Nieuwe richtlijn over het Europese rijbewijs
In de loop van oktober van het vorige jaar viel het oog op een bericht op de website van de NOS. De kop luidde ´EU komt met nieuwe rijbewijsregels, ook digitaal rijbewijs mogelijk´.1) Het bericht maakte melding van enkele nieuwigheden. Rijbewijzen zouden mogelijk vijftien jaar geldig worden. Ook komt er een rijbewijs in digitale vorm. Verder zouden de eisen voor het theorie-examen worden uitgebreid met kennis van verkeersrisico´s en zouden nieuwe rijbewijzen alleen maar worden afgegeven na een medische keuring. Deze medische keuring zou ook worden verlangd bij verlenging van het rijbewijs. Fascinerend was ten slotte de melding over de mogelijkheid ´om een EU-burger zijn rijbevoegdheid te ontzeggen in de hele Europese Unie´.
De nieuwsgierigheid naar de inhoud van de nieuwe rijbewijsregels was dus gewekt. Het blijkt te gaan over de, inmiddels vierde in rij,2) Europese richtlijn (EU) 2025/2205 van 22 oktober 2025 betreffende het rijbewijs.3) Als de nieuwe richtlijn wordt vergeleken met de oude richtlijn uit 2006, valt meteen op dat de regeling van het rijbewijs en de rijbevoegdheid omvangrijker is geworden en inderdaad de nodige nieuwigheden bevat. Ook valt bij bestudering van de richtlijn op dat de berichtgeving op de site van de NOS over de inhoud van de nieuwe rijbewijsregels niet al te zorgvuldig is; het bericht bevat enkele misslagen. Al met al is er voldoende aanleiding om in de kolommen van dit tijdschrift enige woorden te wijden aan de nieuwe rijbewijzenrichtlijn.
De aankondiging van de komst van een digitaal rijbewijs was juist. In de woorden van de richtlijn gaat het om een ´mobiel rijbewijs´. In het kader van de ´digitale transformatie´ is het in de toekomst de bedoeling dat het digitale rijbewijs de standaard wordt. Fysieke rijbewijzen blijven wel bestaan, maar om afgifte daarvan moet de rijbewijshouder afzonderlijk verzoeken. Een rijbewijshouder kan zowel een fysiek als een digitaal rijbewijs hebben. Voor de geldigheidsduur en de aan het rijbewijs te ontlenen rechten heeft dat geen gevolgen, want in dit opzicht zijn de rijbewijzen gelijk aan elkaar. Digitale rijbewijzen worden afgegeven voor gebruik in de ´Europese portemonnee voor digitale identiteit´. ´Nooit van gehoord´, zo zullen de meeste lezers wel denken. Dat is, ter geruststelling, geen aanrekenbare tekortkoming, want zo´n portemonnee bestaat op dit moment nog helemaal niet. Die komt pas eind dit jaar, want dan moeten de EU-lidstaten hun ingezetenen de mogelijkheid van een digitale identiteit gaan aanbieden. Omdat de invoering van het mobiele rijbewijs de nodige uitvoeringsmaatregelen vergt, hoeven de Lidstaten volgens de richtlijn pas over een aantal jaren4) in staat te zijn mobiele rijbewijzen af te geven. Het gaat dus nog wel een tijdje duren voordat een EU-burger zijn mobiele rijbewijs in zijn digitale portemonnee kan schuiven. Overigens mogen voor het gemak van de rijbewijshouder mobiele rijbewijzen worden opgeslagen op maximaal drie gegevensdragers. In de praktijk zullen de digitale portemonnees met de digitale rijbewijzen worden opgeslagen op mobiele telefoons. Daarmee worden die apparaten steeds meer een digitale kluis waarop velerlei persoonlijke gegevens zijn opgeslagen.
De regeling van de rijbewijscategorieën en van de minimumleeftijden in de nieuwe richtlijn bevat diverse vernieuwingen.5) Deze hangen voor een belangrijk deel samen met het toegenomen gewicht van gemotoriseerde voertuigen die gebruik maken van, in de woorden van de richtlijn, ´alternatieve brandstoffen´ en de praktijkopleidingen van nieuwe bestuurders. De administratieve geldigheidsduur van rijbewijzen van de categorieën AM, A, A1, A2, B, B1 en BE – (te) kort gezegd: bromfietsen, motoren en personenauto´s - wordt verlengd naar vijftien jaren. EU-lidstaten mogen die geldigheidsduur echter beperken tot tien jaar als het rijbewijs ook identificatiedoeleinden dient. Voor de rijbewijscategorieën C, CE, C1, C1E, D, DE en D1E – autobussen en vrachtwagens – blijft de geldigheidsduur beperkt tot vijf jaar.
Vanouds moet de aanvrager van een nieuw rijbewijs voldoen aan een aantal eisen. Zo moeten een theorie- en een praktijkexamen positief worden afgesloten. In de richtlijn worden de eisen voor het theorie-examen gemoderniseerd. Bij het examen moet niet alleen aandacht worden besteed aan kennis van de verkeersregels, aan inzicht in verkeersrisico´s die samenhangen met het gebruik van alcohol en drugs, de risico´s van afleiding door het gebruik van mobiele telefoons, maar ook aan kennis van veiligheidsaspecten in verband met voertuigen op alternatieve brandstoffen, het laden van elektrische voertuigen, kwesties in verband met het milieu (brandstof- of energieverbruik, beperking van emissies, lawaai en microdeeltjes van banden) en voordelen en risico´s van geavanceerde rijhulpsystemen en geautomatiseerde rijsystemen. Naast het afleggen van examens moet de aanvrager van een rijbewijs lichamelijk en geestelijk geschikt zijn tot besturen. Met het oog op vaststelling van die geschiktheid geeft de richtlijn als uitgangspunt dat zowel voor de eerste afgifte van een rijbewijs als bij verlengingen de aanvrager een medische controle ondergaat met betrekking tot een aantal in de richtlijn gespecificeerde aandoeningen. Het gaat om bijv. gezichtsvermogen, hart- en vaatziekten, diabetes, epilepsie, mentale problemen en verslaving aan alcohol of drugs. Voor de rijbewijscategorieën AM t/m BE mogen de Lidstaten evenwel in plaats van een medische controle kiezen voor ´alternatieve maatregelen´. Die bestaan uit het invullen van een ´zelfbeoordelingsformulier´ en/of een systeem voor de beoordeling van de rijgeschiktheid als zich bij een rijbewijshouder ´significante veranderingen van de lichamelijke of geestelijke geschiktheid´ lijken te hebben voorgedaan. Een verplichte medische controle geldt slechts voor de aanvraag voor een nieuw rijbewijs van de rijbewijscategorieën C t/m D1E en voor de verlengingen daarvan. Met een blik op de regeling van de afgifte van rijbewijzen en de regeling van de maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid in de WVW 1994 c.a. brengt de nieuwe richtlijn voor Nederland weinig nieuws.
Dan de laatste in het bericht op NOS.nl vermelde nieuwigheid, bestaande uit de mogelijkheid om een rijontzegging op te leggen die geldt in de hele EU. Als deze melding in de buurt van juistheid zou komen, zou dat heel bijzonder zijn, gelet op verschillende vergeefse pogingen die sedert de jaren ´70 van de vorige eeuw zijn ondernomen om te komen tot internationale erkenning van opgelegde ontzeggingen van de rijbevoegdheid.6) De mededeling komt dan ook niet in de buurt van juistheid. De richtlijn bepaalt namelijk niets over de geldigheid van een nationale rijontzegging in de hele EU. Wel geeft de richtlijn een regeling over de inwisseling van rijbewijzen na verhuizing van een ingezetene van de ene naar de andere Lidstaat. Ter voorkoming van rijbewijstoerisme is bepaald dat in de nieuwe verblijfstaat in beginsel geen rijbewijs mag worden afgegeven als in de andere Lidstaat het rijbewijs ongeldig is verklaard, is ingetrokken, geschorst of beperkt. Onder voorwaarden mag van deze regel worden afgeweken en mag de nieuwe verblijfstaat toch een nieuw rijbewijs afgeven, maar dat is dan niet geldig in de Lidstaat die eerder de rijontzegging heeft opgelegd. In dit opzicht bevat de richtlijn niets nieuws, want de oude richtlijn uit 2006 bevatte vergelijkbare voorzieningen. Overigens is hier sprake van een gemiste kans, want met een Europees rijbewijs en een geharmoniseerde regeling van het rijbewijs en de rijbevoegdheid valt er veel te zeggen voor een Europese geldigheid van nationale beslissingen die de rijbevoegdheid inperken.
Fijnslijper
1) https://nos.nl/artikel/2587275-eu-komt-met-nieuwe-rijbewijsregels-ook-d….
2) Eerdere richtlijnen over het rijbewijs zijn uit 1980 (richtlijn 80/1263/EEG), 1991 (richtlijn 91/439/EEG) en 2006 (richtlijn 2006/126/EG).
3) PB L 5 november 2025.
4) De richtlijn spreekt over een termijn van 54 maanden nadat de Europese Commissie de eerste uitvoeringshandelingen heeft vastgesteld. Voor die uitvoeringshandelingen is 26 november 2026 de uiterste datum.
5) Die zijn te subtiel en uitgebreid om op deze plaats inhoudelijk te bespreken.
6) Zie bijv. de vergeefse poging daartoe met de ´European convention on the international effects of deprivation of the right to drive a motor vehicle´, Brussel, 3 juni 1976, European Treaty Series nr. 88.