doorrijden na ongeval

VR 2021/143 Verkeersongeval. Poging tot doodslag. Voorwaardelijk opzet. Bewijs.

Jurisprudentie
Uit de inhoud van de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte in de nacht van 29 oktober 2017, zonder over een rijbewijs te beschikken, in een personenauto is gaan rijden. Met de rechtbank kan het hof niet vaststellen wat de exacte snelheid van de Citroën C3 is geweest. Evenwel staat het voor het hof - evenals de rechtbank - vast dat de verdachte met een veel te hoge snelheid heeft gereden voor een veilig verkeer ter plaatse. Het rijgedrag van de verdachte werd door meerdere onafhankelijke getuigen omschreven als agressief en gevaarlijk. De plaats van het ongeval is bovendien gelegen in een 30

VR 2021/126 Verlaten plaats ongeval. Behoorlijke gelegenheid.

Jurisprudentie
De verdachte is met zijn auto (Seat) tegen een paaltje aangereden. Dit raakte beschadigd. Na dit ongeval is de verdachte weggereden van de plaats van het ongeval. De verdachte heeft niet behoorlijk gelegenheid gegeven tot vaststelling van zijn identiteit en van het door hem bestuurde motorrijtuig. Hij heeft op generlei wijze kenbaar gemaakt dat hij en zijn auto betrokken zijn geweest bij het ongeval. De verdachte had, nu het ongeval midden in de nacht heeft plaatsgevonden en de Gemeente Venlo (het slachtoffer) op dat moment niet bereikbaar was, de mogelijkheid om de politie te bellen of een

VR 2020/163 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Doorrijden na ongeval. Strafmaat en mediation.

Jurisprudentie
De verdachte, bestuurder van een personenauto, was al rijdend zoekende naar een asbak, waarvan hij dacht dat die misschien bij of onder de rechter passagiersstoel was gevallen. In plaats van goed op de weg te letten, was hij daarmee bezig. Dit heeft er toe geleid dat hij op de verkeerde weghelft is beland, waar op dat moment het slachtoffer, mevrouw X, aan het oversteken was. Vervolgens heeft de aanrijding met haar plaatsgevonden. Het letsel dat mevrouw X hieraan heeft overgehouden kwalificeert de rechtbank, gezien de aard, de ernst en de langdurigheid van het herstel ervan, als zwaar

VR 2020/159 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Mate van schuld. Rijden onder invloed. Straf.

Jurisprudentie
De verdachte heeft onder invloed van alcohol een auto bestuurd, is zonder aanwijsbare oorzaak op de verkeerde weghelft terecht gekomen en heeft een frontale aanrijding veroorzaakt. Deze omstandigheden, in samenhang bezien, leiden tot het oordeel dat de verdachte zich als verkeersdeelnemer 'aanmerkelijk onvoorzichtig' heeft gedragen. Het hof acht voorts bewezen dat verdachte door het gebruik van alcohol niet tot behoorlijk sturen in staat moest worden geacht zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de WVW 1994. Bij het ongeval hebben de slachtoffers zwaar lichamelijk letsel opgelopen

VR 2020/112 Doorrijden na ongeval. Verlaten plaats ongeval.

Jurisprudentie
De verdachte is als bestuurder van een motorrijtuig betrokken geweest bij een verkeersongeval op een voetgangersoversteekplaats, waarbij een voetganger gewond is geraakt. Vervolgens heeft de verdachte haar voertuig nabij de plaats van het ongeluk achtergelaten en is zij weggegaan. Zij heeft, voordat zij de plaats van het ongeval verliet, niet kenbaar gemaakt dat haar voertuig betrokken is geweest bij het ongeval en zij heeft ook niet haar eigen identiteit bekendgemaakt. Het op deze vaststellingen gebaseerde oordeel van het hof dat artikel 7 lid 1, aanhef en onder a, WVW 1994 van toepassing is

VR 2018/120 Aanmerkelijke schuld? Gevaar? Doorrijden na ongeval.

Jurisprudentie
Vrijspraak van zwaar lichamelijk letsel door schuld en het veroorzaken van gevaar voor verkeer op de weg. Het slachtoffer heeft op de fietsersoversteekplaats het eerste deel van de weg overgestoken en is vervolgens gestopt op de middenberm, dus voor de haaientanden die duidelijk maken dat de fietser aldaar voorrang dient te verlenen aan het autoverkeer. Vanaf de middenberm is hij het tweede deel van de weg overgestoken, alwaar tijdens het oversteken de Audi A6 tegen hem aan is gereden.Op basis van het strafdossier is niet vast te stellen dat de verdachte zich ervan bewust had moeten zijn dat