VR 2018/179 Kop-staart botsing. Dood door schuld. Mobiele telefoon. Strafmotivering.

Verdachte botste met zijn vrachtwagen achterop een stilstaande auto met aanhangwagen. Daardoor werd de bestuurder van de auto gedood. De verdachte reed in een vrachtwagen waarvan hij wist dat het een zwaar voertuig betrof, waarbij de massa en het gewicht ongelijk waren aan die van personenauto’s. De verdachte wist ook dat zijn vrachtwagen hierdoor een langere remweg heeft. De verdachte was voorts een gewaarschuwd man. Hij was immers telefonisch op de hoogte gebracht van de file die zich op de A7 voor hem had gevormd. Desondanks heeft hij in strijd met het bepaalde in artikel 61a van het RVV 1990 zijn telefoon gepakt en heeft hij daarop gekeken en daaraan handelingen verricht. Bovendien heeft hij, in strijd met het bepaalde in artikel 19 van het RVV 1990, niet gereden met een snelheid waarbinnen hij zijn vrachtwagen op tijd tot stilstand kon brengen. De verdachte heeft zich aldus zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gedragen waardoor het slachtoffer is overleden. Wel vrijheidsstraf, geen onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, in aanmerking genomen dat de persoon van verdachte uitdrukkelijk is te onderscheiden van andere verdachten in min of meer vergelijkbare zaken, waar doorgaans bij dodelijke ongevallen een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid wordt opgelegd bij wijze van bestraffing en als signaal naar de samenleving.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren