VR 2019/27 Dood door schuld. Roekeloosheid?

De verdachte bestuurde een verreiker en botste daarmee op twee voor hem rijdende fietsers waardoor één van die fietsers kwam te overlijden. Op de verreiker waren balen met hooi geladen op zodanige wijze dat de verdachte geen zicht had op de weg voor hem. Geen roekeloosheid omdat de onderhavige situatie zich niet op één lijn laat stellen met de situaties waarin in de jurisprudentie van de Hoge Raad roekeloosheid is aangenomen. Bovendien kan niet worden vastgesteld dat verdachte in die mate onverschillig is geweest ten aanzien van de gevolgen van zijn rijgedrag, dat gezegd kan worden dat hij welbewust meerdere onaanvaardbare risico's heeft genomen. De wijze van besturen kan als zeer onvoorzichtig handelen worden bestempeld: de gevolgen van verdachtes handelen waren op zeer eenvoudige wijze te voorkomen geweest door de hefarm omhoog te doen, door de hooibalen per stuk te vervoeren of met een ander voertuig.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren