrecht en onbezoldigd Universitair Docent aan de Universiteit Utrecht. 1. Inleiding Ongelukken zitten niet slechts in kleine hoekjes, maar liggen met enige regelmaat ook op ons te wachten op gladde vloeren en natte matten. Uitglijden en (bijna) vallen, het overkomt de meesten van ons weleens, gelukkig meestal zonder schadelijke gevolgen. Het kan echter ook leiden tot blijvende (letsel)schade en om die reden de vraag oproepen of een ander voor deze schade aansprakelijk is. Daarover gaat dit

VR 2021/13 Val van afstapje in KFC; kelderluikcriteria; geen onrechtmatige gevaarzetting.

Jurisprudentie
A is in een vestiging van KFC ten val gekomen toen zij van een verhoogd plateau met trapafstapje wilde stappen. Hierbij heeft zij ernstig beenletsel opgelopen. A verzoekt dat de rechtbank bepaalt dat KFC jegens haar aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval en dat KFC gehouden is de door haar geleden en nog te lijden schade te vergoeden. A beroept zich op art. 6:174 jo. 6:181 BW en art. 6:162 BW. De rechtbank past de kelderluikcriteria toe. Zij overweegt dat, anders dan A betoogt, de afmetingen van het trapafstapje voldeden aan de eisen die het bouwbesluit daaraan stelt. Uit de

VR 2020/201 Val van balkon; huurder en verhuurder aansprakelijk; geen eigen schuld.

Jurisprudentie
Op 19 maart 2016 bezocht A een feestje van haar vriendin B in een woning op de eerste verdieping. B huurde de woning van C. Op enig moment is A naar het balkon gegaan. Terwijl zij bellend tegen het hekwerk van het balkon stond aangeleund, is zij vanaf het balkon naar beneden gevallen. Vaststaat dat C eerder het hekwerk aan de zijkant van het balkon had doorgezaagd en met (ijzer)draad weer aan elkaar had bevestigd. A vordert dat de rechtbank voor recht verklaart dat C en B aansprakelijk zijn voor de schade die zij als gevolg van het ongeval heeft geleden. In de vrijwaringszaak vordert B dat