VR 2018/103 Voorrang. Afslaan. Fietspad. Dodelijk ongeval. Geen aanmerkelijke schuld.

De verdachte, beroepschauffeur, slaat met de door hem bestuurde vrachtwagen rechtsaf en komt daarbij in aanrijding met een op een rechts van de weg liggend fietspad in dezelfde richting als de verdachte rijdende fietser, die ten gevolge van het ongeval overlijdt. Verdachte heeft er blijk van gegeven, door meermalen in zijn spiegels en zijraam te kijken en zijn snelheid te minderen, zich te hebben ingespannen om aan de plicht om voorrang te verlenen te voldoen. Uit de enkele omstandigheid dat verdachte het slachtoffer aan wie hij voorrang had dienen te verlenen niet heeft gezien, hoewel zij voor hem op enig moment wel waarneembaar moet zijn geweest, kan niet volgen dat sprake is van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren