Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
VR 2026/87 WAHV. Rechts inhalen waar verboden, noodsituatie.
Op 27 april 2022 moest de betrokkene als motorrijder uitwijken om te voorkomen dat hij net als zijn voorgangers een noodstop moest maken. Tijdens deze manoeuvre haalde hij rechts in terwijl dit normaal verboden is. De betrokkene gaf direct bij staandehouding en schriftelijk aan dat hij afstand had gehouden en geen opzet had omdat het om een acute noodsituatie ging. In eerste aanleg legde de officier van justitie een sanctie van € 250,- op die door de kantonrechter werd gematigd tot € 187,50, wegens schending van de hoorplicht. Het hoger beroep werd ingesteld door de betrokkene met verzoek tot
VR 2026/34, Bestuursuitspraak Meervoudige kantonuitspraak nietig.
De betrokkene stelde beroep in omdat de officier van justitie niet tijdig had beslist op zijn administratief beroep in een Wahv-zaak. De rechtbank behandelde de zaak in een meervoudige kamer en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het hof oordeelt dat wet niet voorziet in de mogelijkheid van meervoudige kantonrechtspraak. Gelet hierop is de beslissing van de rechtbank nietig. Het hof stelt vast dat de officier van justitie te laat heeft beslist. Nadat de beslistermijn was verstreken, heeft de gemachtigde van de betrokkene de officier van justitie in gebreke gesteld. Omdat vervolgens niet
VR 2026/03 Salduz. Recht op rechtsbijstand is ook van toepassing in Wahv-zaken.
VR 2025/140 Identiteit van bestuurder mag ook later worden achterhaald om sanctie alsnog op te leggen.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd als bestuurder. De verbalisanten konden hem op het moment van de gedraging echter niet direct staande houden. Later zijn zij naar het adres van de kentekenhouder gegaan, waar zij hoorden wie had gereden. De bestuurder werd daarop door de verbalisanten herkend. De gemachtigde stelt dat de sanctie niet aan de bestuurder had mogen worden opgelegd, omdat diens identiteit niet aanstonds was vastgesteld. Volgens hem had de sanctie daarom aan de kentekenhouder moeten worden opgelegd. Het hof oordeelt dat de sanctie aan de kentekenhouder kán
VR 2025/128 Snelheidsovertreding. Geen voortgezette handeling. Verder kan bij voorwaardelijk verzoek van horen worden afgezien.
VR 2025/104 Signaleringsfunctie rechtspraak. Kantonrechter overweegt dat verhouding tussen Wahv-boetes en de verhogingen daarvan niet in balans is.
Betrokkene krijgt een administratieve sanctie opgelegd vanwege het rijden door een rood verkeerslicht. Deze sanctie wordt tweemaal verhoogd, eerst met 50% en daarna met 100%. De betrokkene betaalt de sanctie, inclusief de eerste verhoging, maar stelt administratief beroep in dat zich richt tegen de tweede verhoging. De officier van justitie verklaart dit beroep niet-ontvankelijk, waarna de betrokkene beroep instelt bij de kantonrechter. De kantonrechter overweegt dat tegen dergelijke verhogingen geen rechtsmiddel openstaat. Dat betekent dat de kantonrechter niet mag oordelen over de
VR 2025/102 Structurele schending hoorplicht. Bijstand door professioneel gemachtigde. Matiging sanctiebedrag.
Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 110,-. Omdat niet blijkt dat dat de gemachtigde van de betrokkene behoorlijk is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter, blijft het appelverbod buiten toepassing en is het hoger beroep ontvankelijk. In administratief beroep had de gemachtigde verzocht om te worden gehoord. De officier van justitie overwoog dat vanwege het grote aantal verzoeken om te worden gehoord, een groot aantal zaken – waaronder deze – zonder hoorzitting worden afgehandeld. Het hof heeft eerder geoordeeld dat dit een structurele schending van de
VR 2025/101 Ook als (alleen) de achterkant van een voertuig een rood verkeerslicht passeert, geldt dat als door rood rijden.
Betrokkene krijgt een administratieve sanctie voor het rijden door rood licht met een vrachtwagen. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging en voert aan dat het voertuig voorbij de verkeerslichten en half op de kruising tot stilstand is gekomen vanwege een file. De achterkant van de vrachtwagen is hierdoor geflitst. Naar de mening van de gemachtigde ten onrechte, omdat de vrachtwagen al voorbij de stopstreep en het verkeerslicht was. Het hof overweegt dat uit de aanwezige foto’s in het dossier blijkt dat de achterkant van de vrachtwagen rijdend de stopstreep is gepasseerd, terwijl
VR 2025/40 Proceskostenvergoeding. Verminderingsfactoren. Overgangsrecht.
Het hoger beroep van de betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard door een gebrek aan belang bij een inhoudelijke beoordeling, nu de inleidende beschikking houdende de administratieve sanctie is vernietigd. De toe te kennen proceskostenvergoeding dient te worden berekend aan de hand van artikel 13a Wahv. Door een wetswijziging bepaalt artikel 13a lid 2 Wahv sinds 1 januari 2024 dat de op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht toe te kennen vergoeding wordt vermenigvuldigd met factor 0,25 indien de bestreden administratieve sanctie wordt vernietigd of het sanctiebedrag wordt gewijzigd