VR 2018/162 Aansprakelijkheid wegbeheerder; wegwerkzaamheden; voldoende maatregelen.

In juli 2015 was in Rijswijk een gedeelte van de Haagweg opgebroken in verband met wegwerkzaamheden. Er was sprake van een gat in de weg van ca. 20 cm diep. Eiser is op de fiets met hoge snelheid dit gat ingereden, over het stuur van zijn fiets gelanceerd en met zijn hoofd tegen het uitgehakte deel van het asfalt aangekomen. Hij heeft daarbij onder meer ernstig hersenletsel opgelopen. Hij beschikt niet over een ziektekostenverzekering; in verband met zijn behandeling is ruim € 88.000,- in rekening gebracht. Eiser stelt de gemeente Rijswijk aansprakelijk op grond van art. 6:174 juncto 6:162 BW. Volgens hem zou de gemeente te weinig maatregelen hebben genomen om ongevallen als het onderhavige te voorkomen.De rechtbank stelt voorop dat de aansprakelijkheid op grond van art. 6:174 moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria van de arresten Wilnis (ECLI:NL:HR:2010:BN6236) en Reaal/Deventer (ECLI:NL:HR:2014:831) en dat die criteria overeenkomen met de zgn. Kelderluikcriteria (ECLI:NL:HR:1965:AB7079). Bij het antwoord op de vraag of de weg voldoet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld, komt het derhalve aan op de - naar objectieve maatstaven te beantwoorden - vraag of deze, gelet op het te verwachten gebruik of de bestemming daarvan, met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken deugdelijk is, waarbij ook van belang is hoe groot de kans op verwezenlijking van het gevaar is en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs te vergen zijn. De rechtbank overweegt dat door de opengebroken rijbaan sprake was van een onveilige verkeerssituatie en dat de gemeente deze situatie deugdelijk diende te beveiligen. Daarbij heeft de gemeente tot op zekere hoogte rekening moeten houden met fietsers die niet steeds oplettend zijn en/of soms de verkeersregels overtreden. De gemeente heeft echter geen rekening hoeven houden met een bewuste, grove overtreding van de verkeersregels. De rechtbank stelt vast dat de gemeente onder meer het fietsverkeer heeft omgeleid, dat uit de aanwezige verkeersborden voldoende duidelijk bleek dat het oprijden van de Haagweg niet was toegestaan en dat de aanwezige hekken en rood-witte afzettingsblokken maakten dat het oprijden van de Haagweg zeer moeilijk werd. De gemeente had nog aanvullende maatregelen kunnen nemen, waardoor bijvoorbeeld het gat duidelijker zichtbaar zou zijn geweest voor een fietser die, ondanks de wél genomen maatregelen, toch de Haagweg zou oprijden. Het nemen van dergelijke aanvullende maatregelen zou het ongeval wellicht hebben voorkomen. Die omstandigheid is op zichzelf echter onvoldoende om te concluderen dat de gemeente onvoldoende veiligheidsmaatregelen zou hebben genomen. Daar komt bij dat zich tussen de fietsoversteekplaats (waar eiser de eerste afzetting heeft genegeerd) en het gat ook nog een aantal afzettingsblokken bevonden ten behoeve van het autoverkeer, zodat eiser niet één maar twee duidelijk zichtbare afzettingen heeft genegeerd. Uit de informatie van de SEH blijkt bovendien dat eiser 2,2 promille alcohol in zijn bloed had. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel dat de gemeente geen rekening hoefde te houden met verkeersgedrag zoals eiser dat heeft vertoond: onder zware invloed van alcohol, met hoge snelheid meerderde duidelijke borden en verkeersafzettingen omzeilend de kruising oprijden. Onder die omstandigheden kan de kruising niet als gebrekkig worden aangemerkt, zodat de vorderingen van eiser moeten worden afgewezen.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren