Zoeken

26 resultaten gevonden

  1. VR 2026/03 Salduz. Recht op rechtsbijstand is ook van toepassing in Wahv-zaken.

    Jurisprudentie
    Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd vanwege het vasthouden van de mobiele telefoon. Bij de staandehouding verklaarde zij dat de telefoon wel vasthield, maar er niet actief op bezig was. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat deze verklaring niet gebruikt kan worden, omdat zij bij de staandehouding niet is gewezen op het recht op rechtsbijstand. Het hof oordeelt dat het recht op rechtsbijstand zo fundamenteel is dat dit ook in Wahv-zaken onverkort geldt en niet onder de 'Jussila-versoepeling' valt. Als een betrokkene in een Wahv-zaak een verklaring heeft afgelegd
  2. VR 2026/04 EMG na bezwaar herroepen en in later besluit omgezet naar rijvaardigheidsonderzoek. Geen strijd met verbod reformatio in peius, wel met art. 7:11 lid 2 Awb.

    Jurisprudentie

    Het CBR heeft aan eiseres een EMG opgelegd, nadat de politie had gemeld dat zij langdurig onnodig links reed, slingerde en niet direct reageerde op een stopteken. Eiseres maakte bezwaar en het CBR verklaart het beroep gegrond. Het CBR kondigde aan dat een nieuw besluit zou volgen. In dat nieuwe besluit kreeg eiseres een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd. Ook tegen dit besluit maakte zij bezwaar, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens ging zij in beroep. Eiseres stelt dat het CBR het verbod op reformatio in peius had geschonden. Door bezwaar te maken zou zij in een slechtere

  3. VR 2026/05 Verklaring over nuttigen alcohol ná ongeval en getuigenverklaring hierover ongeloofwaardig.

    Jurisprudentie

    Verdachte raakt betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval. Na het ongeval wordt hij door zijn moeder naar huis gereden. Naar aanleiding van een melding van de moeder van verdachte zijn verbalisanten naar diens woning gegaan om hem te controleren en een blaas- en speekseltest af te nemen. Verdachte werkte hieraan mee en verklaarde dat hij slechts één biertje had gedronken. Op basis van de uitslag van de blaastest werd de verdachte meegenomen naar het politiebureau voor een ademanalyse, waaruit bleek dat zijn ademalcoholgehalte 585 microgram per liter uitgeademde lucht betrof. Zowel de

  4. VR 2026/06 Ongeval na wedstrijd met scooters op de weg. Roekeloosheid.

    Jurisprudentie

    Verdachte maakte deel uit van een groep bromfietsers en motorscooters die met elkaar aan het sprinten waren om te kijken wie er het snelst aan het eind van de weg was. Hierbij haalde verdachte gevaarlijk in op onoverzichtelijke plaatsen en hield onvoldoende rechts. Er volgde een frontale aanrijding met een bestuurder die uit de tegenovergestelde richting kwam, waarna verdachte daarna de plaats van het ongeval verliet. Bovendien reed verdachte onverzekerd. De verdediging betwist het door de rechtbank bewezenverklaarde roekeloosheid. Het hof stelt als eerste vast dat hier sprake is van een

  5. VR 2026/07 Dwarslaesie opgelopen bij deelname aan hindernisbaan. Onrechtmatige gevaarzetting.

    Jurisprudentie
    In 2019 nam A (appellant) deel aan een door Titan georganiseerde evenement ‘Titan Swim’. Toen A van het obstakel ‘de piramid’ sprong, gleed hij uit en als gevolg daarvan liep hij een dwarslaesie op. In eerste aanleg heeft toetsing aan de kelderluikcriteria niet geleid tot de conclusie dat de organisator meer veiligheidsmaatregelen had moeten nemen. Het obstakel zelf was niet gevaarlijk en het gevaar van het springen van de bovenste trede van het obstakel was voor de deelnemer voldoende kenbaar. Het betrof de eigen beoordelingsverantwoordelijkheid van A. De rechtbank concludeerde dat de
  6. VR 2026/08 Ongeval bij cursus Toprope klimmen. Letselschade. Kelderluikcriteria.

    Jurisprudentie
    Van januari 2016 tot januari 2023 exploiteerde Klimmuur Haarlem een grote klimhal in Haarlem, waar ook cursussen Toprope klimmen werden gegeven. Bij Toprope klimmen klimt een persoon aan een touw, terwijl een ander beneden zekert met een tuber-apparaat. Appellante P had zich ingeschreven voor de Basiscursus Sportklimmen. De cursus bestond uit vier lessen en hiermee kon P het Certificaat K2 behalen om zelfstandig te klimmen. Tijdens de derde les viel P van ongeveer twaalf meter hoogte op de vloer. Hierdoor liep zij ernstige fracturen op aan haar voeten en benen. P moest maanden revalideren. P
  7. VR 2026/09 Snorfietser ten val door omgewaaid schrikhek. Gevaarzetting? Aansprakelijkheid gemeente.

    Jurisprudentie

    Op maandag 11 maart 2019 vonden op de Julianalaan in Delft vrijwel gelijktijdig twee ongevallen plaats doordat scooterrijders tegen een omgewaaid schrikhek reden. Eén slachtoffer overleed later, het andere slachtoffer (A) liep hoofdletsel op en verbleef enkele maanden in een revalidatiecentrum. Ten tijde van het ongeval was het donker en vochtig door neerslag. Door wegwerkzaamheden was de Julianalaan deels afgesloten voor motorvoertuigen, met waarschuwingsborden die omleidingen aangaven. Het schrikhek stond midden op de rijbaan, niet verzwaard, maar (snor)fietsers konden erlangs via de

  8. VR 2026/10 Inzittende verzekering. Beroep op alcoholuitsluiting faalt. Sprake van gezinsverband.

    Jurisprudentie

    Op 23 mei 2015 overleed de bestuurder van een auto door een eenzijdig verkeerongeval. Het slachtoffer had bij Allianz een inzittendeverzekering afgesloten. X, de partner van de bestuurder, vorderde schadevergoeding bestaande uit begrafeniskosten en kosten van levensonderhoud. Allianz heeft de dekking primair geweigerd, omdat er geen sprake zou zijn van samenwoning in gezinsverband. Subsidiair is de dekking geweigerd vanwege de uitsluiting in geval van alcoholgebruik boven de wettelijke limiet. In eerste aanleg is de vordering van X toegewezen en is door de rechtbank geoordeeld dat zij

  9. VR 2026/11 Hoger beroep: auto rijdt over voet van pakketbezorger. Overmacht en/of eigen schuld?

    Jurisprudentie

    In VR 2023/41 is eerder over de uitspraak van rechtbank Rotterdam geschreven. Op 15 februari 2019 stapte pakketbezorger X achter een geparkeerde vrachtwagen de weg op. Op dat moment reed automobilist A in haar elektrische auto langs de vrachtwagen. Zij zag X niet lopen en reed over zijn voet heen. Door de elektrische aandrijving van de auto hoorde X het voertuig niet aankomen. Als gevolg van dit ongeval liep X letselschade op. De rechtbank heeft eerder beslist dat de WAM-verzekeraar van A, Allianz, jegens X voor 65% aansprakelijk is voor zijn schade. Allianz is hiertegen in hoger beroep gegaan

  10. VR 2026/12 Eenzijdig ongeval bij zware regenval. Aansprakelijkheid wegbeheerder. Adequate maatregelen getroffen?

    Jurisprudentie

    In de nacht van 5 op 6 augustus 2023 vond zeer zware regenval plaats. Rijkswaterstaat ontving op 6 augustus om 6:08 uur een melding van water op het wegdek van de A4 richting Rotterdam ter hoogte van hectometerpaal 56,0. Naar aanleiding daarvan werd op de matrixborden een snelheidsbeperking van 70 km/u ingesteld en werd een weginspecteur naar de locatie gestuurd. Tien minuten later raakte X (eiseres) betrokken bij een eenzijdig ongeval op dezelfde plaats. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat het voertuig van X in botsing kwam met de muur van het aquaduct. Door de regen was sprake

  11. VR 2026/13 Deelgeschil letselschade. Aanrijding met golfkarretje. Causaal verband. Secundaire victimisatie.

    Jurisprudentie

    Op 21 september 2022 is X (verzoeker) op het terrein van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) te ’s-Gravendeel aangereden door een golfkar, bestuurd door een medewerker van het COA. Het COA heeft aansprakelijkheid aanvaard voor zover dit uit de feiten voortvloeit. Partijen hebben gezamenlijk medisch adviseur dr. Buisman (1MA) ingeschakeld. Er ontstond vervolgens verschil van mening over de vraag of de huidige klachten van X – waaronder een bilaterale spondylolysis – het gevolg zijn van het ongeval. Tijdens de zitting van 10 juni 2025 is afgesproken dat 1MA een aanvullend rapport zou

