VR 2017/36 Appèl deelgeschil; onrechtmatig fraudeonderzoek.

Eiseres is opgeleid tot dierenarts en gespecialiseerd in paarden. In april 2007, terwijl zij onder medische behandeling stond, hebben zij en haar partner een boerderij aangekocht waar paarden kunnen revalideren. In augustus 2007 is eiseres betrokken geweest bij een ongeval. NN heeft aansprakelijkheid erkend en voorschotten uitgekeerd. In de periode 2007 tot halverwege 2013 is eiseres onderzocht door een groot aantal deskundigen, die allen concludeerden dat het langzaam beter ging, maar dat eiseres flink beperkt bleef door onder meer hoofdpijn, concentratieklachten en energetische beperkingen. Eiseres heeft in deze periode de opleiding holistische diergeneeskunde gevolgd en verrichtte een aantal werkzaamheden in het bedrijf. In mei 2013 heeft NN, na deskresearch, CED Forensic opdracht gegeven eiseres te observeren. Van deze observaties zijn onder meer video-opnamen gemaakt. In januari 2014 heeft NN eiseres meegedeeld dat de betaalde voorschotten moeten worden terugbetaald, omdat uit het verrichte onderzoek zou blijken dat eiseres veel minder beperkt is. Eiser is een deelgeschil begonnen en heeft een verklaring voor recht gevorderd dat (1) de observaties onrechtmatig waren en de resultaten ervan niet mogen worden gebruikt, alsmede (2) dat er causaal verband is tussen het ongeval en haar beperkingen. De rechtbank heeft dit verzoek (materieel) integraal afgewezen en (3) NN niet veroordeeld in de kosten van het deelgeschil. Het verzoek om hoger beroep te mogen instellen is gehonoreerd. Het hof legt uit dat en waarom hoger beroep alleen mogelijk is voor zover het gaat om uitdrukkelijke en zonder voorbehoud gegeven (materiële) beslissingen van de rechtbank. Daarop wordt vastgesteld dat uitsluitend (1) zo'n beslissing is, zodat eiseres voor wat betreft (2) en (3) niet-ontvankelijk is. Vervolgens stelt het hof vast dat NN bij het onderzoek inbreuk heeft gemaakt op de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek (GPO), nu er op het moment dat er opdracht werd gegeven tot het verrichten van observaties geen sprake was van een redelijk vermoeden van fraude. De informatie die NN uit het deskonderzoek haalde was immers reeds bekend en gaf geen aanleiding tot twijfels. Er is derhalve sprake geweest van een ongerechtvaardigde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van eiseres. Voorts is er sprake van omstandigheden die maken dat het aldus onrechtmatig verkregen bewijs ook buiten beschouwing moet worden gelaten, waaronder de doelstelling van de GPO, het feit dat het gaat om een ernstige schending en het feit dat eiseres geen contractspartij was van NN, maar slachtoffer van een ongeval waarvoor NN aansprakelijk was. Het hof vernietigt de afwijzing van verzoek (1) en begroot de kosten van het deelgeschil conform de vordering.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren