VR 2018/67 Aanmerkelijke schuld? Overstekende voetganger.

Verdachte was de bestuurder van de personenauto. Hij kwam uit de richting van de Slotermeerlaan en reed in de richting van de Rijksweg A10. De voetganger kwam uit de richting van de Burgemeester Hogguerstraat en stak schuin het kruisingsvlak van voornoemde kruising over in de richting van de tramhalte. Verdachte wordt onder meer verweten dat hij bij groen licht, maar met een te hoge snelheid voornoemde kruising is opgereden en niet heeft gezien dat de voetganger al rennend voornoemde kruising schuin wilde oversteken. Hierdoor is een aanrijding ontstaan tussen de door verdachte bestuurde auto en de voetganger. Als gevolg van dit ongeval heeft de voetganger meerdere botbeuken en een gescheurde milt opgelopen.Van een bestuurder van een auto mag in beginsel worden verwacht dat hij in staat is om de auto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien. Als verdachte daar niet toe in staat is, is dat verwijtbaar, tenzij bijzondere omstandigheden daaraan in de weg staan. Van zulke omstandigheden is niet gebleken. Daarvoor is in elk geval niet voldoende dat de voetganger op die plaats en op dat moment de kruising niet mocht oversteken. De bestuurder van een auto moet er altijd rekening mee houden dat andere weggebruikers, onder wie voetgangers, zich niet aan de verkeers- of gedragsregels houden en daarop moet hij kunnen anticiperen. Zeker als bij het naderen van een kruising het zicht op eventueel overstekende voetgangers wordt belemmerd door overig verkeer in de vorm van voorgesorteerde voertuigen.Het enkele niet waarnemen van een voetganger kan weliswaar als een ernstige verkeersfout worden aangemerkt, waarvan de gevolgen voor het slachtoffer groot zijn, maar deze verkeersfout acht de rechtbank onvoldoende om te spreken van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Van andere feiten en omstandigheden die meebrengen dat aan verdachte een schuldverwijt in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 kan worden gemaakt, is niet gebleken en daarom zal verdachte van het onder 1 primair ten laste gelegde (art. 6 WVW 1994) worden vrijgesproken.Volgt veroordeling voor art. 5 WVW 1994.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren