VR 2016/089 Testen van autonome of zelfrijdende auto's op de openbare weg

VR 2016/089, Testen van autonome of zelfrijdende auto’s op de openbare weg

Nederland is het eerste land waar een zelfrijdende auto zonder stuur de weg op mag, zo kopten de media naar aanleiding van de presentatie van de zogenaamde WEpod op 28 januari 2016. Het betrof een bescheiden testrit van 200 meter op de campus van de Universiteit Wageningen. Maar later dit jaar moet het wagentje, dat geen stuur of pedalen heeft, zelfstandig een voorgeprogrammeerde route van zes kilometer gaan afleggen naar en van het treinstation Ede-Wageningen. Overigens rijdt het voertuig niet sneller dan 25 km/uur, is er aanvankelijk een ‘steward’ aan boord die veiligheidshalve via een joystick kan ingrijpen. Dat deze test in Nederland plaatsvindt is geen toeval. Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu wil Nederland op de kaart zetten als land waar deze innovaties de ruimte krijgen. Vorig jaar is de bestaande regelgeving aangepast om het testen met (deels) zelfrijdende auto’s en vrachtwagens op de openbare weg mogelijk te maken. Het voorzitterschap van de Europese Unie wordt aangegrepen om de ontwikkeling van de zelfrijdende auto op de Europese agenda zetten. Onderdeel van die agenda vormt ook het identificeren en uit de weg ruimen van eventuele juridische hobbels voor invoering van de zelfrijdende auto. De opkomst van de auto en de daaraan verbonden gevaren hebben tot een uitgebreid stelsel van (nationale en internationale) regelgeving geleid. Het daarbij genomen uitgangspunt is dat een bestuurder van vlees en bloed verantwoordelijk is voor de veilige uitvoering van de rijtaak. Een autonome of zelfrijdende auto heeft geen bestuurder van vlees en bloed. Deze auto wordt bestuurd door hardware en software. Dat roept de vraag op naar de juridische toelaatbaarheid en inpasbaarheid van het testen van zelfrijdende auto’s.

VR 2016/090 eCall: een zoektocht naar effectieve bescherming van hetrecht op privacy

Op 24 april 2015 werd Verordening 2015/758 van kracht, waarin typegoedkeuringseisen worden geïntroduceerd voor de installatie van het zogeheten eCall-systeem. eCall wordt vanaf 2018 verplicht geïnstalleerd in alle auto’s die gecertificeerd zijn voor de Europese markt. Bij een ongeluk zullen sensoren in het voertuig het systeem activeren dat direct een minimumreeks van gegevens naar een alarmcentrale (PSAP – public safety answering point) zal doorzenden, waardoor noodhulp-diensten in actie kunnen komen. eCall ondersteunt naast de 112-dienst ook diensten van derden (TPS-eCall).

VR 2016/091 Wijziging Wet schadefonds geweldsmisdrijven

De Tweede en Eerste Kamer hebben ingestemd met het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter aanvulling van het spreekrecht van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces en wijziging van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven ter uitbreiding van de mogelijkheid van uitkering aan nabestaanden. De wijziging van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (hierna: de Wet) regelt een uitbreiding voor nabestaanden van slachtoffers van dood door schuld en een uitbreiding van de indieningstermijn van aanvragen in het algemeen.

VR 2016/092 Motivering. Snelheidsmeting. Staandehouding.

Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 27 km/h”.Uit de motivering van de beslissing van de officier van justitie blijkt in geen enkel opzicht dat door de gemachtigde aangedragen gronden voor het beroep in de beslissing zijn betrokken. De beslissing van de officier van justitie in het onderhavige geval is derhalve niet deugdelijk gemotiveerd.De snelheidsmeting heeft niet plaatsgevonden met een geijkte boordsnelheidsmeter. De afwijking van de snelheidsmeter in het dienstvoertuig is na de meting bepaald met behulp van een gecontroleerde en geijkte laser. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de snelheidsmeting.De verbalisant heeft over een afstand van vijf kilometer geprobeerd de betrokkene staande te houden. Hij is daar niet in geslaagd gelet op de verkeersdrukte en de omstandigheid dat de betrokkene bleef uitlopen op de verbalisant. Naar het oordeel van het hof blijkt voldoende dat zich in dit geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan.

VR 2016/093 Ongeldig verklaard rijbewijs. Redelijkerwijs moeten weten.

De bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte "redelijkerwijs moest weten" dat zijn rijbewijs op 1 januari 2009 ongeldig was verklaard, kan niet uit de inhoud van de door het hof gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid. In het bijzonder kan de ongeldigverklaring niet worden afgeleid uit de als bewijsmiddel 14 tot het bewijs gebezigde brief van het CBR, inhoudende dat tot het opleggen van een onderzoek is besloten en dat de mogelijkheid van ongeldigverklaring van verdachtes rijbewijs bestaat, welke brief door de verdachte op 29 april 2008 is ontvangen. Het middel is terecht voorgesteld.

Pagina's