VR 2019/137 Deelgeschil; letselschade; fietswiel in spoorrails spoorwegovergang; aansprakelijkheid spoorweg- en wegbeheerder afgewezen.

Verzoekster is op 2 januari 2018 gevallen op de spoorwegovergang, doordat het wiel van haar fiets in de spoorrails terechtgekomen is. Door haar val heeft zij ernstig letsel opgelopen. Volgens verzoekster heeft de ligging van de spoorlijn ten opzichte van de weg het ongeval veroorzaakt. Omdat de rails niet haaks maar schuin over de weg ligt en omdat de weg die naar de overweg toevoert een flauwe bocht maakt, komen fietsers gemakkelijker met hun wiel in de rails terecht. Verzoekster stelt dat de afgelopen jaren al meerdere mensen op deze spoorwegovergang met de fiets zijn gevallen en zij onderbouwt dit met verklaringen van omwonenden en berichten in de plaatselijke media. De gemeente en ProRail waren op de hoogte van deze onveilige situatie, maar zij zijn pas na het ongeval dat haar is overkomen overgegaan tot maatregelen om deze situatie te verbeteren. Verzoekster verzoekt daarom dat de rechtbank bepaalt dat ProRail en de gemeente (hoofdelijk) aansprakelijk zijn voor de schade. Zij beroept zich primair op art. 6:174 BW en secundair op art. 6:162 BW. De rechtbank stelt voorop dat ingevolge art. 8:1661 lid 2 BW de aansprakelijkheid voor de spoorweginfrastructuur op de beheerder (dus ProRail) rust. Voor de beoordeling of ProRail als beheerder van de spoorwegovergang heeft voldaan aan haar verplichtingen en de beoordeling of de gemeente heeft voldaan aan haar verplichtingen als beheerder van de aanvoerweg, geldt het toetsingskader van art. 6:174 BW. De rechtbank overweegt dat volgens verzoekster de spoorwegovergang uitsluitend gebrekkig is door de hoek die de weg en de spoorlijn met elkaar maken. De rechtbank is er echter niet van overtuigd geraakt dat de spoorwegovergang daarom gebrekkig is. Gesteld noch gebleken is dat er veiligheidsnormen bestaan die de aanrijhoek voor (fiets)verkeer naar een spoorwegovergang voorschrijven. Een concrete veiligheidsnorm of voorschrift is dus niet geschonden. De rechtbank vervolgt dat uit foto's van de spoorwegovergang blijkt dat de oversteek over de spoorwegovergang inderdaad schuin loopt, maar dat de situatie overzichtelijk is. Een normaal oplettende fietser die ziet dat de rails schuin moet worden overgestoken, zal met meer aandacht dan gewoonlijk over de rails rijden. Daar komt volgens de rechtbank bij dat langs de weg een witte belijning is aangebracht, waardoor de aandacht wordt gevestigd op de opvallende loop van de weg over het spoor. Als een fietser deze witte lijn volgt, is het niet goed voorstelbaar dat hij met zijn fietswiel in de rails terechtkomt. Bovendien staat voor de spoorwegovergang een driehoekig waarschuwingsbord met de tekst ''gladde spoorrails'' dat de fietser nog eens opmerkzaam maakt dat het oversteken van dit spoor extra oplettendheid vereist. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de situatie voor een normaal oplettende fietser niet zo onveilig is dat de spoorwegovergang als gebrekkig is te beschouwen. ProRail en de gemeente zijn daarom niet aansprakelijk op grond van art. 6:174 BW noch op grond van art. 6:162 BW.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren