VR 2018/165 Deelgeschil; internationale verkeersaansprakelijkheid; eigen schuld.

Verzoeker is eigenaar van een garagebedrijf voor motoren. Op 22 april 2015 is hij tijdens een proefrit met een motor van een klant in botsing gekomen met een door Y bestuurde auto met aanhangwagen. Volgens verzoeker was de toedracht als volgt: - hij wilde uit een uitrit linksaf de weg oprijden en zag ca. 60-70 meter links van hem de door Y bestuurde auto met aanhangwagen stilstaan op de (voor verzoeker) linker rijbaan;- hij is daarop de weg opgereden en heeft tijdens het optrekken naar de tellers van zijn motor gekeken;- zodra hij opkeek, zag hij plotseling de auto met aanhanger keren en op de (voor verzoeker) rechterrijbaan komen; - hij heeft hard geremd en is ten val gekomen. Y heeft de Duitse nationaliteit en was verzekerd bij de Duitse verzekeringsmaatschappij AXA. Verzoeker heeft zich in eerste instantie gewend tot AVUS, de Nederlandse vertegenwoordiger van AXA. AVUS heeft een reconstructie laten uitvoeren door verkeersongevallenanalyst Bosscha en vervolgens de aansprakelijkheid afgewezen. Verzoeker heeft daarop het Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars (NBM) in rechte betrokken. NBM stelt over de toedracht:- Y heeft weliswaar een bijzondere manoeuvre uitgevoerd, maar op het moment dat hij die manoeuvre wilde gaan inzetten, zag hij verzoeker verderop stilstaan op de weg;- daaruit volgt volgens NBM dat verzoeker óók een bijzondere manoeuvre (te weten: wegrijden uit stilstand) heeft uitgevoerd;- omdat verzoeker zijn bijzondere manoeuvre volgens NBM later heeft ingezet dan Y, had verzoeker voorrang moeten verlenen aan Y in plaats van andersom. De rechtbank stelt voorop:1. dat degene die een bijzondere manoeuvre uitvoert, voorrang moet verlenen aan het overige verkeer; en2. dat indien twee verkeersdeelnemers beiden een bijzondere manoeuvre uitvoeren, degene die deze manoeuvre als laatste inzet, voorrang moet verlenen aan degene die de manoeuvre als eerste heeft ingezet. Met betrekking tot (2) overweegt de rechtbank dat het moment waarop de manoeuvre zichtbaar is voor andere weggebruikers bepalend is. Uit de verklaringen en het rapport van Bossccha concludeert de rechtbank dat verzoeker zijn bijzondere manoeuvre (vanuit een uitrit de weg oprijden, dan wel uit stilstand wegrijden) al had voltooid op het moment dat Y zijn keermanoeuvre daadwerkelijk inzette. Dat betekent dat Y verzoeker voorrang had moeten verlenen en door dat niet te doen onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. NBM stelt zich subsidiair op het standpunt dat verzoeker eigen schuld heeft aan het ontstaan van het ongeval, omdat het ongeval niet zou hebben plaatsgevonden als hij:a. niet of minder lang op de tellers zou hebben gekeken; en/ofb. de noodstop juist zou hebben uitgevoerd. De rechtbank stelt voorop dat het er niet om gaat of het voor verzoeker feitelijk mogelijk zou zijn geweest om het ongeval te voorkomen; doorslaggevend is of een redelijk mens onder de gegeven omstandigheden zodanig anders gehandeld zou hebben dat het ongeluk niet zou hebben plaatsgevonden. Slechts dan kan sprake zijn van eigen schuld. Ten aanzien van (a) overweegt de rechtbank dat het op zichzelf niet onredelijk of ongebruikelijk is om tijdens het wegrijden op de tellers van een motor te kijken. Zeker nu verzoeker er geen rekening mee hoefde te houden dat Y plotseling een keermanoeuvre zou inzetten, kan verzoeker op dit punt geen verwijt worden gemaakt. Ten aanzien van (b) overweegt de rechtbank dat een gecontroleerde noodstop tijdens een rijles iets wezenlijk anders is dan een noodstop in verband met de plotselinge dreiging van een ongeval. Het is niet vol te houden dat ieder redelijk mens in het onderhavige geval de noodstop zodanig uitgevoerd zou hebben dat de motor overeind gebleven was.De slotsom is dat het beroep op eigen schuld faalt. Bij het begroten van de kosten van het deelgeschil stelt NBM dat de opslag voor kantoorkosten die de raadsman van verzoeker hanteert, achterhaald zou zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is dat geen reden om deze opslag buiten beschouwing te laten, aangezien verzoeker en zijn raadsman nu eenmaal feitelijk zijn overeengekomen dat deze opslag zal worden toegepast. Het enkele feit dat veel kantoren een dergelijke toeslag niet meer hanteren, doet daaraan niet af.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren