VR 2019/148 Doodslag. Poging tot doodslag. Voorwaardelijk opzet.

De verdachte is veroordeeld voor doodslag en poging tot doodslag, hierin bestaande dat hij met de door hem bestuurde auto achterop een motor is gebotst, ten gevolge waarvan de bestuurster van de motor om het leven kwam en de duopassagier ernstig gewond raakte. Verdachte was onder invloed van een grote hoeveelheid alcohol, beschikte niet over een rijbewijs voor categorie B en reed met een aanzienlijk hogere snelheid dan de door hem niet waargenomen motor. Niet gebleken is dat de verdachte de aldaar geldende maximumsnelheid heeft overschreden, terwijl ook geen nadere vaststellingen zijn gedaan met betrekking tot het rijgedrag. Het kennelijke oordeel van het hof dat de gedragingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden aangemerkt als zozeer gericht op de dood van de personen op de motor, dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans daarop bewust heeft aanvaard, is niet toereikend gemotiveerd.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren