aansprakelijkheid voor ondergeschikten

VR 2026/08 Ongeval bij cursus Toprope klimmen. Letselschade. Kelderluikcriteria.

Jurisprudentie

Van januari 2016 tot januari 2023 exploiteerde Klimmuur Haarlem een grote klimhal in Haarlem, waar ook cursussen Toprope klimmen werden gegeven. Bij Toprope klimmen klimt een persoon aan een touw, terwijl een ander beneden zekert met een tuber-apparaat. Appellante P had zich ingeschreven voor de Basiscursus Sportklimmen. De cursus bestond uit vier lessen en hiermee kon P het Certificaat K2 behalen om zelfstandig te klimmen. Tijdens de derde les viel P van ongeveer twaalf meter hoogte op de vloer. Hierdoor liep zij ernstige fracturen op aan haar voeten en benen. P moest maanden revalideren. P

VR 2026/01 ‘Klimhal’ en ‘obstakelrun’, wie draagt het risico?

Artikel
VR2026-1_illu
In augustus 2025 wezen het Hof Den Haag1) en het Hof Amsterdam2) arrest in twee zaken die ik in het onderstaande zal bespreken. In de eerste zaak viel een deelnemer van circa twaalf meter hoogte bij een basiscursus sportklimmen met ernstig letsel tot gevolg. Zij stelde de klimhal aansprakelijk. In de andere zaak organiseerde een evenementenbedrijf een evenement waarbij deelnemers obstakels in het water moesten overbruggen. Een van de deelnemers liep een dwarslaesie op toen hij van een obstakel wilde springen en uitgleed. Ook hij stelde het achterliggende bedrijf aansprakelijk. Beide zaken hebben – hoewel op het eerste oog verschillend - raakvlakken om welke reden de zaken zich lenen voor een gezamenlijke bespreking. In beide zaken werd een risicovolle sport/activiteit beoefend, liep het niet goed af voor de deelnemer, wees de rechtbank in eerste aanleg aansprakelijkheid af en oordeelde het hof in hoger beroep anders. In het onderstaande besteed ik eerst aandacht aan het juridisch beoordelingskader. Daarna bespreek ik beide zaken met tot slot mijn (kritische) mening over de wending van beide zaken in hoger beroep.

VR 2025/144 Ongeval in Parijs tijdens werkzaamheden. Dekking AVB? WAM-plichtig voertuig.

Jurisprudentie

A (eiseres) is actief in de productie en begeleiding van grootschalige evenementen en levert daarvoor diensten en personeel. Zij heeft via tussenpersoon YouSure een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB-verzekering) afgesloten bij NN. In de polisvoorwaarden is onder andere een clausule opgenomen waarin aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door gemotoriseerde voertuigen wordt uitgesloten. Volgens de polis geldt bovendien dat schade met of door een motorrijtuig niet is gedekt wanneer daarvoor een WAM-verzekeringsplicht bestaat. Op 22 juli 2024 was B (eiser) als zzp’er ingehuurd door

VR 2023/108 Ongeval bij aanleggen vrachtwagen in laaddock. Werkgeversaansprakelijkheid; zorgplicht. Verkeersaansprakelijkheid; geen overmacht of eigen schuld.

Jurisprudentie

A exploiteert een slachterij, waarin X door B is gedetacheerd. Op 25 juni 2019 hielp X een vrachtwagenchauffeur van C bij het aanleggen van de vrachtwagen in het laaddock. Daarbij is de arm van X bekneld geraakt, waaraan hij een Complex Regionaal Pijnsyndroom overhoudt. X stelt A en B aansprakelijk, maar zij wijzen beiden aansprakelijkheid van de hand en verwijzen X door naar C. C stelt niet bekend te zijn met het ongeval en niet de eigenaar te zijn van de vrachtwagen. X stelt zowel A, B als C nogmaals aansprakelijk. De verzekeraar van C, Nationale Nederlanden (NN), laat weten dat C toch de

VR 2022/184 Zwarte inkomsten vergoeden? Niet van belang voor omvang verlies aan verdienvermogen, wel voor schadebegroting.

Jurisprudentie
Op 9 januari 2015 valt X tijdens werkzaamheden voor SIPOR van een ladder. Achmea, verzekeraar van SIPOR, erkent aansprakelijkheid. X verrichtte naast wit werk ook zwart werk. Achmea verzoekt een verklaring voor recht dat bij het begroten van de omvang van de schade wegens verlies van verdienvermogen zwarte inkomsten niet in aanmerking dienen te worden genomen. De rechtbank wijst het verzoek af. Achmea gaat in hoger beroep. Na eiswijziging vordert Achmea tevens, subsidiair, een verklaring voor recht dat zwarte inkomsten bij het begroten van de omvang slechts in aanmerking dienen te worden

VR 2021/151 Val van gehuurde steiger; geen gebrekkige zaak; geen gevaarlijke situatie.

Jurisprudentie
Op 25 september 2018 is A een ongeval overkomen. Hij verrichtte die dag als zzp'er in opdracht van X werkzaamheden in een pand in Nieuwegein aan de bedrading boven een systeemplafond. Voor die werkzaamheden had A een kamersteiger gehuurd bij B. Toen A via de rechter buitenkant van de steiger naar beneden ging, is hij gevallen. Hierbij heeft hij een drievoudige enkelbreuk opgelopen. A verzoekt een verklaring voor recht dat B aansprakelijk is voor zijn schade als gevolg van het ongeval.A beroept zich primair op art. 6:173 BW. Volgens A heeft B een steiger ter beschikking gesteld die niet de

VR 2020/137 Ongeval rallyclinic; regresvordering; schending klachtplicht.

Jurisprudentie
Op 25 oktober 2013 heeft een rallyclinic plaatsgevonden voor sponsoren van stichting A op een afgesloten terrein in Duitsland. Tijdens de clinic werd gebruikt gemaakt van rallyauto's van D (een motorsportbedrijf en huurder van het terrein, gedaagden). Gedurende de clinic heeft een aanrijding plaatsgevonden tussen twee rallyauto's. Een auto werd bestuurd door B (de bestuurder van stichting A) en de andere auto werd bestuurd door een ingeschakelde instructeur. De bijrijder van B (C) is bij de aanrijding gewond geraakt. Bij vonnis van 30 januari 2019 is voor recht verklaard dat onder meer A

VR 2020/54 Aanrijding met pompwagen; inlener aansprakelijk; art. 6:170 BW; kanseis en zeggenschapseis.

Jurisprudentie
A was in 2018 als uitzendkracht werkzaam bij B. Tijdens haar werkzaamheden is zij aangereden door een elektrische pompwagen die werd bestuurd door C. A vordert een verklaring voor recht dat B aansprakelijk is voor de schade die zij als gevolg van dit ongeval heeft geleden. A beroept zich onder meer op art. 6:170 BW. B verweert zich met de stelling dat A geen beroep toekomt op art. 6:170 BW, omdat tussen de fout van C en de hem opgedragen werkzaamheden het vereiste functionele verband ontbreekt, omdat niet voldaan is aan de kanseis en de zeggenschapseis.De rechtbank wijst de verklaring voor

VR 2019/110 Aansprakelijkheid voor val in tram?

Jurisprudentie
Op 24 oktober 2014 reisde verzoekster met RandstadRail richting Leidschendam. De tram kwam aan bij een halte die op dat moment tijdelijk als eindhalte fungeerde, zodat alle passagiers moesten uitstappen. Verzoekster zat achterin de tram op een stoel op een verhoogd gedeelte. Zij liep naar de uitgang om uit te stappen, waarbij zij een afstap moest nemen. Bij dit afstappen is verzoekster ten val gekomen en heeft zij ernstig letsel opgelopen aan haar linker onderbeen. Op de bewuste dag regende het en de vloer van de tram was vochtig door ingelopen water. Verzoekster verzoekt de rechtbank voor

VR 2017/80 Zorgplichtschending; aansprakelijkheid voor ondergeschikte;algemene voorwaarden (exoneratie); oproepen verzekerde bij directe actie.

Jurisprudentie
Eiser bezocht met enkele vrienden een concert in Zeeland. Op het terrein werd gebruikgemaakt van zgn. Gators, kleine terreinwagentjes met plaatsen voor twee personen. X reed in opdracht van de organisatie op een Gator en kwam eiser en Y tegen die hem vroegen of zij mee mochten rijden. X weigerde dit. Y is desondanks op de bijrijdersstoel gaan zitten en eiser is achterin geklommen. X is daarop gaan rijden en toen hij een talud opreed is eiser uit de Gator gevallen, waarbij hij hersenletsel heeft opgelopen. Eiser stelt onder meer de organisator van het festival, de eigenaar van de Gator en de