immateriële schade

VR 2017/70 Overschrijding redelijke termijn in belastingprocedures.
Overzichtsarrest.

Jurisprudentie
In 2011 heeft de Hoge Raad (HR) aanvaard dat wanneer de procedure in een belastingzaak onredelijk lang heeft geduurd, hiervoor in beginsel een recht op immateriële schadevergoeding bestaat. De HR gebruikt het onderhavige arrest om de jurisprudentie op dit punt te consolideren en te beslissen op enkele overgebleven vragen. (1) Het uitgangspunt: de rechtszekerheid maakt dat de procedure binnen een redelijke termijn moet worden afgerond. (2) Aanvang en einde van de termijn: de in aanmerking te nemen termijn vangt in beginsel aan wanneer de inspecteur het bezwaarschrift ontvangt en eindigt wanneer

VR 2017/28 Gebondenheid aan eenzijdige expertise; looptijd schade;
factoren smartengeld.

Jurisprudentie
Na een auto-ongeval stellen eisers blijvende beperkingen te ervaren. De aansprakelijke verzekeraar betwist het bestaan van de gestelde schade en vordert in reconventie medewerking aan onafhankelijk medisch onderzoek, omdat de bestaande medische informatie eenzijdig opgesteld en verouderd zou zijn. Het gerecht oordeelt met betrekking tot eiser 1: uit de medische informatie blijkt dat het ongeval heeft geleid tot blijvende klachten en beperkingen. De verzekeraar heeft deze conclusies niet gemotiveerd weersproken. Van een partij die de juistheid van een rapport betwist mag zulks wel worden

VR 2016/192 Deelgeschil, verkeersongeval, smartengeld.

Jurisprudentie
Eiseres was ruim 70 jaar oud toen zij op de fiets frontaal werd aangereden door een automobilist die van de weg op het fietspad geraakte. Zij heeft hieraan blijvend letsel overgehouden aan onder meer haar enkel en knie, met ongeveer 16% functionele invaliditeit. Voorafgaand aan het ongeval was zij erg sportief, maar intensieve sportbeoefening met familie en vrienden is nu niet meer mogelijk. Eiseres verzoekt het smartengeld vast te stellen op € 75.000,-. Zij wijst op de ernst van het ongeval (waaronder het feit dat eiseres geruime tijd op de Intensive Care heeft verbleven en in totaal 27

VR 2016/131 Immateriële schade na seksueel misbruik van minderjarigmeisje tijdens jarenlang verblijf in leefgemeenschap.

Jurisprudentie
Eiseres is vanaf haar dertiende jaar seksueel misbruikt door gedaagde tijdens jarenlang verblijf in leefgemeenschap, alsmede tweemaal van hem zwanger geraakt, ten gevolge waarvan zij beide keren een abortus heeft ondergaan. Eiseres vordert in onderhavige zaak immateriële en materiële schadevergoeding. Vooropgesteld wordt dat de hoogte van een immateriële schadevergoeding conform art. 6:106 BW naar billijkheid moet worden vastgesteld, waarbij rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, in het bijzonder de aard en ernst van de inbreuk en de gevolgen daarvan voor het

VR 2016/02 Schadevergoeding bij schending van mensenrechten revisited

Artikel
VR 2016/2 Schadevergoeding bij schending van mensenrechten revisited Mr. dr. M.L. van Emmerik * * Universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger in de afdeling bestuursrecht van de rechtbank Midden-Nederland. Inleiding Enige tijd geleden benaderde de redactie van dit tijdschrift mij om een bijdrage over mijn proefschrift te schrijven voor deze rubriek, waar u inmiddels vertrouwd mee bent. Dit verzoek werd als volgt nader gemotiveerd: “Omdat jouw proefschrift het eerste Nederlandse luikje is naar de relevantie van mensenrechten voor het