VR 2018/159 Dood door schuld? Aanmerkelijke schuld? Gevaar. Dode hoek.

De verdachte is linksaf afgeslagen en heeft daarbij de weghelft van het tegemoetkomende verkeer gekruist. Hierbij heeft verdachte verzuimd slachtoffer S, motorrijder, voor te laten gaan. Daarmee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het niet verlenen van voorrang, zoals bedoeld in artikel 18.1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. De verdachte heeft verklaard het slachtoffer niet te hebben gezien, mogelijk vanwege de (rechter) A-stijl, de voorste dakstijl tussen de voorruit en de voorportieren, in de auto.Er valt niet vast te stellen dat verdachte direct voorafgaand, of tijdens het ongeval te hard zou hebben gereden, dan wel afgeleid was door externe factoren, zoals zijn telefoon of de aan de binnenspiegel hangende pluche dobbelstenen. Evenmin valt uit het dossier af te leiden dat verdachte onder invloed was van drank of verdovende middelen.Gelet op het vorenstaande is de rechtbank, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat geen sprake is van roekeloos of zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gedrag.Het voorgaande laat onverlet dat verdachte kan worden verweten een verkeersovertreding te hebben begaan. Uit het vastgestelde verkeersgedrag concludeert de rechtbank dat verdachte onvoldoende aandacht heeft gehad voor het tegemoetkomende verkeer. Ten gevolge daarvan heeft verdachte het slachtoffer geen voorrang verleend, waardoor op de weg een gevaarlijke situatie is ontstaan waarbij verdachte in botsing is gekomen met het slachtoffer, waardoor die is komen te overlijden. Verdachtes gedrag kan als gevaarzettend in de zin van artikel 5 WVW 1994 worden aangemerkt.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren