De ‘boete-industrie’ van Brandpunt

Column 13 november 2013

Onder de titel ‘boete-industrie’ werd in de uitzending van KRO Brandpunt van zondag 20 oktober 2013 aandacht besteed aan de snelheidsmaxima op de Nederlandse snelwegen en de beboeting van overschrijdingen van die maximumsnelheden. Dit waren in ieder geval de thema’s die ik als rode draad in de uitzending zag. Of dit spoort met de bedoelingen van de programmamakers, weet ik niet helemaal zeker, want de reportage was nogal warrig. Het flitste van maximumsnelheid naar benzineprijzen, de auto als melkkoe, de aanduiding van snelheden op hectometerpaaltjes, snelheidscontroles, verkeersveiligheid, het houden van afstand, ervaringen van buitenlanders met het rijden over Nederlandse snelwegen en het gebrek aan samenhang tussen woorden en daden van politieke leiders. De beelden ter illustratie van dit laatste waren overigens wel grappig: premier Rutte die in verkiezingstijd toezeggingen doet, die in het regeringsbeleid stuk voor stuk de nek worden omgedraaid. Deze grappigheid laat vanzelfsprekend onverlet dat een warrig tv-programma, en zeker een reportage in een actualiteitenrubriek, de vraag naar de urgentie van het programma doet opkomen.

Een voorspelbaar onderdeel van de reportage bestond uit een ondervraging van weggebruikers over hun opinies over snelheidsbeperkingen op autosnelwegen. De uitkomsten van die ondervraging waren niet verrassend. Die snelheidsbeperkingen moeten namelijk allemaal worden afgeschaft. Niet het te hard rijden is volgens de ondervraagde ‘deskundologen’ een probleem, maar het verplicht ‘slechts’ 100 km p/u rijden op wegen die zijn ingericht voor hogere snelheden leidt tot gevaarlijke situaties. Met 100 km p/u rijden bestuurders te dicht op elkaar, waardoor ander verkeer niet op de snelweg kan invoegen. Ook brengt de beperkte snelheid weggebruikers ertoe om uit verveling achter het stuur maar te telefoneren, te sms-en of ander vertier te zoeken. En zo kreeg de kijker de nodige onnozelarijen over zich uitgestort.

In het eenzijdige beeld van de weggebruiker blijven allerlei thema’s die verband houden met de maximumsnelheidsvoorschriften onbelicht. En de makers van de reportage hebben helaas niet de moeite genomen met die thema’s de discussie over de maximumsnelheden te verrijken. Neem alleen al de milieueffecten van de verhoging van de maximumsnelheid op de A2. In het licht van het ‘nimby-principe’ zal het de gemiddelde weggebruiker worst wezen dat een verhoging van 100 naar 130 km p/u dramatische effecten heeft voor de leefomgeving langs de A2. Maar voor de regelgever moet dat wel een belangrijk aandachtspunt zijn. Of de confrontatie van de blije snelheidsfetisjist met de vraag naar zijn individuele voordeel als hij over een wegvak met een lengte van 10 kilometer in plaats van 120 een snelheid van 130 km p/u mag aanhouden. Het is onwaarschijnlijk dat de vermindering van reistijd van 5 naar 4,6 minuten een substantiële bijdrage levert aan zijn levensgeluk. Een wezenlijker kwestie betreft het statistische verband tussen de gemiddeld aangehouden snelheid op de weg en het aantal verkeersdoden en gewonden. In de wet van de grote getallen leidt een verhoging van de gemiddeld aangehouden snelheid op de weg tot een stijging van het aantal verkeersslachtoffers. Willen wij als samenleving voor een verhoging van de maximumsnelheden de prijs van meer doden en gewonden wel betalen? Nu de Brandpuntreportage over de ‘boete-industrie’ geen enkele poging doet tot verdieping van de discussie over de snelheidsvoorschriften, had dit deel van de uitzending net zo goed onuitgezonden kunnen blijven.

Als de programmamakers van Brandpunt de aandacht sterker hadden gefocust op de kenbaarheid van de maximumsnelheden op de snelwegen, zouden zij een punt hebben gescoord. Sinds de invoering van het nieuwe maximum van 130 km p/u, met de vele uitzonderingen op wegvakken en delen van de dag, is het met die kenbaarheid maar slecht gesteld. Op veel snelwegen, zeker in het meer drukke deel van het land, wordt de toegelaten maximumsnelheid zo vaak naar boven en beneden bijgesteld, zeker als naast borden ook nog eens gebruik wordt gemaakt van een tijdelijke snelheidsregulering met matrixborden, dat ook de fatsoenlijk oplettende automobilist al snel de kluts kwijt raakt. De hoeveelheid wisselende borden, de te regelmatig voorkomende idiote combinatie van borden1), tijdelijke snelheidsaanduidingen, variaties van onderborden etc., maken het lastig zicht te houden op de toegelaten maximumsnelheid. Als op die weggedeelten dan frequent snelheidscontroles worden gehouden en op grote schaal boetes worden uitgedeeld, is dat bepaald niet bevorderlijk voor de legitimiteit van het overheidsoptreden. Dat roept terecht weerstand op. Voor de acceptatie van de maximumsnelheidsvoorschriften en van het handhavingsbeleid zou het dan ook een goede zaak zijn als de dames en heren bordenplaatsers de begrippen eenduidigheid en kenbaarheid wat hoger op de prioriteitenlijst zouden plaatsen.
Fijnslijper

 

1. Met als – helaas niet fotografisch vastgelegd – absurd hoogtepunt de combinatie van een bord ‘100’ en een bord ‘120’ op één paal.