  12. VR 2026/14 Val van motor als passagier. Aansprakelijkheid bestuurder en WAM-verzekeraar.

    Jurisprudentie

    X (verzoekster) en A (verweerder) hadden in 2021 een affectieve relatie. Op oudjaarsavond wilden zij vanuit de woning van X in Rotterdam-Zuid met de motor van A naar de Erasmusbrug rijden om vuurwerk te bekijken. De motor was door A aangepast met een verlengde achterbrug, zonder de verplichte RDW-herkeuring. Voor het ritje werd de motor voorzien van een afneembaar passagierszitje zonder rugsteun voor X. Tijdens de rit trok A op bij een kruispunt, waarna X van de motor viel. A stopte direct en verleende eerste hulp terwijl een omstander 112 belde. X werd met spoed geopereerd aan zware

  13. VR 2026/17 Niet aannemelijk gemaakt dat fietspaden voor meer dan dertig jaar voor iedereen toegankelijk zijn geweest. Geen openbare weg in de zin van de Wegenwet.

    Jurisprudentie

    De eigenaar van een landgoed heeft twee fietspaden op het landgoed, de Emilialaan en de Stulpselaan, afgesloten. Fietsvrienden Pijnenburg verzocht het college van burgemeester en wethouders van Baarn hiertegen handhavend op te treden, omdat de paden volgens hen openbare wegen zijn in de zin van de Wegenwet. Het college wees dit verzoek af, omdat het de paden niet aanmerkte als openbare weg. De rechtbank oordeelde dat het college terecht niet handhaafde ten aanzien van de Emilialaan, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat dit pad openbaar was geworden. Voor de Stulpselaan kwam de rechtbank tot

  14. VR 2026/18 Intrekken weekendverbod voor motoren. Geluidsonderzoek uitgevoerd na eerdere uitspraak. Intrekkingsbesluit deugdelijk gemotiveerd.

    Jurisprudentie

    In een eerdere uitspraak had de Afdeling geoordeeld dat het verkeersbesluit om motoren in de weekenden van 1 april tot en met 31 oktober te weren onzorgvuldig was voorbereid. Naar aanleiding van die uitspraak heeft het college een geluidsonderzoek laten uitvoeren. Op basis van de resultaten van dat onderzoek en de cijfers over ongevallen, heeft het college geconcludeerd dat een weekendverbod voor motoren niet gerechtvaardigd is. Daarom heeft het college het besluit ingetrokken. Twee omwonenden stellen dat het intrekken van dit besluit in strijd is met de doelstellingen van artikel 2 WVW 1994

  15. VR 2026/19 Bijrijder na ongeval overleden. Alternatief scenario van verontschuldigbare onmacht niet aannemelijk. Veroordeling overtreding art. 6 WVW 1994.

    Jurisprudentie

    De verdachte wordt verweten dat hij als beginnend bestuurder door zeer onvoorzichtig rijgedrag een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij zijn bijrijder is overleden. Vaststaat dat hij op een onverlichte 60-km-weg met een snelheid van ongeveer 135 km/u heeft gereden. In een bocht raakte de auto in een drift, waarna deze van de weg raakte en tegen twee bomen botste. Uit EDR-gegevens blijkt dat de auto 0,5 seconden vóór de botsing 123,07 km/u reed en tijdens de botsing 98,38 km/u. De verdediging heeft aangevoerd dat sprake was van verontschuldigbare onmacht, omdat de verdachte voorafgaand aan

  16. VR 2026/20 Vrijspraak dood door schuld. Geen verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid.

    Jurisprudentie

    Verdachte raakt als bestuurder van een auto betrokken bij een verkeersongeval met een fietser. Als gevolg van het ongeval komt de fietser om het leven. Op de plaats van het ongeval geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Uit onderzoek blijkt dat verdachte heeft gereden met een minimale snelheid van 71,51 kilometer per uur. De verbalisant ruikt bij het eerste contact met verdachte een alcohollucht en de verdachte vertoont uiterlijke kenmerken van alcoholgebruik. Het resultaat van de blaastest op het voorselectieapparaat duidt op een waarde tussen de 300 en 430 microgram alcohol per

