letselschade

VR 2026/14 Val van motor als passagier. Aansprakelijkheid bestuurder en WAM-verzekeraar.

Jurisprudentie

X (verzoekster) en A (verweerder) hadden in 2021 een affectieve relatie. Op oudjaarsavond wilden zij vanuit de woning van X in Rotterdam-Zuid met de motor van A naar de Erasmusbrug rijden om vuurwerk te bekijken. De motor was door A aangepast met een verlengde achterbrug, zonder de verplichte RDW-herkeuring. Voor het ritje werd de motor voorzien van een afneembaar passagierszitje zonder rugsteun voor X. Tijdens de rit trok A op bij een kruispunt, waarna X van de motor viel. A stopte direct en verleende eerste hulp terwijl een omstander 112 belde. X werd met spoed geopereerd aan zware

VR 2026/13 Deelgeschil letselschade. Aanrijding met golfkarretje. Causaal verband. Secundaire victimisatie.

Jurisprudentie

Op 21 september 2022 is X (verzoeker) op het terrein van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) te ’s-Gravendeel aangereden door een golfkar, bestuurd door een medewerker van het COA. Het COA heeft aansprakelijkheid aanvaard voor zover dit uit de feiten voortvloeit. Partijen hebben gezamenlijk medisch adviseur dr. Buisman (1MA) ingeschakeld. Er ontstond vervolgens verschil van mening over de vraag of de huidige klachten van X – waaronder een bilaterale spondylolysis – het gevolg zijn van het ongeval. Tijdens de zitting van 10 juni 2025 is afgesproken dat 1MA een aanvullend rapport zou

VR 2026/12 Eenzijdig ongeval bij zware regenval. Aansprakelijkheid wegbeheerder. Adequate maatregelen getroffen?

Jurisprudentie

In de nacht van 5 op 6 augustus 2023 vond zeer zware regenval plaats. Rijkswaterstaat ontving op 6 augustus om 6:08 uur een melding van water op het wegdek van de A4 richting Rotterdam ter hoogte van hectometerpaal 56,0. Naar aanleiding daarvan werd op de matrixborden een snelheidsbeperking van 70 km/u ingesteld en werd een weginspecteur naar de locatie gestuurd. Tien minuten later raakte X (eiseres) betrokken bij een eenzijdig ongeval op dezelfde plaats. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat het voertuig van X in botsing kwam met de muur van het aquaduct. Door de regen was sprake

VR 2026/11 Hoger beroep: auto rijdt over voet van pakketbezorger. Overmacht en/of eigen schuld?

Jurisprudentie

In VR 2023/41 is eerder over de uitspraak van rechtbank Rotterdam geschreven. Op 15 februari 2019 stapte pakketbezorger X achter een geparkeerde vrachtwagen de weg op. Op dat moment reed automobilist A in haar elektrische auto langs de vrachtwagen. Zij zag X niet lopen en reed over zijn voet heen. Door de elektrische aandrijving van de auto hoorde X het voertuig niet aankomen. Als gevolg van dit ongeval liep X letselschade op. De rechtbank heeft eerder beslist dat de WAM-verzekeraar van A, Allianz, jegens X voor 65% aansprakelijk is voor zijn schade. Allianz is hiertegen in hoger beroep gegaan

VR 2026/09 Snorfietser ten val door omgewaaid schrikhek. Gevaarzetting? Aansprakelijkheid gemeente.

Jurisprudentie

Op maandag 11 maart 2019 vonden op de Julianalaan in Delft vrijwel gelijktijdig twee ongevallen plaats doordat scooterrijders tegen een omgewaaid schrikhek reden. Eén slachtoffer overleed later, het andere slachtoffer (A) liep hoofdletsel op en verbleef enkele maanden in een revalidatiecentrum. Ten tijde van het ongeval was het donker en vochtig door neerslag. Door wegwerkzaamheden was de Julianalaan deels afgesloten voor motorvoertuigen, met waarschuwingsborden die omleidingen aangaven. Het schrikhek stond midden op de rijbaan, niet verzwaard, maar (snor)fietsers konden erlangs via de

VR 2026/08 Ongeval bij cursus Toprope klimmen. Letselschade. Kelderluikcriteria.

Jurisprudentie

Van januari 2016 tot januari 2023 exploiteerde Klimmuur Haarlem een grote klimhal in Haarlem, waar ook cursussen Toprope klimmen werden gegeven. Bij Toprope klimmen klimt een persoon aan een touw, terwijl een ander beneden zekert met een tuber-apparaat. Appellante P had zich ingeschreven voor de Basiscursus Sportklimmen. De cursus bestond uit vier lessen en hiermee kon P het Certificaat K2 behalen om zelfstandig te klimmen. Tijdens de derde les viel P van ongeveer twaalf meter hoogte op de vloer. Hierdoor liep zij ernstige fracturen op aan haar voeten en benen. P moest maanden revalideren. P

VR 2026/07 Dwarslaesie opgelopen bij deelname aan hindernisbaan. Onrechtmatige gevaarzetting.

Jurisprudentie
In 2019 nam A (appellant) deel aan een door Titan georganiseerde evenement ‘Titan Swim’. Toen A van het obstakel ‘de piramid’ sprong, gleed hij uit en als gevolg daarvan liep hij een dwarslaesie op. In eerste aanleg heeft toetsing aan de kelderluikcriteria niet geleid tot de conclusie dat de organisator meer veiligheidsmaatregelen had moeten nemen. Het obstakel zelf was niet gevaarlijk en het gevaar van het springen van de bovenste trede van het obstakel was voor de deelnemer voldoende kenbaar. Het betrof de eigen beoordelingsverantwoordelijkheid van A. De rechtbank concludeerde dat de

VR 2026/01 ‘Klimhal’ en ‘obstakelrun’, wie draagt het risico?

Artikel
VR2026-1_illu
In augustus 2025 wezen het Hof Den Haag1) en het Hof Amsterdam2) arrest in twee zaken die ik in het onderstaande zal bespreken. In de eerste zaak viel een deelnemer van circa twaalf meter hoogte bij een basiscursus sportklimmen met ernstig letsel tot gevolg. Zij stelde de klimhal aansprakelijk. In de andere zaak organiseerde een evenementenbedrijf een evenement waarbij deelnemers obstakels in het water moesten overbruggen. Een van de deelnemers liep een dwarslaesie op toen hij van een obstakel wilde springen en uitgleed. Ook hij stelde het achterliggende bedrijf aansprakelijk. Beide zaken hebben – hoewel op het eerste oog verschillend - raakvlakken om welke reden de zaken zich lenen voor een gezamenlijke bespreking. In beide zaken werd een risicovolle sport/activiteit beoefend, liep het niet goed af voor de deelnemer, wees de rechtbank in eerste aanleg aansprakelijkheid af en oordeelde het hof in hoger beroep anders. In het onderstaande besteed ik eerst aandacht aan het juridisch beoordelingskader. Daarna bespreek ik beide zaken met tot slot mijn (kritische) mening over de wending van beide zaken in hoger beroep.

VR 2025/146 Kop-staartbotsing door overstekende eenden. Stelplicht en bewijslast verkeersfout. Eigen schuld?

Jurisprudentie

Op 30 maart 2022 remde X (eiser) op een 80 km-weg voor overstekende eenden. Hij kwam tot stilstand en kort daarna botste de achter hem rijdende A op zijn auto. X heeft als gevolg van deze kop-staartbotsing lichamelijke en materiële schade geleden en stelt A hiervoor aansprakelijk. X stelt dat hij beheerst remde vanwege een verkeersnoodzaak en dat A te hard reed en onvoldoende afstand hield. A is verzekerd bij Achmea en namens hem betwist Achmea deze stelling van X. Achmea stelt dat A met adaptive cruise control altijd op veilige afstand rijdt. Volgens Achmea maakte X onverwacht een noodstop

VR 2025/144 Ongeval in Parijs tijdens werkzaamheden. Dekking AVB? WAM-plichtig voertuig.

Jurisprudentie

A (eiseres) is actief in de productie en begeleiding van grootschalige evenementen en levert daarvoor diensten en personeel. Zij heeft via tussenpersoon YouSure een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB-verzekering) afgesloten bij NN. In de polisvoorwaarden is onder andere een clausule opgenomen waarin aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door gemotoriseerde voertuigen wordt uitgesloten. Volgens de polis geldt bovendien dat schade met of door een motorrijtuig niet is gedekt wanneer daarvoor een WAM-verzekeringsplicht bestaat. Op 22 juli 2024 was B (eiser) als zzp’er ingehuurd door