VR 2018/164 Deelgeschil. Ongeval na U-turn auto zonder voorrang te verlenen, maar bestuurder motorfiets heeft geen rijbewijs en anticipeert onvoldoende op verkeer. Omvang aansprakelijkheid?

De bestuurder van een auto maakte een U-turn met de intentie om op de andere weghelft terug te rijden. Hierbij verleende hij geen voorrang aan verzoeker die achter hem op een motorfiets reed en vervolgens tegen de linkerkant van de Golf reed en ten val kwam. Verzoeker (de bestuurder van de motorfiets) heeft de rechtbank verzocht om de omvang van de aansprakelijkheid van Achmea (waar de auto WAM-verzekerd was) als gevolg van het ongeval vast te stellen. Vaststaat dat de bestuurder van de auto in strijd met art. 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) heeft gehandeld, welk artikel bepaalt dat bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren - zoals keren - het overige verkeer voor moeten laten gaan en dat Achmea voor de gevolgen van die verkeersfout aansprakelijk is. Aan de orde is de omvang van de aansprakelijkheid van Achmea tegenover verzoeker. Verzoeker stelt dat Achmea voor 100% aansprakelijk is. Achmea beroept zich op eigen schuld van verzoeker. Vaststaat dat verzoeker niet beschikte over een rijbewijs voor een motorfiets. Daarmee kan hem worden verweten in strijd te hebben gehandeld met art. 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank is verder van oordeel dat verzoeker onvoldoende heeft geanticipeerd op het verkeer door onvoldoende afstand te bewaren tot de auto en met een te hoge snelheid te rijden. Aldus kan hem ook worden verweten in strijd te hebben gehandeld met art. 19 RVV 1990. Beide verkeersovertredingen zijn omstandigheden die maken dat de schade mede door verzoeker zelf is veroorzaakt. Het rijden zonder rijbewijs en het onvoldoende anticiperen op het verkeer kunnen verzoeker worden toegerekend. De vergoedingsplicht wordt daarom verminderd door de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. De aan Achmea toe te rekenen omstandigheden hebben naar het oordeel van de rechtbank in grotere mate bijgedragen aan de schade dan de aan verzoeker toe te rekenen omstandigheid. Dit volgt uit de aard van de fout van de bestuurder van de auto. Hij verrichtte al rijdend, zonder richting aan te geven, plotseling een bijzondere manoeuvre. Verzoeker was gehouden met rijbewijs en anticiperend aan het verkeer deel te nemen. Die omstandigheden maken echter niet dat verzoeker rekening had moeten houden met de plotselinge manoeuvre van de bestuurder van de auto. De rechtbank ziet in de gegeven omstandigheden in het enkele niet beschikken over een rijbewijs geen grond voor de conclusie dat de aan verzoeker toe te rekenen omstandigheden in zodanige mate hebben bijgedragen aan de schade dat Achmea niet, dan wel slechts voor 10% schadevergoedingsplichtig is. Een rijbewijs is een bewijs van rijbekwaamheid. Het ontbreken ervan betekent niet dat rijbekwaamheid zonder meer ontbreekt. Verzoeker heeft een reeks motorrijlesuren gevolgd en had twee deelexamens afgerond, terwijl niet gebleken is dat verzoeker, behoudens de genoemde afstand, zich zonder rijbewijs anders in het verkeer heeft gedragen dan een willekeurige andere bestuurder met rijbewijs zou hebben kunnen doen. De rechtbank ziet in de ernst van de over en weer gemaakte verkeersfouten aanleiding voor een billijkheidscorrectie van 10% ten gunste van Achmea. De rechtbank verklaart voor recht dat de omvang van de aansprakelijkheid van Achmea als gevolg van het ongeval 75% bedraagt.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren