verkeersaansprakelijkheid

VR 2017/29 Verkeersongeval, doorgaande weg, ten onrechte geen voorrang.

Jurisprudentie
A reed in de auto van verzoeker toen hij op een T-splising in botsing kwam met (de auto van) verweerster. A reed daarbij op de doorgaande weg, zodat verweerster hem voorrang diende te verlenen. Verzoeker vordert vergoeding van de reparatiekosten. Het gerecht stelt voorop dat 'voorrang verlenen' betekent 'in staat stellen ongehinderd zijn weg te vervolgen'. Het is dan ook niet van belang of verweerster op het moment van het ongeval ten onrechte de doorgaande weg aan het oprijden was of dat zij te ver op de doorgaande weg stilstond - in beide gevallen heeft zij A ten onrechte geen voorrang

VR 2017/26 Verkeersongeval, whiplash, deskundige, (geen) causaal verband.

Jurisprudentie
Blijkens het eerste tussenarrest (ECLI:NL:GHSHE:2015:2764) is appellant op 30-jarige leeftijd het slachtoffer geworden van een verkeersongeval. Achmea heeft als WAM-verzekeraar aansprakelijkheid erkend. Appellant heeft whiplash-achtige klachten aan het ongeval overgehouden, maar ook psychische klachten. Enige tijd na het ongeval zijn de psychische klachten verergerd en is appellant langdurig behandeld. Appellant is volledig arbeidsongeschikt geworden. Ingeschakelde psychiaters concludeerden dat er sprake was van schizofrenie en dat die, ook zonder het ongeval, waarschijnlijk vóór het 40e jaar

VR 2017/23 Aansprakelijkheid wegbeheerder; scheur in wegdek.

Jurisprudentie
De tienjarige X keerde in de schemer terug van het strand, met K achterop en P op de fiets achter hen. Tijdens een vrij steile afdaling in het duinpad kwam zij ten val, waarbij zij hersenletsel heeft opgelopen. Op de plaats van het ongeval zat een scheur in het fietspad van ongeveer 5 meter in de lengterichting, met aan het eind een andere scheur er haaks op. De moeder van X (appellante) heeft de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk gesteld. Een door appellante ingeschakelde deskundige (Y) heeft vastgesteld dat de weg ter plaatse niet voldeed aan de CROW-normen en er ook anderszins niet zo

VR 2017/01 Gordelloze slachtoffers en beschonken bestuurders

Artikel
VR 2017/1 Gordelloze slachtoffers en beschonken bestuurders Mr. Pauline Woudenberg * * Advocaat te Haarlem. Inleiding Het dragen van een veiligheidsgordel in de auto is sinds 1975 wettelijk verplicht. 1) In veel gevallen kan een gordel de kans op ernstig letsel drastisch verminderen. 2) Toch kunnen zich situaties voordoen waarin de gordel het ontstaan van letsel niet kan voorkomen. De vraag rijst wat de consequenties zijn voor de automobilist die geen gordel draagt en in een ongeval verzeild raakt, terwijl een andere partij aansprakelijk is voor de schade. De directe oorzaak van het ongeval

VR 2017/14 Aanrijding fietsster, eigen schuld, billijkheidscorrectie.

Jurisprudentie
Ongeval tussen fietsster en automobilist. Eiseres was 15 jaar oud en kwam uit de fietsenstalling van school. Zij moest twee rijbanen oversteken en deed dit toen de eerste rijbaan vrij was, kennelijk zonder (voldoende) te kijken of ook de tweede rijbaan vrij was. Zij is daarop aangereden door Y. Niet in geschil is dat de verzekeraar van Y aansprakelijk is en dat er geen sprake is van overmacht. De verzekeraar wil 70% vergoeden, maar eiseres wil volledige vergoeding. De rechtbank stelt voorop dat het gevaar van het besturen van een motorvoertuig al volledig is verdisconteerd in de 50%-regel

VR 2017/07 Kop-staartbotsing; (geen) eigen schuld.

Jurisprudentie
Op 24 april 2009 vond er op de N242 een kop-staartbotsing plaats, waarbij X (WAM-verzekerd bij de rechtsvoorganger van Allianz) achterop geïntimeerde is gebotst. Geïntimeerde stelt Allianz aansprakelijk op grond van het feit dat X niet erin is geslaagd om haar auto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, en daarmee de verplichting van artikel 19 RVV heeft geschonden. Allianz verweert zich door te stellen dat geïntimeerde een noodstop heeft gemaakt terwijl X dat niet hoefde te verwachten. Het hof stelt voorop dat het enkele feit dat

VR 2016/178 Deelgeschil, verkeersongeval, bewijslevering in deelgeschil.

Jurisprudentie
Verzoeker bestuurde in 2007 de auto van X op de snelweg, met X en Y als passagiers. Er zat een bumperklevende personenauto achter hen. Nadat deze hen inhaalde is verzoeker van de weg geraakt en over de kop geslagen. Over de toedracht is men het niet eens. Verzoeker stelt (in 2012) dat X, die zich opwond over het bumperkleven, een ruk aan het stuur heeft gegeven. X stelt dat de inhalende bumperklever hen de weg heeft afgesneden. Y heeft eerst de lezing van X bevestigd. Tijdens een voorlopig getuigenverhoor heeft hij echter onder ede gesteld dat X hem onder druk had gezet en dat de lezing van

VR 2016/174 Deelgeschil, verkeersongeval, omkeringsregel.

Jurisprudentie
Automobiliste X (verzoekster) is toen zij stopte voor een zebrapad van achteren aangereden door automobilist Y. Zij heeft dientengevolge onder meer hoofd- en nekpijnklachten ontwikkeld. Per 2015 wordt X in het kader van de WIA volledig arbeidsongeschikt geacht. Het geschil spitst zich toe op de aansprakelijkheid. De verzekeraar van Y stelt dat er geen voetgangers wilden oversteken en X dus zonder noodzaak plotseling is gestopt, waarna Y niet meer kon stoppen. X stelt dat zij wel degelijk moest remmen voor overstekende voetgangers. De rechtbank stelt voorop dat de afstand tot de voorligger

VR 2016/159 Deelgeschil; val van rijdende aanhanger; eigen schuld?

Jurisprudentie
Verzoeker (X) verrichte op 15 april 2013 wegwerkzaamheden, waarbij hij op een aanhangwagen zat achter een door Y bestuurde bestelauto. Hij moest daarbij afzetschilden in de berm gooien. Op enig moment is hij, staand op de aanhangwagen, gevallen en eerst tussen de bestelauto en de aanhangwagen, vervolgens onder de aanhangwagen terecht gekomen. Y is voor dit voorval in verband met overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet strafrechtelijk veroordeeld tot een boete. X acht Y aansprakelijk en stelt daartoe dat Y, door toe te staan dat X zich tijdens het rijden op de open aanhangwagen zonder enige

VR 2016/158 Deelgeschil; art. 185 WVW; eigen schuld;
billijkheidscorrectie.

Jurisprudentie
Benadeelde is op een kruising door rood licht gefietst en daarbij aangereden door een auto die 70 km/uur reed waar 50 km/uur was toegestaan. Zij heeft daarbij ernstig hersenletsel opgelopen. De verzekeraar heeft aangeboden 75% van de schade te vergoeden, maar benadeelde vordert 90%. Tussen partijen is niet in geschil dat er geen sprake is van overmacht - het geschil is beperkt tot de mate van eigen schuld. De stelling dat de verkeersfout van de automobilist vele malen groter is dan die van benadeelde volgt de rechtbank niet: een substantiële overschrijding van de maximumsnelheid is een