  17. VR 2026/21 Dekman valt van schip. Letselschade. Aansprakelijkheid werkgever en/of schip.

    Jurisprudentie

    Op 19 december 2012 raakte X als terminaloperator bij ECT ernstig gewond toen hij aan boord van het containerschip van Cosco Europe door een opening viel tijdens het sluiten van een scheepsluik. De looppaden waren rommelig door lashingmateriaal, ondanks herhaalde verzoeken van X om dit op te ruimen. Hierdoor kon hij de veiligheidsprocedure niet volledig volgen. ECT erkende aansprakelijkheid en stelde vervolgens Cosco aansprakelijk. Volgens het Marintec-rapport was het ongeval het gevolg van onveilige omstandigheden en het niet naleven van veiligheidsprocedures. In eerste aanleg vorderde ECT

  18. VR 2026/22 Regresvordering verzekeraar. Aanvang verjaringstermijn. Redelijkheid en billijkheid.

    Jurisprudentie

    In 2013 hield Ziggo een bedrijfsfeest bij evenementenlocatie Brothers. Een medewerker van Ziggo kwam daar ten val op een nabijgelegen parkeerterrein en liep daarbij blijvend letsel op. De verzekeraar van Ziggo, Nationale Nederlanden (NN), stelt dat Brothers naast Ziggo aansprakelijk is voor deze schade en vordert regres voor het aan de werknemer uitgekeerde bedrag van € 230.000,-. Brothers betwist die aansprakelijkheid en beroept zich op verjaring. De werknemer stelde Ziggo in 2017 aansprakelijk, waarna aansprakelijkheid aanvankelijk werd afgewezen. In 2019 vond een voorlopig getuigenverhoor

  19. VR 2026/23 Ernstig verkeersongeval. Verhaalsvordering van verzekeraar. Aansprakelijkheid wegbeheerder

    Jurisprudentie

    Op 8 september 2019 vond een aanrijding plaats op een fietspad in Haarlem tussen een bromfietser en een sportfietser. De sportfietser reed als laatste in een groep van vijf wielrenners. De botsing gebeurde bij de overgang van een houten brug naar asfalt, waar het pad smal is en een hobbel in het wegdek zit. De eerste vier fietsers konden de bromfietser passeren, maar de vijfde fietser botste tegen zijn spiegel en kwam ten val. De sportfietser overleed later aan zijn verwondingen. De bromfietser verklaarde dat hij snelheid minderde, probeerde uit te wijken en gepoogd had om de fietser te

  20. VR 2026/24 Letselschade na val tijdens training hondencursus. Aansprakelijkheid bedrijf.

    Jurisprudentie

    Op 4 februari 2020 vond een ongeval plaats tijdens een hondentraining in de trainingshal van De Bréborgh. Tijdens de training was een parcours met hindernissen uitgezet. Toen de hond van appellant (A) bij een tunnel weigerde verder te lopen en A een stap achteruit deed, kwam hij ten val op een natte plek en liep hij ernstig armletsel op. A stelt dat De Bréborgh haar zorgplicht had geschonden. De door De Bréborgh genomen maatregelen – het beschikbaar stellen van dweilmateriaal en instructies aan deelnemers – waren volgens hem onvoldoende en ook ontbraken er waarschuwingsborden. In het

Zoektips

  • Check of de spelling van de zoekterm klopt
  • Weet u het publicatienummer van een uitspraak of artikel, toets dan bijvoorbeeld in “2021/68”. Het publicatienummer dient dus tussen aanhalingstekens te staan. (N.B.: artikelen hebben vanaf 2011 een publicatienummer; uitspraken hebben allemaal een publicatienummer.) Om een artikel of uitspraak te vinden met een publicatienummer onder de 10 of vlak onder de 100, is het soms nodig om er een nul voor te typen. Bijvoorbeeld “2022/08” of “2021/090”.
  • Gebruik meerdere zoektermen voor een zo relevant mogelijk resultaat:
    • Zoekt u een artikel/uitspraak waarin zowel ‘auto’ als ‘stoplicht’ voorkomt, toets dan in: auto AND stoplicht
    • Zoekt u op één van de woorden, dan toetst u de woorden gewoon los in (auto stoplicht). Het zoekresultaat bevat dan alle artikelen/uitspraken/columns waarin auto en/of stoplicht voorkomt.

Nog niet gevonden wat u zoekt? Neem contact met ons op. Wij helpen u graag!