VR 2019/21 Aanmerkelijke schuld. Zwaar lichamelijk letsel door schuld. Black-out. Verontschuldigbare onmacht.

Verdachte is op 3 juli 2012 te Helvoirt met de door hem bestuurde auto tegen het - aan de rechterkant van de rijbaan fietsende - slachtoffer aangereden, waardoor deze op de motorkap van de auto van verdachte terecht is gekomen en daarna aan de linkerkant van de rijbaan is beland. Het slachtoffer heeft hierdoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Hof: Zodanig verkeersgedrag kan in beginsel de gevolgtrekking dragen dat de verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en/of oplettend (de Hoge Raad begrijpt: onoplettend) heeft gedragen en dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte, als bedoeld in artikel 6 WVW 1994, te wijten is. Dit kan anders zijn indien omstandigheden zijn aangevoerd en aannemelijk geworden waaruit volgt dat van schuld in hiervoor bedoelde zin niet kan worden gesproken. Het verweer dat de verdachte een black-out heeft gehad treft geen doel, omdat de verdachte als epilepsiepatiënt het risico van een optredende epileptische aanval op de koop toe heeft genomen. Hoge Raad: Het oordeel van het hof dat sprake is van "schuld" in de zin van art. 6 WVW 1994 getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en is ook in het licht van hetgeen in hoger beroep door de verdediging is aangevoerd, voldoende gemotiveerd. De omstandigheid dat het hof in zijn overwegingen, anders dan de deskundige in zijn rapport, geen onderscheid heeft gemaakt tussen "de langer durende aanval en de kort durende aanvallen", leidt niet tot een ander oordeel.

 

 

De volledige uitspraken en artikelen uit Verkeersrecht zijn beschikbaar voor abonnees.
In de rechter menubalk kunt u met uw emailadres en wachtwoord inloggen.

Nog geen abonnee? Klik op onderstaande button 'Abonneren' zodat ook u toegang heeft tot de meest recente uitgave en het archief van Verkeersrecht.

Abonneren