Verkeersrecht 2019-7-8

Editie
Datum uitgave: 

VR 2019/118 Rijden onder invloed. Ne bis in idem. Straf. Onderzoek naar
de rijvaardigheid of geschiktheid.

Jurisprudentie
Evenmin als de ongeldigverklaring van het rijbewijs, wordt de verplichting tot deelname aan het daaraan voorafgaande onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid derhalve opgelegd op grond van het plegen van een strafbaar feit, ook al kan de verdenking van zo een feit wel de aanleiding vormen voor dat onderzoek. Mede gelet daarop betreft het onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen - ook in aanmerking genomen dat de met dit onderzoek verbonden kosten ten laste komen van degene aan wie de verplichting tot deelname aan het onderzoek is opgelegd -

VR 2019/119 Gevaarlijk rijden. Strafmaat.

Jurisprudentie
De verdachte heeft zich als bestuurder van een personenauto met passagiers schuldig gemaakt aan zeer gevaarlijk verkeersgedrag door met een aanzienlijk hogere snelheid te rijden dan ter plaatse was toegestaan en tweemaal een rood verkeerslicht ter hoogte van een kruising te negeren. Dit heeft geresulteerd in een botsing met een ander voertuig. Door aldus te handelen heeft de verdachte niet alleen schade en hinder veroorzaakt, maar ook blijk gegeven van miskenning van zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer. Hij heeft geen rekening gehouden met de gevolgen die zijn rijgedrag zou kunnen

VR 2019/120 Verlaten plaats ongeval.

Jurisprudentie
De verdachte heeft na een aanrijding waarbij zij betrokken was en een ander letsel opliep, de plaats van het ongeval verlaten zonder haar identiteit kenbaar te maken. De verdachte heeft haar voertuig nabij de plaats van het ongeval achtergelaten, maar heeft daarbij niet op enigerlei wijze kenbaar gemaakt dat deze auto betrokken was geweest bij het ongeval. Met het achterlaten van een voertuig is niet de identiteit van de bestuurder bekend. De verdachte heeft dus niet behoorlijk gelegenheid gegeven tot vaststelling van haar identiteit als bedoeld in art. 7, tweede lid, WVW 1994.

VR 2019/121 Strafvermindering. Samenloop.

Jurisprudentie
De verdachte heeft in de bebouwde kom met zijn motorfiets met een snelheid gereden die de maximumsnelheid aanzienlijk heeft overschreden. Door te handelen zoals de verdachte heeft gedaan, heeft hij de verkeersveiligheid in gevaar gebracht en zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer ernstig veronachtzaamd. Gelet op het bepaalde artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht houdt het hof rekening met de door dit hof bij arrest opgelegde straf in de gelijktijdig op 23 juli 2018 behandelde strafzaak (onder parketnummer 23.003866-16) en met de veroordeling van het gerechtshof Amsterdam van 30

VR 2019/122 Rood verkeerslicht. Geeltijd. Stopafstand.

Jurisprudentie
De rechtbank heeft op juiste gronden geoordeeld dat het voertuig van de betrokkene het rood uitstralende verkeerslicht is gepasseerd, dat de leerling van de gemachtigde tijdig en op verantwoorde wijze heeft kunnen stoppen voor het verkeerslicht en dat de rechtbank hierbij een correcte berekening van de remafstand heeft gehanteerd. Dat volgens het IVER-rapport te weinig rekening wordt gehouden met achterliggers bij roodlichtgedragingen en wordt aanbevolen dat geeltijden consistent moeten zijn, betekent niet zonder meer dat het voor de leerling van de gemachtigde in de onderhavige zaak niet meer