Verkeersrecht 2013-7-8

Datum uitgave: 
juli, 2013

VR 2013/092 De waarde van smartengeld

N. Frenk, De waarde van smartengeld, VR 7/8 special smartengeld

Sinds 1992 heeft bij de ernstigste letsels de hoogte van het smartengeld geen enkele ontwikkeling doorgemaakt. Al meer dan 20 jaar is € 136.134,- de bovengrens. Zelfs de geldontwaarding is in al die jaren nauwelijks verdisconteerd. Als dat wel zou zijn gebeurd, zou dit bedrag nu ruim twee ton moeten zijn. Feitelijk is er dan ook geen sprake van stagnatie, maar van achteruitgang. En dat terwijl in dezelfde periode in een aantal van de ons omringende landen de bedragen wel fors zijn gestegen. In Duitsland zelfs verdubbeld. In toenemende mate is door diverse organisaties en in de literatuur...Lees meer

VR 2013/093 Begroting en verhoging van het smartengeld

C.C. van Dam, Begroting en verhoging van het smartengeld, special smartengeld

Deze bijdrage gaat over twee actuele smartengeldvragen:
a. hoe kan het smartengeld op meer consistente en transparante wijze worden begroot?
b. hoe kan de huidige stagnatie in dehoogtevan het smartengeld worden doorbroken?
Deze vragen bespreek ik vanuit een internationaal perspectief. Ik geef aan hoe deze vragen in het buitenland worden beantwoord en wat daarvan in Nederland kan worden geleerd. Paragraaf 2 gaat naar aanleiding van het AMC-arrest van de Hoge Raad over het gebruik van rechtsvergelijking door de rechter. Geconcludeerd wordt dat dit met name nuttig kan...Lees meer

VR 2013/094 Twee benaderingen van vergoeding van immateriële schade

In de loop van de geschiedenis hebben zich twee benaderingen van vergoeding van immateriële schade uitgekristalliseerd. In deze bijdrage worden de consequenties van beide benaderingen geanalyseerd voor de hoogte van smartengeld en voor de voorwaarden voor vergoeding van shock- en affectieschade. De conclusie is dat geen van beide benaderingen zaligmakend is, maar dat er – met name bij shockschade – goede argumenten zijn voor de Nederlandse rechter om over te stappen op een andere benadering dan de thans gebruikelijke. Het betoog is als volgt gestructureerd. Allereerst worden de twee...Lees meer

VR 2013/095 Smartengeld en de rechter

Deze bijdrage gaat over de vaststelling van het toewijsbare bedrag aan smartengeld in letselschadezaken door de rechter. Buiten beschouwing blijft de daaraan voorafgaande behandeling van letselschadezaken door de rechter, waaronder ook de beoordeling óf immateriële schade is geleden. Wel verdient vooraf opmerking dat de rechter smartengeld zelden als enige schadepost beoordeelten dat de vaststelling van smartengeld meestal pas kan plaatsvinden nadat de uitgangspunten van de schadeberekening zijn vastgesteld. Het thema smartengeld en de rechter zal ik vanuit twee invalshoeken belichten, te...Lees meer

VR 2013/096 De rol van partijen in de discussie over de hoogte van het smartengeld

C. van Dijk, De rol van partijen bij de bepaling van smartengeld, VR 7/8

De hoogte van het smartengeld houdt de gemoederen in Nederland bezig. Al in 2000 verscheen in Verkeersrecht een Woordkramer met de titel ‘Is smartengeld aan herijking toe?’1) Ook daarna is door diverse schrijvers betoogd dat de toegekende smartengeldbedragen achterlopen bij wat in het buitenland in vergelijkbare gevallen wordt toegekend. In 2008 heeft Lindenbergh deze stelling verder uitgewerkt in zijn boek Smartengeld tien jaar later.2) Hij constateerde dat de Nederlandse rechter terughoudend is en dat de in het ANWB Smartengeldboek toegekende bedragen in de meeste...Lees meer

Pagina's