schadevergoeding

VR 2026/75 Collectieve actie Bureau Clara Wichmann. Borstimplantaten. Aansprakelijkheid producent.

Jurisprudentie

Stichting Bureau Clara Wichmann (hierna: BCW) is een stichting die zich al meer dan 35 jaar inzet voor de maatschappelijke, sociale en rechtspositie van vrouwen. In deze procedure richt BCW zich tegen het Allergan/AbbVie-concern, een Amerikaanse farmaceutische onderneming die borstimplantaten produceert. De procedure gaat over getextureerde borstimplantaten met een ruwe buitenkant, onder andere van de merken Natrelle, Biocell en McGhan. Deze implantaten werden vanaf 1987 door Allergan en haar rechtsvoorgangers geproduceerd en wereldwijd verkocht. In Nederland wordt geschat dat ongeveer 60.000

VR 2026/70 Ongeval tijdens zeilreis. Rechtsverhouding van partijen. Kwalificatie overeenkomst.

Jurisprudentie

In deze zaak staat centraal hoe de rechtsverhouding tussen partijen gekwalificeerd dient te worden. De kwalificatie is namelijk bepalend voor de vraag of verweerder A aansprakelijk is voor de letselschade van eiseres X. A exploiteert een eenmanszaak die zeilreizen organiseert en treedt daarbij zelf op als schipper. Hij is voor aansprakelijkheid verzekerd bij Achmea. Tijdens een door hem georganiseerde zeilreis in de Caribische Zee kreeg X een ernstig ongeval. Zij liep hierbij een traumatische dwarslaesie op. X heeft een verklaring voor recht gevorderd dat A aansprakelijk is voor haar schade en

VR 2026/67 Ongeval op onbewaakte spoorwegovergang. Aansprakelijkheid automobilist en wegbeheerder jegens Arriva.

Jurisprudentie

In 2018 vond een dodelijk ongeval plaats op een zogenaamde niet actief beveiligde overweg (hierna: NABO). Een 78-jarige automobilist kwam in botsing met een trein van Arriva. De auto was verzekerd bij Achmea. Uit het politierapport blijkt dat het ongeval waarschijnlijk het gevolg was van een rij- of beoordelingsfout van de bestuurder, die de trein geen voorrang gaf. Er werden geen technische gebreken of zichtbelemmeringen vastgesteld. Op grond van artikel 185 WVW vorderde Arriva haar schade van Achmea. De rechtbank wees deze vordering toe. Achmea heeft daarna in een vrijwaringsprocedure

VR 2026/60 Aanrijding tussen automobilisten. Aansprakelijkheid. Bewijsvermoeden door rood rijden.

Jurisprudentie

Op 20 januari 2021 vond een aanrijding plaats tussen A en X (gedaagde) op een kruispunt van de N200. A reed rechtdoor richting Amsterdam en X sloeg linksaf. A botste tegen de rechterachterkant van de bestelbus van X. Het kruispunt heeft stoplichten die ervoor zorgen dat de twee richtingen nooit tegelijk groen licht hebben. Door de aanrijding liep A letselschade op. Zij is hiervoor verzekerd bij Achmea. De schade is door Achmea vergoed en zij is in de rechten van A gesubrogeerd. Nationale Nederlanden (NN) is de WAM-verzekeraar van X. Achmea vordert dat X aansprakelijk wordt gesteld voor het

VR 2026/58 Letsel aan vinger door beknelling tijdens tackle. Schending zorgplicht docent. Onrechtmatige daad.

Jurisprudentie
X (verzoekster) volgde sinds 2021 een opleiding aan O (verweerster sub 1). Op 4 oktober 2022 nam X deel aan een introductieles rugby. Tijdens het oefenen van tackles met docent A liep zij bij de tweede tackle letsel aan haar vinger op. In deze procedure vordert X van O en verzekeraar Allianz schadevergoeding voor het opgelopen letsel tijdens de rugbyles. De kernvraag is of docent A, werkzaam bij O, zijn zorgplicht heeft geschonden. Bij bewegingsonderwijs geldt een hogere zorgplicht dan bij gewone sport- of spelsituaties, omdat de relatie tussen docent en leerling een bijzondere

VR 2026/40, Civiele uitspraak Val over transportdolly in supermarkt. Aansprakelijkheid supermarkt. Geen eigen schuld.

Jurisprudentie

In september 2022 viel appellante X over een transportdolly die in het gangpad van een Albert Heijn to go (AH to go) stond. Zij heeft daarbij blijvend letsel aan haar voet opgelopen. De AH to go wordt geëxploiteerd door Albron op het terrein van Tilburg University. Albron erkende aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval, maar beriep zich op eigen schuld aan de zijde van X. In de deelgeschilprocedure oordeelde de rechtbank dat Albron aansprakelijk was, maar dat sprake was van 25% eigen schuld aan de zijde van X. In de daaropvolgende bodemprocedure achtte de rechtbank zich aan dit

VR 2026/36, Civiele uitspraak Claim affectieschade zus van slachtoffer levensdelict. Kring van personen recht op affectieschade.

Jurisprudentie

In de ochtend van 12 maart 2021 is in een sloot in Amsterdam een stoffelijk overschot aangetroffen. Het bleek een 22-jarige man te zijn, die eerder als vermist was opgegeven. Uit onderzoek naar de doodsoorzaak is gebleken dat het slachtoffer is overleden is aan de gevolgen van een inschotverwonding aan het hoofd. In het strafproces van de verdachte heeft de zus van het slachtoffer (A) zich als benadeelde partij gevoegd en € 17.500,- aan affectieschade gevorderd. Dit cassatiemiddel richt zich tegen het oordeel van het hof om A affectieschade toe te kennen en daarbij de

VR 2026/26 Zorgplicht van de Staat. Geen aansprakelijkheid voor schade overleden dochter.

Jurisprudentie

Eisers zijn de ouders van A, die in 2021 door een misdrijf om het leven gekomen is. Verdachte X heeft tijdens de voorlopige hechtenis een einde aan zijn leven gemaakt. Het OM heeft X niet meer strafrechtelijk kunnen vervolgen dus hebben eisers zich niet als benadeelde partij kunnen voegen in de strafzaak tegen X. Hierdoor hebben zij hun schade (shockschade, affectieschade en overlijdensschade) niet binnen het strafproces kunnen verhalen en spreken zij nu de Staat hiervoor aan. Zij stellen dat de Staat ernstig tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Volgens eisers wist of had de Staat moeten

VR 2026/23 Ernstig verkeersongeval. Verhaalsvordering van verzekeraar. Aansprakelijkheid wegbeheerder

Jurisprudentie

Op 8 september 2019 vond een aanrijding plaats op een fietspad in Haarlem tussen een bromfietser en een sportfietser. De sportfietser reed als laatste in een groep van vijf wielrenners. De botsing gebeurde bij de overgang van een houten brug naar asfalt, waar het pad smal is en een hobbel in het wegdek zit. De eerste vier fietsers konden de bromfietser passeren, maar de vijfde fietser botste tegen zijn spiegel en kwam ten val. De sportfietser overleed later aan zijn verwondingen. De bromfietser verklaarde dat hij snelheid minderde, probeerde uit te wijken en gepoogd had om de fietser te

VR 2026/21 Dekman valt van schip. Letselschade. Aansprakelijkheid werkgever en/of schip.

Jurisprudentie

Op 19 december 2012 raakte X als terminaloperator bij ECT ernstig gewond toen hij aan boord van het containerschip van Cosco Europe door een opening viel tijdens het sluiten van een scheepsluik. De looppaden waren rommelig door lashingmateriaal, ondanks herhaalde verzoeken van X om dit op te ruimen. Hierdoor kon hij de veiligheidsprocedure niet volledig volgen. ECT erkende aansprakelijkheid en stelde vervolgens Cosco aansprakelijk. Volgens het Marintec-rapport was het ongeval het gevolg van onveilige omstandigheden en het niet naleven van veiligheidsprocedures. In eerste aanleg vorderde ECT