VR 2019/25 Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Epileptisch insult?

Uit het geneeskundig onderzoeksrapport van (...), neuroloog, d.d. (...), blijkt dat bij onderzoek geen functiestoornissen bij verdachte zijn vastgesteld. De neuroloog acht een epileptisch insult onvoldoende aangetoond. Een epileptisch insult is overigens niet uit te sluiten en er zijn een aantal predisponerende factoren, doch deze factoren worden afgeleid uit de omstandigheden waaronder het ongeval is begaan en zijn niet aan de hand van een medische diagnose vastgesteld. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij normaal functioneert in het dagelijks leven, geen last heeft van stoornissen en noch voor of na het ongeval iets dergelijks is voorgevallen.Onder bovengenoemde omstandigheden acht het hof het, anders dan door de verdediging is bepleit, geenszins aannemelijk geworden dat ten tijde van het ongeval sprake was van een epileptisch insult, dan wel een andere medische c.q. neurologische oorzaak die heeft gemaakt dat sprake was een bewustzijnsdaling. Het hof is van oordeel dat objectieve aanknopingspunten daarvoor ontbreken. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, inhoudende dat de verdachte schuldig is aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel is toegebracht.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren