VR 2019/26 Dood door schuld. Roekeloosheid? Strafmaat.

De verdachte heeft op 13 september 2015, in de nacht van zaterdag op zondag, in het donker en onder invloed van alcohol, over een afstand van meer dan een kilometer, gereden over de Oosteinderweg in de richting van het centrum van Aalsmeer, met een snelheid die ver boven de ter plaatse toegestane snelheid van vijftig kilometer per uur lag. Daarbij is hij tegen hem tegemoetkomende fietsers gebotst. Ten gevolge van die botsing is één fietser gedood, een andere fietser is zwaar lichamelijk letsel toegebracht. De Oosteinderweg is een smalle weg binnen de bebouwde kom van Aalsmeer, met een grijs gedeelte ter breedte van ongeveer een personenauto met aan weerskanten daarvan roodgekleurde fietsstroken. Indien twee tegemoetkomende auto’s elkaar willen passeren, dienen zij daarom ieder uit te wijken naar de fietsstrook aan hun eigen zijde van de weg. De verdachte woonde en werkte al jaren in (de omgeving van) Aalsmeer en was dus naar eigen zeggen goed bekend met de situatie ter plaatse. Bovendien wist hij dat die dag de jaarlijkse ‘Pramenrace’ had plaatsgevonden, met bijbehorend feest. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard te hebben geweten dat, zoals elk jaar, op het Praamplein in het centrum van Aalsmeer een feesttent staat en dat het feest meestal tussen 01.00 uur en 02.00 uur is afgelopen. Daarnaast kon de verdachte in algemene zin verwachten dat in een nacht van zaterdag op zondag fietsers van uitgaansgelegenheden naar huis fietsen. De verdachte had dan ook rekening moeten houden met het feit dat rond 02.30 uur feestgangers (al dan niet in beschonken toestand) vanuit het centrum van Aalsmeer naar huis fietsten, hem derhalve tegemoetkomend. Uit de camerabeelden van een hotel ter plaatse en verklaringen van getuigen is gebleken dat de verdachte in ieder geval twee fietsers die hem tegemoetkwamen, is gepasseerd. Deze fietsers hebben verklaard dat de verdachte met een enorm hoge snelheid vlak langs hen is gereden en dat zij moesten uitwijken om niet te worden geraakt. De verdachte heeft verklaard zich geen tegemoetkomend verkeer te herinneren. Gebleken is dat de tegemoetkomende fietsers verlichting voerden. Vlak voor het ongeval zag de verdachte naar eigen zeggen plotseling een reflecterend fietswiel voor zich en heeft hij vervolgens een ruk aan het stuur gegeven. Verdachte is de macht over het stuur kwijtgeraakt en is in een slip terecht gekomen, waardoor hij nagenoeg dwars op de weghelft is geraakt waar de slachtoffers fietsten en vervolgens de slachtoffers op hun fietsen heeft aangereden met een snelheid van tachtig tot vijfentachtig kilometer per uur. Dit betekent dat de snelheid van de verdachte voordat hij de macht over het stuur verloor en in een slip raakte nog hoger moet hebben gelegen. Ongeveer drie kwartier na dit ongeval bleek bij een onderzoek dat zijn ademalcoholgehalte 560 microgram per liter uitgeademde lucht (hierna: μg/l) bedroeg, meer dan tweeënhalf keer de wettelijk toegestane hoeveelheid.Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad valt af te leiden dat van “roekeloosheid” in de zin van de WVW slechts sprake is onder zeer bijzondere omstandigheden, zoals bij een achtervolging, een wedstrijdachtige situatie, of wanneer een bestuurder een andere auto tot stilstand brengt op de snelweg. Bij de bepaling van de mate van schuld van de verdachte weegt zwaar dat hij, over langere afstand, met veel te hoge snelheid heeft gereden en dat hij daarbij ernstig onder invloed van alcohol was. Die omstandigheden zijn echter op grond het derde lid van artikel 175 WVW al strafverhogend en maken op zichzelf niet dat sprake is van roekeloosheid. De verdachte is zich daarnaast kennelijk totaal niet bewust geweest van de aanwezigheid van ander verkeer, waaronder fietsers. Dat is - in het licht van de jurisprudentie van de Hoge Raad - echter niet een dusdanig bijzondere omstandigheid dat maakt dat sprake is van roekeloosheid. Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof daarom van oordeel dat de schuld van de verdachte niet bestond in roekeloosheid. Wel is het hof van oordeel dat met een auto in het donker met zeer hoge snelheid razen op een smalle weg, zonder zich bewust te zijn van ander verkeer, terwijl de verdachte wist, of in ieder geval had moeten weten, dat er (mogelijk beschonken) fietsers op de terugweg van een dorpsfeest hem tegemoet konden komen, moet worden beoordeeld als zeer onvoorzichtig en onoplettend gedrag. De verdachte heeft dan ook een zeer hoge mate van schuld aan het ongeval. Het hof legt de verdachte, gezien de ernst van de feiten, onder meer 36 maanden gevangenisstraf op.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren