VR 2016/77 Innovatieve aanpak bij kettingbotsing door dichte mist

VR 2016/77 Innovatieve aanpak bij kettingbotsing door dichte mist, Gerrit Hulsbergen

Op 16 september 2014 vond tussen Middelburg en Goes één van de grootste kettingbotsingen plaats van de afgelopen 30 jaar. Bij deze botsing waren zeker 150 auto’s betrokken. De botsing was ontstaan als gevolg van dichte mist die het zicht van de weggebruikers sterk belemmerde. Een enorme ravage was het gevolg. Hulpdiensten rukten massaal uit en gingen soms noodgedwongen te voet de betrokken auto’s langs om automobilisten eerste hulp te verlenen en gewonden naar de omringende ziekenhuizen af te voeren.

 

 

VR 2016/78 Het medisch beoordelingstraject bij letselschade; een aantal onderwerpen nader uitgediept

Op 9 oktober 2015 promoveerde ik aan De Vrije Universiteit Amsterdam (VU) op een onderzoek naar mogelijkheden ter verbetering van het medisch beoordelingstraject in letselschadezaken. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een proefschrift waarin allereerst verslag is gedaan van het onderzoek dat in 2012 heeft geleid tot de totstandkoming van de Medische Paragraaf bij de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL), een gedragscode voor juridische en medische letselschadeprofessionals voor het doorlopen van het medisch beoordelingstraject in letselschadezaken. Naast een feitelijke beschrijving van het onderzoek bevat het proefschrift een beschrijving van de methode aan de hand waarvan de Medische Paragraaf tot stand is gebracht, een methode die door mij is aangeduid als juridisch handelingsonderzoek. Voor een uitgebreide weergave van de totstandkoming en de inhoud van de Medische Paragraaf verwijs ik graag naar eerdere publicaties die rondom het gereed komen van de Medische Paragraaf in 2012 zijn verschenen. Daarnaast gaat het proefschrift in op een aantal aan het medisch beoordelingstraject gerelateerde onderwerpen ten aanzien waarvan juridische lacunes bestonden die nader onderzoek nodig maakten. In dit artikel zal ik me tot deze onderwerpen beperken, omdat deze onderwerpen meer praktische relevantie hebben voor de letselschadepraktijk dan voornoemde beschrijving van het onderzoek en de methode. Het betreft achtereenvolgens (i) de betekenis van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) in letselschadezaken (waarbij ik me in dit artikel zal beperken tot een uiteenzetting van de stand van zaken met betrekking tot het inzagerecht op grond van artikel 35 Wbp), (ii) de professionele standaard van medisch adviseurs in letselschadezaken en (iii) de onduidelijke reikwijdte van het blokkeringsrecht (zowel in letselschadezaken als daarbuiten).

VR 2016/79 Gevaar op de weg. Grondslagverlating?

Verdachte is als bestuurder van zijn snorfiets op een fietspad met veel fietsers met hoge snelheid rakelings langs fietsers gereden. Het oordeel van het hof dat door het rakelings langs die fietsers rijden gevaar op de weg kon worden veroorzaakt en het verkeer op de weg kon worden gehinderd, geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent deze aan art. 5 WVW 1994 ontleende termen en is toereikend gemotiveerd. Tussen de in art. 5 WVW 1994 opgenomen varianten "wordt" en "kan worden" bestaat een met die bewoordingen overeenkomend, gradueel doch niet-wezenlijk verschil.

VR 2016/80 Aansprakelijkheid kentekenhouder t.o.v. verzekeringsmaatschappij na-risico art. 13 WAM.

Geïntimeerde is aansprakelijk voor de schade die verzekeraar lijdt. Geïntimeerde heeft nagelaten om na overschrijving van het kentekennummer terstond een aansluitende WAM-verzekering af te sluiten. Ten gevolge van het 'na-risico' is verzekeraar thans gehouden schadevergoeding te betalen die is ontstaan bij een voorval toen haar kentekenhouder geen kentekenhouder meer was.

VR 2016/81 Verkeersongeval, shockschade.

De echtgenote en dochter van eiser zijn op 18 augustus 2005 aangereden door een vrachtwagen, waarbij de echtgenote ernstig gewond is geraakt en de dochter is overleden. Eiser heeft sirenes gehoord en was kort na het ongeval ter plaatse, waar hij is geconfronteerd met bloed en weefselresten en waar de politie hem heeft verteld dat zijn echtgenote zwaar gewond naar het ziekenhuis was gebracht en dat zijn dochter bij het ongeval om het leven was gekomen. Eiser is daarop zelf naar het ziekenhuis gebracht voor controle in verband met zijn psychische toestand. Eiser stelt in deze procedure dat sprake is van psychisch letsel en dat de WAM-verzekeraar aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. De rechtbank stelt voorop dat voldaan moet zijn aan de criteria van het Taxibus-arrest (HR 22 februari 2002, NJ 2002/240). Daarop wordt overwogen dat er een verkeersnorm is geschonden en dat eiser psychisch letsel heeft opgelopen als gevolg van de confrontatie met de gevolgen van het ongeval. De stelling van de WAM-verzekeraar dat ook sprake is van affectieschade en dat deze in mindering moet worden gebracht op de vordering, wordt niet gevolgd. Datzelfde geldt voor de stelling dat op grond van het Taxibus-arrest alleen immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt.

Pagina's