VR 2019/29 Rijden onder invloed. Bloedonderzoek. Waarmerking, verpakking, verzegeling.

Het onderzoek naar het bloedalcoholgehalte is door de wetgever omringd met een aantal strikte waarborgen. Deze waarborgen hebben ten doel, zoveel als mogelijk is, fouten en onvolmaaktheden die ten nadele van de verdachte strekken uit te schakelen. De maatregelen die erop toezien dat het bloed dat wordt onderzocht ook het bloed van verdachte is, behoren tot die waarborgen. Indien dergelijke maatregelen niet strikt worden nageleefd, levert dat de kans op - hoe klein ook - dat de identiteit van de verdachte en het opgestuurde bloed minder vaststaan dan wanneer de maatregel wel strikt wordt nageleefd. Indien een dergelijk geval zich voordoet, kan niet meer worden gezegd dat er sprake is geweest van een onderzoek in de zin van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994. Het van verdachte afkomstige bloedmonster is niet overeenkomstig het bepaalde in de Regeling bloed- en urineonderzoek 2005 gewaarmerkt, verpakt en verzegeld. Daarnaast is niet gebleken dat de op het aanvraagformulier aangebrachte stickers op naam van verdachte zijn gesteld. Aldus is niet voldaan aan het bepaalde in artikel 6, eerste lid, van de Regeling bloed- en urineonderzoek 2005. Dit leidt ertoe dat het bloedonderzoek niet kan worden aangemerkt als een onderzoek in de zin van artikel 8, tweede lid onder b van de Wegenverkeerswet. De resultaten van het onderzoek mogen daarom niet voor het bewijs worden gebruikt.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren