VR 2012/56 Smartengeldpraktijk: Nederland vs. Engeland*

verkeersrecht smartengeld anwb
De wijze waarop in Nederland het bedrag wordt vastgesteld waarop een slachtoffer aanspraak kan maken als vergoeding van immateriële schade, blijft de gemoederen bezig houden. In het navolgende wordt de traditionele praktijk hier te lande vergeleken met het Engelse systeem dat in januari 2012 door C.C. van Dam in dit blad globaal is beschreven. Bij deze vergelijking staat de vraag centraal of de Engelse benadering ten aanzien van het vaststellen van smartengeld voordelen biedt ten opzichte van het Nederlandse systeem. Er is niet gestreefd naar een uitputtende vergelijking tussen de Nederlandse en Engelse benadering. Na korte analyses van de geldende systemen in Nederland en in Engeland is gezocht naar de verschillen en de belangrijkste bezwaren die tegen het hier te lande gevolgde systeem zijn aangevoerd. Vervolgens wordt onderzocht of, dan wel in hoeverre, elementen van het Engelse systeem in het Nederlandse systeem verbetering zouden kunnen brengen.

VR 2012/57 Bij de verkenners

Als je 23 bent, ben je de padvinderij ontgroeid, dan ben je al lang bij de verkenners. Dat waren ze dan ook, de ruim 300 leden van de vereniging LetselSchade Advocaten, op hun 23e Jamboree in Scheveningen, samen met ruim 70 vertegenwoordigers van verzekeraars (ongeveer 50/50 rechtsbijstand en aansprakelijkheid) en ruim 50 mensen van letselschade-, expertise- en rekenbureaus. Plus een tiental belangstellenden van de kant van het UVW en een tiental oudgedienden.2)De titel van het symposion was daarom dus wel goed getroffen: Verkenningen binnen het letselschaderecht. Want verder waren er, als ik het goed geteld heb, acht rechters en één notaris. Geen politici, geen journalisten. Wat valt er voor zo’n in-crowd nog te verkennen?

VR 2012/58 Kruising of uitrit?

Voor de beantwoording van de vraag of de uitmonding van de ene weg op een andere weg als uitrit kan worden aangemerkt, is van belang of van iedere verkeersdeelnemer ter plaatse mag worden verwacht dat hij die uitmonding op duidelijk herkenbare wijze als uitrit kan herkennen. Daarbij speelt de bestemming van de uitmonding (bijvoorbeeld de toegang tot een erf van een woning of bedrijfsunit) en de constructie van de uitmondingsituatie een belangrijke rol.

VR 2012/59 Rijden door rood licht en matiging.

Op grond van artikel 2, derde lid, WAHV is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefsmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.

VR 2012/60 Matigingsbevoegdheid.

De enkele omstandigheid dat het rode voertuig, bij overigens normaal rijgedrag, onnodig lang op de linkerrijstrook is blijven rijden rechtvaardigt nog niet het rechts inhalen ervan. Mede in aanmerking genomen de overwegend subjectieve belevingen (al dan niet ingegeven door een eerdere ervaring met het rijgedrag van de bestuurder van de rode auto) die de betrokkene heeft aangevoerd ter verklaring en rechtvaardiging van zijn gedrag, was naar het oordeel van het hof geen sprake van uitzonderlijke feiten of omstandigheden die de toepassing van de discretionaire bevoegdheid van de kantonrechter tot matiging van de sanctie konden dragen.

Pagina's