buitengerechtelijke kosten

VR 2022/152 Is tussen partijen een eindregeling tot stand gekomen? Begroting buitengerechtelijke kosten: dubbele redelijkheidstoets.

Jurisprudentie

Op 29 september 2018 is fietser X aangereden door een bij De Goudse verzekerde auto. Hierdoor loopt zij een breuk in haar scheenbeen op, waaraan zij geopereerd moet worden. Daarnaast zijn enkele zaken van haar beschadigd. De Goudse erkent aansprakelijkheid en partijen treden in onderhandeling over een schaderegeling. De Goudse doet een aanbod voor een slotuitkering (exclusief buitengerechtelijke kosten) voor de letselschade van X. Voor de beoordeling van de buitengerechtelijke kosten verzoekt zij Van der Zwan, de belangenbehartiger van X, om zijn slotdeclaratie op te sturen. Een paralegal van

VR 2022/116 Eenzijdige beëindiging schadeonderhandeling. Veroordeling tot dooronderhandelen. Zeer hoge buitengerechtelijke kosten.

Jurisprudentie

Op 7 januari 2021 is A een verkeersongeval overkomen, waarvoor WAM-verzekeraar Bovemij aansprakelijkheid erkent. Zijn uitzendovereenkomst wordt beëindigd en ondanks enkele voorschotten van Bovemij, belandt A in een financieel benauwde situatie. Onder meer is hij niet in staat om de behandelingen bij een fysiotherapeut voor zijn herstel door te zetten, omdat hij deze niet meer kan betalen. De belangenbehartiger van A neemt meerdere malen contact op met Bovemij met het verzoek om aanvullende voorschotten. Bovemij weigert een aanvullend voorschot te verstrekken tot een nader medisch advies is

VR 2021/129 Letselschadezaak; buitengerechtelijke kosten.

Jurisprudentie
A is een ongeval overkomen. Verzekeraar B is hiervoor voor 50% aansprakelijk. Tussen partijen is in geschil of B € 15.224,48 aan buitengerechtelijke kosten moet betalen aan A als voorschot op de kosten van de belangenbehartiger van A (X). De rechtbank wijst de buitengerechtelijke kosten grotendeels toe. De belangrijkste overweging in dit verband is dat redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking komen, behalve als de regels over proceskosten van toepassing zijn krachtens art

VR 2021/120 Buitengerechtelijke kosten; dubbele redelijkheidstoets.

Jurisprudentie
A is in 2015 betrokken geraakt bij een eenzijdig verkeersongeval. Hierbij heeft A lichamelijk en psychisch letsel opgelopen. Verzekeraar B heeft in 2016 de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. In 2017 heeft A zich gewend tot mr. Z. Daarvoor hebben X en Y de belangen van A behartigd. Z heeft bij B € 14.499,28 aan buitengerechtelijke kosten gedeclareerd. B heeft daarvan € 8.000,- vergoed. B heeft in totaal in het dossier van A € 16.092,97 aan buitengerechtelijke kosten uitgekeerd. In deze procedure vordert A van B € 6.499,28. Dit bedrag ziet op de onbetaald gebleven

VR 2021/59 Letselschadezaak; redelijkheid buitengerechtelijke kosten.

Jurisprudentie
A is in 2017 een ongeval overkomen. Toen hij in de auto zat, is een andere auto tegen de achterkant van die auto aangebotst. B heeft als WAM-verzekeraar van de achteroprijdende auto aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. A en B hebben daarna in gezamenlijk overleg de schade vastgesteld op € 5.000. B heeft in totaal € 3.985,66 voor kosten rechtsbijstand betaald. In dit geschil vordert A van B nog € 1.769,85 voor kosten rechtsbijstand.De rechtbank overweegt dat de buitengerechtelijke kosten worden vergoed door (de verzekeraar van) de aansprakelijke partij, voor zover het redelijk en

VR 2020/178 De vergoeding van buitengerechtelijke kosten rechtsbijstand in letselschadezaken

Artikel
VR 2020/178 De vergoeding van buitengerechtelijke kosten rechtsbijstand in letselschadezaken Mr. J.F. Roth * * Advocaat bij SAP Letselschade Advocaten te Amersfoort. Inleiding De buitengerechtelijke kosten rechtsbijstand, afgekort BGK, vormen een belangrijk onderwerp in de letselschadepraktijk en een onderwerp dat veel stof voor discussie oplevert en aanleiding geeft tot veel verzuchtingen. Zoals deze van Lameris in 2012: 1) “Discussies over buitengerechtelijke kosten zijn nog altijd aan de orde van de dag, ondanks de initiatieven die zijn ondernomen om deze te vermijden.” In de uitgave van

VR 2020/189 Deelgeschil over buitengerechtelijke kosten; uurtarief en aantal uren te hoog.

Jurisprudentie
A is in 2013 een arbeidsongeval overkomen waarbij hij letsel heeft opgelopen aan zijn linkerbeen. A heeft B hiervoor aansprakelijk gesteld. Nadat X een toedrachtsonderzoek heeft uitgevoerd, heeft B aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. X heeft de schadeafwikkeling voor B ter hand genomen. A heeft zich in 2018 gewend tot zijn gemachtigde Z. Z heeft contact opgenomen met X. In 2019 heeft Z aan X een declaratie verzonden van € 4.605,82. Deze is onbetaald gebleven. A verzoekt dat de rechtbank B beveelt dit bedrag te vergoeden. De rechtbank beantwoordt eerst de vraag of er sprake is van een

VR 2020/188 Letselschadezaak; voorschot op schadevergoeding; voorschot op buitengerechtelijke kosten.

Jurisprudentie
A is in 2017 een ongeval overkomen. Toen zij in haar auto reed, is zij van achteren aangereden door een vrachtwagen die ingevolge de WAM verzekerd was bij B. B heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. A vordert van B een voorschot op de schadevergoeding van € 25.000 en een voorschot op de buitengerechtelijke kosten van € 5.460,12.De rechtbank overweegt dat B aan A reeds een bedrag van € 29.540 (of € 22.500) als voorschot op de schadevergoeding heeft betaald. De grootste schadeposten van A zijn het verlies aan verdienvermogen en de behoefte aan huishoudelijke hulp. Uit de beschikbare

VR 2020/187 Letselschadezaak; deelgeschil; benoeming deskundige; buitengerechtelijke kosten.

Jurisprudentie
In 2014 is A in haar auto van achteren aangereden door een auto van een verzekerde van B. A heeft hierbij letsel opgelopen. B heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. A en B zijn het erover eens dat een neuropsychologisch onderzoek door een deskundige moet plaatsvinden. A is dit deelgeschil begonnen, omdat partijen het niet eens konden worden over de persoon van de deskundige. Ook wil A dat B wordt veroordeeld tot betaling van nog niet vergoede buitengerechtelijke kosten. De rechtbank wijst erop dat A na de zitting aan de rechtbank heeft medegedeeld dat A en B hebben afgesproken dat C

VR 2020/186 Deelgeschil; voortzetting buitengerechtelijke onderhandelingen; buitengerechtelijke kosten; deskundigenonderzoek.

Jurisprudentie
Op 8 mei 2017 is A als bestuurder van een auto aangereden door een verzekerde van B. B heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. A was voor het ongeval werkzaam als kraanmachinist en hulpmonteur op zzp-basis. Het is A en B niet gelukt een pragmatische regeling te treffen. Op voorstel van B heeft A nadien een multidisciplinair revalidatietraject en een arbeidsdeskundig traject doorlopen. Daarnaast is een bedrijfsanalyse uitgevoerd. B heeft € 49.000 aan voorschotten aan A verstrekt en € 7.416,52 voldaan als voorschot op de buitengerechtelijke kosten. In 2019 heeft B de