dood door schuld

VR 2021/092 Schadefonds Geweldsmisdrijven als vangnet voor schaderegeling

Artikel
VR 2021/92 Schadefonds Geweldsmisdrijven als vangnet voor schaderegeling Mr. Amber Back * * Zij was tot 1 mei 2021 werkzaam als jurist bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. 1. Inleiding ‘Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel. Daarmee erkent het Schadefonds namens de samenleving vanuit de overheid het onrecht dat hun is aangedaan. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen en doet recht aan slachtoffers en hun naasten.’ 1) Dit citaat beschrijft kort en bondig de taak die het Schadefonds

VR 2021/102 Dood door schuld. Mate van schuld. Maximumsnelheid.

Jurisprudentie
In het bijzonder gelet op de omstandigheid dat verdachte binnen de bebouwde kom met veel te hoge snelheid over een weg reed waarop zich, zoals hij wist, onder meer ook fietsers, kruisingen en zebrapaden bevonden en vervolgens het slachtoffer op het vermelde punt heeft aangereden, is het hof van oordeel dat verdachte zeer onvoorzichtig heeft gereden.

VR 2021/81 Dood door schuld. Afslaan. Vrachtauto. Dode hoek.

Jurisprudentie
De verdachte heeft als professioneel vrachtwagenchauffeur bij het rechtsafslaan naar een inrit een ernstig verkeersongeval veroorzaakt door in botsing te komen met de berijder van een scootmobiel die op het parallel aan de rijbaan gelegen fietspad reed.Gezien de omstandigheden ter plaatse en de dodehoekproblematiek van vrachtwagens had de verdachte bij het naderen van de inrit zijn snelheid moeten verminderen of zelfs stil kunnen gaan staan alvorens over het fietspad rechtsaf de inrit in te slaan. Een lagere snelheid had verdachte meer tijd gegeven om goed in de spiegels te kijken en dus meer

VR 2020/162 Dood door schuld? Politie. Aanvaardbaar risico. Afwezigheid van alle schuld.

Jurisprudentie
De verdachte rijdt op een voorrangsweg met een politievoertuig zonder optische en/of geluidssignalen met een snelheid van ca. 80 km/u binnen de bebouwde kom waar een maximumsnelheid gold van 50 km/u. Hij is op weg naar een op heterdaad ontdekte inbraak. Volgens de Brancherichtlijn Verkeer Politie 2014 mag hij niet harder rijden dan met een snelheid van maximaal 40 km/u boven de ter plaatse geldende maximumsnelheid. Op een fietsoversteekplaats botst hij op een overstekende fietser die geen licht voert. Het is donker. Ter plaatse brandt straatverlichting. De fietser overlijdt aan de gevolgen van

VR 2020/160 Kop-staartbotsing. Dood door schuld. Aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend.

Jurisprudentie
De verdachte botste met de door hem bestuurde auto op een stilstaande auto bij de ingang van de Wijkertunnel, waardoor de bestuurder van de laatste auto om het leven kwam. Het rood uitstralende dan wel geel knipperende verkeerslicht voor de ingang van de Wijkertunnel moet gedurende langere afstand en tijd zichtbaar zijn geweest voor de verdachte, evenals de auto van het slachtoffer, die was afgeremd voor voornoemd verkeerslicht en (nagenoeg) stilstond voor de stopstreep.De verdachte heeft op deze voor hem waarneembare waarschuwing en op zijn afremmende of stilstaande voorganger in het geheel

VR 2020/158 Dood door schuld. Mate van schuld. Inhalen. Maximumsnelheid.

Jurisprudentie
De verdachte, die bekend was met de betekenis van bedoelde dubbele doorgetrokken streep, heeft een ernstige verkeersfout gemaakt door in strijd met het ter plaatse geldende verbod de voor hem rijdende Toyota te gaan inhalen en daarbij de dubbele doorgetrokken streep te overschrijden en met de door hem bestuurde personenauto (deels) op de weghelft voor het hem tegemoetkomende verkeer te gaan rijden.Deze gedraging is op zichzelf al laakbaar, maar is extra onvoorzichtig, aangezien de verdachte naar eigen zeggen, voordat hij de voor hem rijdende Toyota ging inhalen, had gezien dat er op de andere

VR 2020/131 Dood door schuld. Aanmerkelijk of zeer onvoorzichtig?

Jurisprudentie
De verdachte heeft - gelet op de omstandigheden ter plaatse - op de linker rijstrook met een te hoge snelheid gereden, terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde. Door de waarschuwingslichten en het dynamisch route-informatiepaneel was voor de weggebruikers duidelijk zichtbaar gemaakt dat sprake was van een bijzondere situatie. Verdachte had die lichten kunnen en moeten opmerken. Van verdachte mocht dan ook worden verwacht dat hij zou anticiperen op de bijzondere situatie ter plaatse. Hij had zijn snelheid moeten verminderen, zoals het overige verkeer deed, en rekening moeten houden met

VR 2020/128 Doodslag? Dood door schuld. Rijden onder invloed.

Jurisprudentie
(Na terugwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 19 maart 2019, VR 2019/148). Het is een feit van algemene bekendheid dat door het gebruik van alcoholhoudende drank het reactievermogen afneemt, de waarneming slechter wordt en het derhalve moeilijker wordt om te rijden. Het risico op een ongeval neemt door het gebruik van alcohol dan ook aanzienlijk toe. In dit geval had de verdachte een zeer grote hoeveelheid alcoholhoudende drank genuttigd. Gelet hierop, in samenhang bezien met de aard van de weg waarop de verdachte reed, het nachtelijk tijdstip en de afwezigheid van straatverlichting, is

VR 2020/115 Dood door schuld. Rijden onder invloed. Maximumsnelheid. Mate van schuld. Straf.

Jurisprudentie
De verdachte is in de nacht van 17 september 2017 na een avond stappen onder invloed van veel meer dan de toegestane hoeveelheid alcoholhoudende drank in de auto gestapt en heeft binnen de bebouwde kom de maximumsnelheid met in elk geval 50 kilometer per uur overschreden. De verdachte reed in een voor hem onbekende auto en was afgeleid, omdat hij zijn hoofd had gedraaid naar de bijrijdster en met haar aan het praten was. De verdachte is toen met een veel te hoge snelheid de bocht ingereden, in die bocht de macht over het stuur kwijtgeraakt en een woning gedeeltelijk ingereden. De bewoner van

VR 2020/114 Dood door schuld? Gevaar. Schuldigverklaring zonder toepassing van straf.

Jurisprudentie
Bij de inhaalmanoeuvre met de door de verdachte bestuurde bus is de rechterbuitenspiegelsteun in aanraking gekomen met het linker handvat van de fiets van de fietsster die op dat moment op de fietsstrook fietste. De verdachte heeft dus een inschattingsfout gemaakt ten aanzien van de ruimte die op dat moment beschikbaar was om veilig langs de fietssters te rijden. Bij nader inzien bleek dat met name door de uitstekende rechterbuitenspiegelsteun, de ruimte om de twee naast elkaar rijdende fietssters in te halen, op die plaats en op dat moment te krap was. Hoewel de gevolgen van deze